Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Agenda

Storm


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

De storm op het meer
Overdenking op evangelisatiebijeenkomst voor ouderen op 28 november 2001 te Hattem

Ik was eens in de zomer op vakantie in Zwitserland. Aan ‘t Vierwoudstedenmeer. Wat waren de bergen daar indrukwekkend. We hadden gelukkig ‘t weer mee. ‘t Was helder, zonnig en warm. En je kon een verfrissende duik nemen in ‘t water van ‘t meer. Ja, mijn vrouw en ik hebben echt genoten.

Alleen de laatste dagen daar sloeg ‘t weer om. ‘t Ging enorm stormen. Er woei op de camping zelfs een grote oude boom om. Die viel nèt naast tentjes waarin mensen zaten. Ook scheurde door een sterke wervelwind de luifel van een caravan los. Die vloog de lucht in. ‘t Was eigenlijk best een poosje om bang van te worden. Soms was ‘t even windstil en dan kwamen er ineens geweldige rukwinden van de bergen af. Uit verschillende richtingen.

Ook in ons landje bij de zee kan 't flink stormen. Vooral in de herfst. Je hoort de waarschuwing voor de scheepvaart: noordwester storm, windkracht acht, negen, of nog hoger. Want 't is dan vooral op zee geen pretje.

Maar zo kan 't óók wel 's stormen in ons léven. En van binnen in ons hárt. Vooral in de oùderdom, in de hèrfst van ‘t leven. 't Kan stormen door zorgen en verdriet. Of omdat we gehandicapt zijn, we moeilijk kunnen bewegen, moeilijk kunnen praten. 't Kan stormen door een ziekte, die pijn zorgt of benauwdheid. 't Kan stormen omdat we 't nog zo zwaar hebben met 't gemis van onze man of vrouw, die gestorven is. En er bestaan niet alleen depressies in 't wéér. Die kunnen er ook in ons hárt zijn. Buien van depressiviteit, somberheid, neerslachtigheid. Buien die ons om zo te zeggen omver waaien, ons in elkaar doen duiken, koud en kil en nat. 't Gaat er niet altijd kalm toe op onze levenszee. 't Kan er spoken.

En dan denk je wel eens: wat me overkomt, die ziekte, die tegenslag, dat verdriet, heeft dat wel een doel, een betekenis, een zin? Zit daar de leiding van God wel achter? Of is 't stom, grillig toeval? Een puur wispelturig natuurverschijnsel? Zoals een diepe depressie die op zee ontstaat, storm veroorzaakt, en toevallig onze kant uitkwam?

Zo kon 't óók geweldig stormen op 't meer van Galilea. Dat meer ligt in een díep dal. Ruim 400 meter onder de zeespiegel. Maar er zijn vrij hóge bergen omheen. Denk je in, dat de felle zon een paar dagen stevig op 't water brandt. Ze verwarmt de lucht. Die stijgt omhoog. Zo ontstaat er een leegte. En dan kunnen onverwachts de koelere bergwinden zich naar beneden storten om die leegte op te vullen, vooral tegen de avond. Dan barst er een hevige storm los, waardoor de vissers, die uitvaren om 's nachts hun werk te doen, in hun bootjes worden overvallen. Een geváárlijke storm, omdat de wind uit alle richtingen komt en de golven geen vast patroon hebben.

Op 'n keer overkomt 't ook de vissers daar, die wij nog steeds kennen, omdat ze discipelen van de Here Jezus zijn. Ja, 't overkomt Jezus zélf, omdat Hij mét hen in 't schip is gegaan om 't meer over te steken.

Na een dag van preken en drukte van mensen om zich heen wil Jezus rust hebben. Hij zegt tegen z'n discipelen: laten we oversteken naar de overkant. En onder 't varen valt Jezus in slaap, op 't achterschip, tegen een kussen aan. Dus niets menselijks is Hem vreemd. Hij is in alles echt mens geworden. Tot en met onze gewone natuurlijke behoeften als honger, dorst, slaap. Wat dat betreft zit Hij hélemaal met ons in 't zelfde schuitje. Hij voelt wat wij voelen, tot vermoeidheid en slaap toe. Zo dicht komt in Jezus Gód bij ons. Zo zeer is in Jezus God mèt ons. Zo vertrouwd wordt Hij ons. Wat kunnen lichamelijke zwakheid, slapheid, oververmoeidheid, handicap, ziekte, veel bij ons teweeg brengen. Maar laat 't ons tot troost zijn: Jezus weet 'r alles van. Hij kan ons begrijpen, helpen. 't Is voor Hem niet vreemd. Want Hij had ook een zwak en broos menselijk lichaam, dat z'n slaap nodig heeft. In Jezus vaart een liefhebbende God mee in ons levensbootje. We zijn niet alleen. We hebben altijd iemand bij ons op 't achterdek. Een heel bijzóndere schepeling. De Here Jezus!

Maar wat we dan wèl weer vreemd vinden, is, dat Hij rustig blijft slápen, als er een storm op steekt. 't Vissersscheepje danst heftig op en neer, kraakt in z'n voegen. Door alle beweging en geluid zouden wij gelijk wakker zijn geschrokken. De storm is onheilspellend. Maar dat iemand dan rustig blijft slapen is eigenlijk nóg onheilspellender. 't Lijkt niet meer menselijk. Heerlijk, om zo kalm te kunnen blijven, zo ongestoord. Heerlijk om dwars door alles heen te kunnen slapen. Dat lukt óns meestal niet. Wij liggen al gauw wakker. Wij liggen al gauw te woelen, te piekeren, te vrezen als er stormpjes in ons leven zijn. Hoe kan Hij blijven slapen? Wat is 't geheim daarvan? Wat heeft Híj wat wíj dan meestal níet hebben?

Vinden we dat niet verderop, als Hij zegt: Waarom zijt gij zó bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof? Je kunt alléén zo slapen als je geen vréés meer kent, niet meer báng bent. Als je een onvoorstelbare innerlijke rust bezit, als je een vrede in je hart hebt, die door niets gestoord kan worden. Zelfs niet door oersterke krachten als levensdrift en doodsangst. En je kan die vrees alleen zijn kwijt geraakt door geloof. 't Geloof, waarmee je je totaal hebt toevertrouwd aan God de Vader, je je leven helemaal in zijn handen hebt gelegd. 't Geloof, waarmee je rotsvast weet, dat die God je geen ogenblik loslaat. 't Geloof, dat zingt: Ruwe stormen mogen woeden, alles om mij heen zij nacht, God, mijn God zal mij behoeden, God houdt voor mijn heil de wacht. En Jezus is hier de belíchaming van dat geloof. Laat dát geloof hier zien. 't Geloof dat in alles stand houdt. Hij is de ware gelovige. De voleinder van het geloof. Onze leidsman van het geloof.

En die hebben we hard nodig. Want wíj zijn vaak mijlenver van dat geloof verwijderd. Dat zien we óók aan de discipelen. 't Zijn ervaren vissers. Ze hebben al menig stormpje doorstaan. Maar nu wordt 't zelfs hèn te bar. De golven slaan in 't schip. Dat loopt vol. Er valt niet tegen te hozen. In paniek maken ze Jezus wakker. Meester, trekt Gij u er niets van aan, dat we vergaan?

Ach, die vraag stellen wij ook vaak. In ons bidden tot God vanuit de noden van ons bestaan. Gééft U niet om ons? Doet 't U niks, dat we zo in de rats zitten, zo bang zijn? Doet 't U niks, dat 't er niet zo best voor ons uitziet? Blijft u zo onbewogen als alles bij ons heftig beweegt door de stormen in ons leven? Slaapt U er in uw hoge hemel rustig doorheen nu ik in doodsangst verkeer? Ja, bestaat U wel echt? Is 't misschien toch alleen maar 't stomme toeval of 't harde noodlot van de natuur dat alles bepaalt?

En Hij, wakker geworden. Jezus wordt toch wakker. Maar waardoor? Niet door de loeiende storm, niet door de heftige bewegingen van 't bootje, niet door 't koude water dat binnenboord plenst. Daar trekt ie zich níks van aan. Maar wèl door de angstkreten van zijn discipelen. Daar trekt ie zich wèl wat van aan. Hij kan door álles heen slapen, maar níet door 't geroep van wie Hem nodig hebben. Oók niet door een verwijtend geroep. Door een geroep dat nog zo duidelijk van ongeloof getuigt. En angst verraadt. Dat hoort Hij echt. Daar wordt Hij klaar wakker van. Wees daarvan verzekerd. Ook in uw eigen nood, in de stormen van uw leven. Roep maar tot Hem. Schreeuw je angsten maar uit. Schreeuw je vragen, je twijfels, je ongeloof maar uit. Hij is wakker te roepen al denk je van niet.

En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en 't werd volkomen stil.

Nu kan je zeggen: een aardig verhaal, hoor. Maar híer geloof ik niks van. Even plotseling als zo'n storm op 't meer van Galilea opsteekt, gaat ie weer liggen en is 't wateroppervlak weer vlak. Laat dat nou nèt gebeuren als Jezus dit zegt! Ook toevallig! Maar een wonder? Nee hoor. Ik geloof alleen in de verklaringen van de weerman.

Maar je kan óók zeggen: néé, er is tóch méér dan dat. Er is ook nog wat daarboven uit. Er is een Redder van God die bij ons is en alles in de hand houdt. Er is een Verlosser, die alle machten naar zijn hand weet te zetten. Er is een Heiland, die uitkomst kan geven, ook in de grootste nood. Die zelfs raad weet met de grillen van de natuur en ons daarin niet alleen laat. Ja, laten we dát maar zeggen! En geloven!

Er staat dat Jezus de wind bestraft. Dat woord komt verder alleen maar voor, als Hij boze geesten bestraft. Storm en zee zijn hier dus krachten, die door de boze in dienst zijn genomen om zijn kwade werk aan ons mensen te doen. En zo ervaren we 't ook. Want we kunnen wel nuchter zeggen dat 't puur natuurverschijnselen zijn, maar als we d'r midden in zitten zien we er toch een groot kwaad in, dat ons bedreigt, bang maakt, waar we meer krachten achter voelen dan alleen natuurkrachten, ook kwade geestelijke krachten, die op onze ondergang uit zijn. Dan bidden we ook allemaal uit de nood van ons hart onze schietgebedjes. Here, help ons, wij vergaan. En kijk, dan is God er als beschermende en reddende macht, als schuilplaats in de grootste gevaren, als de garantie, dat we uiteindelijk niet verloren gaan. Dat heeft Hij in zijn Zoon, de Here Jezus bewezen.

We moeten deze geschiedenis ook lezen in verband met de volgende bijbelgedeeltes. De hulp aan de bezetene in het land van Gadara. De genezing van de bloedvloeiende vrouw. De opwekking van het dochtertje van Jaïrus. 't Is één blok verhalen, dat ons duidelijk wil maken, hoe de Here Jezus alle macht heeft. Macht over de natuur. Macht over de boze geesten. Macht over de ziektes. Macht over de dood. Er is geen kwaad, dat Hij niet kan overwinnen. Hij lijkt zwak, maar is de sterkste. Hij is de reddende Koning, ons door Israëls God gegeven. Hij is mens, onze medemens, al onze zwakheden kennend, en tegelijk is Hij God, heeft Hij goddelijke heerlijkheid en macht. Alle machten zijn aan Hem onderworpen. Horen Hem een keer zeggen: tot hier toe en niet verder. Hij doet de storm bedaren. De golven zwijgen stil. De woedende baren zijn effen op zijn wil.

En de wind ging liggen en het werd volkomen stil. Dat is de reddende macht van Jezus. Die kan 't weer stil maken in ons leven. Rustig, vredig, kalm, ook na de hevigste storm. Door een wonderlijke redding uit nood.

Ja, die zelfs zonder dat de uiterlijke omstandigheden altijd veranderen, die vredige stille rust in ons hart kan schenken. De vrede Gods die alle verstand te boven gaat. Als een vlakke waterspiegel.

Maar daar begint 't niet mee, met deze stille vrede. 't Begint met angst. Net als bij de discipelen. En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij zó bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof? Angst en vrees. Ze kunnen ons zo in hun greep krijgen. Soms vrezen we duizend vrezen tegelijk. We hebben angst voor een ziekte, 't ziekenhuis, kanker. Angst voor de dood. Diep in ons hart zijn we allemaal bange wezeltjes en angstige vogeltjes. Al laat de een zich daar wat eerder door meeslepen en ongelukkig maken dan de ander. En een mens lijdt dikwijls 't meest om 't lijden dat hij vreest en dat niet op komt dagen. Niet vrezend in de storm maar onnodig vrezend voor de storm, die uitblijft. Wat kan 't ons leven verzuren. Waarom? Vraagt Jezus. Waarom zijt gij zó bevreesd? Wat helpt 't? Wat schiet je d'r mee op? Je hebt alleen maar jezelf ermee. En hoe hebt gij geen geloof? Heb vertrouwen. Vertrouwen, dat ‘t leven góed is, omdat ‘t van Gód is. Vertrouwen, dat Hij over je waakt. Vertrouwen, dat Hij van je houdt en voor je zorgt. Vertrouwen, dat je ook nog in de grootste nood niet uit zijn handen valt. Vertrouwen, dat Hij nog de zwaarste stormen in je leven stil kan leggen. Vertrouwen, dat de overkant ook altijd bereikt wordt, er door Hem een behouden aankomst is. Waarom probeer je 't niet met geloof in Hem? Want dat geloof is 't beste wapen tegen angst en vrees. Dat vertrouwen houdt ons moedig, kalm en rustig. Rustig te midden van woedende baren. Het devies van Willem van Oranje, de vader des vaderlands. En Jezus zelf heeft ons dit alle vrees verjagende vertrouwen vóór geleefd, toen Hij in die storm op 't achterschip bleef slapen. Neem 't maar van Hem aan, dat 't echt 't allerbeste is om niet te vrezen maar te geloven, te vertrouwen. Vraag Hem hulp en kracht bij 't zoek en daarnaar. Hij is onze overste Leidsman en Voleinder van het geloof.

Stel je ervoor open, als Hij in je hart je angsten bloot legt, Hij je er op wijst, je er aan ontdekt, je je ervan bewust maakt. Want vaak beseffen we niet eens hoezeer angst ons leven stempelt en vergalt. Stel je ervoor open, als Hij 't je zacht en liefdevol verwijt, net als bij de discipelen: Waarom zijt gij zó bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof? Laat je door Hem tot dat vertrouwen opwekken. Ook door deze wonderlijk geschiedenis over Hem, die we overdenken.

Ja, dan zullen we echt merken, dat dit vaste geloof en vertrouwen een enorme positieve macht is, die in ons leven veel goed doet, die 't veel blijer en gelukkiger maakt. Een macht, die in ieder geval de stormen en golven van binnen in ons hart stil kan leggen. En dan zijn de stormen van tegenslagen van buiten in ons leven ook ineens veel minder zwaar dan ze leken, veel meer overkomelijk. Dan kunnen we met de Here zelfs alles aan. Dit is de overwinning, die de wereld overwint: ons geloof.

En 't vreemde is, dan houden we toch nog één vrees over. Een heilige vrees, een geweldig ontzag voor de reddende macht van God, die Hij ons in de Here Jezus liet zien. En zij werden bovenmate bevreesd en zeiden tot elkander: Wie is toch deze, dat de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn. Ze voelden 't door dit wonder: Jezus is niet zo maar iemand, Jezus heeft een geheim, een groot goddelijk geheim. Ze huiverden voor dat indrukwekkende geheim. Kijk, dat is niet meer de vrees van het ongeloof, dat gaat al veel meer lijken op de vrees van het geloof. De verbijstering over de grootheid en macht van Hem, die helpend en reddend bij ons is. Die ook in de zwaarste stormen met ons in 't zelfde schuitje zit. Die die stormen nota bene kan laten liggen. En met wie we de overkant zullen halen.
Al staat de zee ook hol en hoog
en zweept de storm ons voort,
wij hebben 's Vader Zoon aan boord
en 't veilig strand voor oog.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Liefdevol en genadig is de Heer,
hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Niet eindeloos blijft hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.
Psalm 103 : 8 en 9