Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Agenda

De Zondebok


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Zo zal die bok al hun ongerechtigheden op zich dragen naar een onvruchtbaar land en hij zal die bok in de woestijn vrij laten.

Het is een vreemd maar onmiskenbaar verschijnsel onder ons mensen, dat we altijd weer zondebokken nodig hebben. Mensen, op wie we de gezamenlijke schuld kunnen afschuiven. Onder kinderen, die in 't algemeen spontaner en eerlijker zijn, maar ook erg hard en onbarmhartig kunnen wezen, zie je dit het duidelijkst. Sommigen zijn voor hun leven psychisch verwond, hebben een minderwaardigheidscomplex en faalangst, omdat ze vroeger op school de zondebok van de klas waren. Ze lagen er bij de anderen uit. Ze werden geplaagd en uitgelachen. Ze waren ook vogelvrij verklaard. Je kon streken met ze uithalen, die je bij een ander niet durfde. En als je met elkaar iets had misdaan, kon je hen er de schuld van geven. Ook in bedrijven lopen wel zulke zondebokken rond. En gaat er iets mis in de maatschappij, dan wordt er ook naar een zondebok gezocht. Soms is dat een minister. Zijn hoofd moet vallen. En in de wereldsamenleving zijn maar al te vaak de joden de zondebok geweest. Zij kregen overal de schuld van. Zelfs van epidemieën en hongersnood. Schuld is net als afval en mest. Je probeert het kwijt te raken door het op één hoop te gooien op een nutteloze plaats.

Nu stamt het woord zondebok uit de bijbel. Op de grote Verzoendag moest de hogepriester Aäron zijn beide handen op de kop van een levende bok leggen en daarmee het dier met al de zonden van het volk belasten. Daarna werd het de woestijn in gejaagd. Een onleefbaar gebied. Het werd verstoten. En Israël voelde zich door deze symbolische handeling bevrijd van de zonden, die zij vol boete en berouw beleden hadden.

De kerk kent de lijdenstijd of de veertig dagen tijd. Dan denken we eraan, dat die ene jood, Jezus Christus, de grootste zondebok aller tijden is geweest. De bok, die het Lam was, dat de zonden der wereld wegdraagt. Het Lam Gods. Degene, op wie God zelf alle schuld legde. Al onze troep op één hoop en weg er mee. Aan het onleefbare kruis. De woestijn van de dood in.

Waarbij we ook wel mogen bedenken, dat alle zondebokken dat onvrijwillig zijn, behalve deze ene zondebok van de ganse wereld, ook van u en mij. Hij onderging dat alles vrijwillig uit liefde tot ons.

Wat een zware weg moest Hij gaan. En zo volstrekt eenzaam, door God en mensen verstoten. Laten we in deze tijd dat verzoenend lijden recht betrachten. En dat houdt allereerst in, dat ook wij moeten doen, wat de Israëlieten ter voorbereiding van de grote Verzoendag deden: met spijt en verdriet denken aan de geestelijke afval, die we dagelijks achterlaten. Alle fouten, tekorten. Alles, wat we zeiden, maar hadden moeten verzwijgen. Wat we verzwegen, maar hadden moeten zeggen. Alles, wat we deden, maar hadden moeten nalaten. Wat we nalieten, maar hadden moeten doen. Alle verkeerde gedachten, die in Gods oog niet vogelvrij zijn. Niet het volk legde de handen op de bok, maar de hogepriester deed dat namens God. Zo gaat het er om, dat wij niet zelf de schuld van ons afschuiven naar wat voor zondebok ook, maar dat we die schuld in alle oprechtheid belijden. Dan is God degene, die ons ervan bevrijdt door de hand op Zijn Zoon te leggen.

In diep berouw om wat ik heb misdreven,

om al wat ik lichtzinnig heb betracht,

om al de dagen van dit korte leven

die ik in liefde onnut heb zoek gebracht,

kom ik, o Heer, die 't stugste hart verzacht,

ja warmte zelfs aan sneeuw en ijs kunt geven,

die blij en licht de zware smartendracht

voor allen maakt, die U zijn trouw gebleven,

kom ik tot U gevlucht, o reik me uw hand,

red me uit de maalstroom, nimmer toch verwerven

mijn eigen krachten ooit de oeverrand.

Gij hebt, Heer, voor ons allen willen sterven,

Uzelf als losprijs voor ons heil verpand:

O goede Herder, laat mij niet verderven.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
Psalm 139 : 23 en 24