Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Agenda


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Daniël 2 : 31 - 49

Uitleg van de droom

Gemeente des Heren,

Dromen zijn bedrog. Zo was het voor honderd jaar en zo is het nog. Dromen zijn bedrog, droomt men te zijn een heer, men is een schooier toch.

Zulke oude volksrijmpjes spreken duidelijke taal. Dat niemand voor de waarheid van een droom zijn hand in het vuur durft te steken. En er zijn nog meer woorden, die een scherpe tegenstelling suggereren tussen droom en werkelijkheid. Als zoonlief iets vraagt, waar papa fel tegen is, zegt de laatste: dat had je gedroomd. En als je iets vertelt, wat niet klopt, kan je als antwoord krijgen: ik zal je wel even uit de droom helpen.

En toch is er ook steeds beweerd, dat dromen allesbehalve bedrog zijn. Dat ze juist wel waar zijn, zelfs een heel diepe waarheid bevatten. Ze ons iets vertellen van de verborgen werkelijkheid achter de zichtbare werkelijkheid. Sigmund Freud, de grondlegger van de psychoanalyse, wat plat gezegd, de eerste zielenknijper, heeft een grote wetenschappelijke studie aan de droom gewijd en het bracht hem tot de mening, dat er veel wensen bij ons leven, die we in ons geweten afkeuren en veel gedachten, waar we bang voor zijn en dat we die wensen en gedachten daarom naar ons onderbewustzijn verdrongen hebben, maar ze langs een omweg, via een droom, toch weer in ons bewustzijn binnen weten te dringen. En er doen toch altijd weer verhalen de ronde van mensen, die iets dromen, wat later precies uitkomt of wat op hetzelfde moment aan de andere kant van de wereld geliefden overkomt. En wordt niet in alle godsdiensten de droom gezien als het middel, dat goden, voorouders of geesten gebruiken om ons mensen iets bekend te maken? Dromen onthullen de verhulde werkelijkheid. Dromen vertellen de waarheid achter de waarheid. Dromen laten ons de dingen zien, die dieper en hoger zijn dan wat onze ogen in wakende toestand waarnemen.

Ook in de bijbel is de droom openbaringsmiddel, gebruikt God vaak de droom om ons een boodschap door te geven, om vergezichten te tonen, die we normaal gesproken niet zien, om ons iets te laten aanvoelen van de goddelijke diepte die de wereld en ons leven draagt en de goddelijke hoogte, die de wereld en ons leven overkoepelt en leidt. Er is meer tussen hemel en aarde dan wat we in ons oppervlakkig leventje van elke dag opmerken. Er zijn bovenmenselijke krachten bezig. Er worden eeuwen omspannende lijnen getrokken. Er wordt een goddelijk raadsplan uitgevoerd. En de droom is het venster, waardoor God ons soms iets daarvan laat zien.

Wat zijn voor de Jozef van het oude en de Jozef van het nieuwe testament dromen belangrijk geweest in de weg, die de Here met ze ging. En op het Pinksterfeest vermeldt Petrus het openbarende werk van de Heilige Geest met de woorden van Joël: uw jongelingen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen. Nee, niet elke droom is van God en niet elke uitleg is van God. Maar er zijn dromen en uitleggingen, die God als een soort buitengewone telefoonlijn gebruikt om zijn boodschap aan een mens en zo aan de wereld door te geven.

Zo ook de droom van Nebukadnezar. De droom, die hem onrustig maakt, waarvan hij wakker ligt. Niemand van zijn wijzen kan hem tekst en uitleg geven, maar Daniël wel omdat er een God in de hemel is, die Hem deze verborgenheid openbaarde. Gij, o koning, had een gezicht en zie, er was een groot beeld. Het was hoog en buitengewoon glanzend. Toen het zo vóór u stond, was de aanblik zelfs schrikwekkend.

Het is het beeld van rijken, machten en culturen. Wat de mensheid tot stand brengt in achtereenvolgende wereldrijken en beschavingen, is ook enorm. Is ook groot en hoog. Wekt ook indruk en verbazing. Denk maar aan het oude China en Japan, aan Babel zelf, aan de Azteken in Zuid-Amerika, aan Egypte, Griekenland, Rome. Hoe meer je van deze machten en culturen leest of er programma's over ziet voor de t.v., hoe meer ontzag je krijgt voor de prestaties, die al in de verre oudheid zijn verricht. Verfijnde en schitterende edelkunst. Imposante en schone bouwkunst. Wetenschappelijke en diep ontroerende schrijfkunst. Fraaie schilderkunst en beeldhouwkunst in hout en steen. Knappe krijgskunde op militair terrein. Knappe bestuurskunde. Anders konden zulke immense rijken, bestaande uit verschillende volken en zich uitstrekkend over grote gebieden met slechte verbindingen, nooit opgebouwd en soms lang in stand gehouden worden.

Wat heeft de Schepper ons toch rijke talenten op allerlei terrein gegeven. Wat is de mens, zegt psalm 8. Gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt, hem met eer en heerlijkheid gekroond. Gij doet hem heersen over de werken van uw handen. Alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd. Wat is de mens? Tegelijk zeggen we: wat is God, die hem met zoveel gaven en mogelijkheden geschapen heeft. O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw Naam op de ganse aarde. Als we ons met ontzag en verbazing verwonderen over de toppunten van de menselijke prestaties, verwonderen we ons dan ook over God? Maken we Hem groot?

Dat geldt ook van het beeld dat we vóór ons hebben van de huidige wereld en beschaving. Wat is er niet tot stand gebracht op medisch vlak, op technisch gebied. Ik denk aan de ruimtevaart, de computers en chips, de telecommunicatie. De modernste apparatuur glanst je toe. Alles is even groot opgezet en hoog ontwikkeld. Het wereldbeeld van nu is een indrukwekkend beeld. Maar tegelijk is het een schrikwekkend beeld, zoals het beeld dat Nebukadnezar zag behalve groot, hoog en buitengewoon glanzend ook schrikwekkend was. Je krijgt de radioactieve deeltjes van een verongelukte atoomcentrale in Tsjernobil in je achtertuin. De gevaarlijkste chemische stoffen, die de natuur niet zelf maakt, dus ook niet zelf afbreekt, liggen onder de vloer van je nieuwbouwwoning. Je ziet het beeld van een ontploffend ruimteveer met mensen er in. Je ziet het beeld van door oorlogsgeweld verminkte mensen. Je ziet het beeld van een neergestort vliegtuig. Je ziet het beeld van de modernste mitrailleurs, van Exorcetraketten en kruisraketten. Je ziet het beeld van verkeersslachtoffers. Je hoort hoe snel de energiebronnen als aardgas en olie op raken. Je leest, dat de industriële vervuiling de ozonlaag rond de aarde aantast, die de gevaarlijke stralingen van de zon tegenhoudt en zonder welke er geen leven mogelijk is. Steken we als een struisvogel de kop in het zand? Denken we dat het wel mee zal vallen? Genieten we van alles en zeggen we: na ons de zondvloed? God laat ons vandaag een indrukwekkend, maar ook een schrikwekkend beeld zien. Het is goed en heilzaam om er van te schrikken. Het is niet best wat wij met Gods goede schepping doen. Niet best, wat we elkaar soms aandoen ter wille van politieke invloed, militaire macht, economische rijkdom. En we zijn er allemaal verantwoordelijk voor. Dragen er allemaal de collectieve schuld van. Een christen mag zich in ieder geval niet aan die verantwoordelijkheid onttrekken, de schuld van zich afschuiven. Het zal alles een zaak van ons hart en ons gebed moeten worden en een zaak van goed ethisch handelen.

Hoe gaan we met de grondstoffen van deze aarde om? Typisch, dat zo uitgebreid wordt vermeld uit welke grondstoffen het beeld is opgebouwd. Goud, zilver, koper, ijzer en leem. Ze zijn alle eeuwen door door de mens bewerkt en het gebeurt nog. De ontdekking en het gebruik van zulke stoffen hebben soms tot geweldige sprongen in onze ontwikkeling geleid. Er zijn hele tijdperken naar genoemd. Het stenen, koperen, bronzen tijdperk. We zouden er nu olie, gas en uranium aan toe kunnen voegen. Wat moeder aarde ons allemaal biedt aan rijkdommen, vormt het materiaal, waarmee de mensheid zijn beschavingen heeft opgebouwd. Maar we mogen ons wel steeds afvragen: gebruiken we die stoffen ten goede of ten kwade? Wat voor beeld scheppen we er mee? Niet alleen indrukwekkend en glanzend, maar ook schrikwekkend? Het is prachtig wat onze handen van aardse grondstoffen kunnen maken, mooi en kunstzinnig, nuttig en praktisch, gemak en luxe biedend. Maar het is soms ook gevaarlijk. Bedreigend voor aarde, mens en dier. Daniël zegt in de uitleg van de droom tegen Nebukadnezar: God heeft de mensenkinderen, waar zij ook wonen, maar ook de dieren des velds en het gevogelte des hemels in uw hand gegeven. En Hij heeft u gemaakt tot een heerser over die alle. Menselijke macht is dus bijvoorbeeld ook macht over de dieren. En God zeide: laat ons mensen maken, naar ons beeld, onze gelijkenis, en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee en het gevogelte des hemels en over het vee. Hoeveel diersoorten zijn al niet uitgestorven door de milieuverontreiniging, die wij mensen veroorzaakt hebben? Hoeveel dieren zijn niet door mensen mishandeld? Ik zeg niet, dat ze nooit voor proeven mogen worden gebruikt of voor voedsel mogen dienen, maar er zijn grenzen aan wat we dieren mogen aandoen en soms worden die gruwelijk overschreden. Hoe gaan we met onze medeschepselen om?

Misbruik van de grondstoffen en de dieren verraadt trouwens, dat het ons doel niet meer is om God er mee te eren, maar we ter ere van ons zelf bezig zijn. Niet voor niets ziet Nebukadnezar de opeenvolging van aardse rijken in de vorm van een beeld. We vergapen ons aan wat de mens heeft bereikt aan macht, kennis, rijkdom. We klampen er ons aan vast. Aanbidden het. Raken er bezeten van. Het wordt een afgod, die ons in zijn netten heeft en ons meesleept. We zijn dan niet meer koning der schepping maar slaaf van afgoden en daardoor zijn we het zicht op God kwijt en ook de rechte verhoudlng tot de dode en levende natuur om ons heen. Laten we toch oppassen, dat we van al onze verworvenheden geen afgodsbeeld maken. Het gebeurt zo gauw. Misschien heeft daar de leegloop van de kerken ook wel mee te maken. De ware God is ingeruild voor de afgodsbeelden van deze tijd.

Verder valt op, dat het beeld uit verschillende elementen bestaat. Het lijkt één geheel, omdat het een mens uitbeeldt, maar de verschillende grondstoffen die meestal ook slecht aan elkaar te voegen zijn, maken het tot iets onsamenhangends. Daniël legt het uit als de opeenvolging van de koninkrijken. Wat het ene rijk heeft opgebouwd, breekt het andere af of die gebruikt het voor eigen machtlust en hebzucht. Er is weinig band en samenwerking, juist veel strijd en concurrentie tussen de machtsblokken. En zo was en is de wereldvrede helaas ver te zoeken. De mensen liggen met elkaar overhoop. Men klimt over de rug van anderen. Bouwt op de ruïnes van anderen. Ook daarin zien we de zonde.

Daniël geeft nog een beschrijving van de verschillende rijken. Het gouden hoofd is het rijk van Nebukadnezar. En de profeet vertelt er moedig bij, wie alles leidt en bestuurt en wie de koning al die macht gegeven heeft. Gij, o koning, zijt een koning der koningen, want de God des hemels heeft u het koningschap, macht, sterkte en eer gegeven. Het zou goed zijn, als de groten der aarde het steeds te horen kregen, dat ze nog een vorst boven zich hebben, dat zij uiteindelijk niet de touwtjes in handen hebben, dat zij ook afhankelijk zijn van en verantwoording verschuldigd aan de grote Opperheer. Misschien dat dat veel onrecht en oorlogsgeweld zou voorkomen.

Het rijk van zilver zal wat geringer zijn. Het rijk van koper zal over de hele aarde heersen. Het vierde rijk zal ook zo hard en wreed zijn als ijzer. Het zal vijand en onderdaan vermorzelen. Het rijk van ijzer en leem zal gedeeld zijn. Er zullen wel huwelijksbanden zijn tussen de regerende families, maar een hechte eenheid zal het niet worden.

De uitleggers verschillen van mening over welke rijken nu concreet worden bedoeld. Ze noemen dat van de meden en de perzen, de grieken en romeinen, Alexander de Grote, wiens rijk inderdaad na hem werd verdeeld tussen twee verwante families, de Seleuciden en Ptolemaeën. Het doet er voor de verkondiging niet zoveel toe. Wel is van belang de neerwaartse lijn op te merken, van goud naar leem. Wij spreken graag van evolutie, ontwikkeling, voortgang. Maar het kon in de ogen van de Here God wel eens net andersom wezen. Een verdere verwijdering van Hem. Een verdere ontwrichting van de mensheid en de schepping. In ieder geval valt het beeld op door zijn innerlijke zwakte. Het is een reus op lemen voeten. Okke Jager, toch waarlijk geen pessimist onder de theologen, schreef in een meditatie over dit beeld: het diepste wezen van de wereldmachten is hun ingebouwde aftakeling. Door de zonde en de vervreemding van God zit het verderf er bij ons ingebakken. Het is allemaal maar zwak en broos, al lijkt het heel wat. We staan op wankele voeten, met elkaar als mensheid en ieder afzonderlijk.

En hoe wankel wel, blijkt uit het vervolg van de droom, dat heel verrassend is. Er raakt een steen los uit het rotsgebergte. En die rolt naar beneden. Het gebeurt zonder toedoen van mensenhanden. Er komt geen mens bij te pas. Een wonder! En die steen treft dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem en die hele grote kolos valt met donderend geweld ter aarde. Alles waaruit het beeld gevormd was, wordt verbrijzeld. Het wordt stof, dat door de wind wordt weggevoerd, als het kaf van de dorsvloer. Maar de steen wordt tot een grote berg en wel zo, dat hij de gehele aarde vult.

Daniëls uitleg van deze vreemde droombeelden is niet voor misverstand vatbaar. Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan. Het is dus het Koninkrijk van God. Gods rijk van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. En dat is in Jezus Christus nabijgekomen. Het is dus vooral nu, tussen de eerste en tweede komst van Christus een spannende tijd, een tijd, die zindert van de geweldige dingen, die staan te gebeuren. De steen is losgeraakt en aan het rollen, dendert op ons af. De tijd is kort, zegt Paulus. De gedaante van deze wereld is bezig te verdwijnen. De grote dag des Heren kan elk noment aanbreken. De klap kan ieder moment vallen, die van de botsing tussen de steen en het beeld. Want wat eenmaal aan het rollen is, kan door niets en niemand worden tegengehouden.

Hoe is die steen zo losgeraakt? Zonder toedoen van mensenhanden. Dat Koninkrijk is echt Gods werk, geen mensenwerk. Het wordt zo vaak in de profetieën gezegd. God zelf zal recht gaan spreken tussen volk en volk. God zelf zal een teken geven: Immanuël. God zelf zal de vervallen hut van David weer oprichten. God zelf zal een nieuw verbond oprichten en de stenen harten van mensen in vlezen harten veranderen. God zelf zal dus weer vrede en gerechtigheid schenken. De ijver van de Here der heerscharen zal het doen en geen menselijke ijver.

God zelf is ook in zijn Zoon naar de aarde neergedaald om zijn Rijk te vestigen. Jezus is geen vrucht van mensen, maar vrucht van de overschaduwing door de kracht van de Allerhoogste en ontvangen van de Heilige Geest. Het is alles Gods genadig werk. We kunnen er niets aan toe en aan af doen. Die heerlijke tijd van vrede en heil in Gods Koninkrijk, die vanuit de toekomst op ons afkomt, is door God zelf aan het rollen gebracht en is niet het toppunt van menselijke evolutie en menselijke prestaties.

Dat Koninkrijk is ook heel anders als de aardse rijken. Je ziet het al direct aan de vorm en uiterlijke verschijning, die het in onze droom heeft. Geen indrukwekkend en schrikwekkend beeld, maar een steen. Daar is niets interessants en moois aan te zien. Het kan ons niet imponeren. Het heeft geen uiterlijke pracht en schoonheid. Het is onopvallend en verborgen. Het komt zelfs door het werk van een Man van smarten, die gestalte noch luister had, dat we hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat we hem zouden hebben begeerd. Het komt door een geplaagde, mishandelde, gestrafte, gekruisigde. Het is de steen, die de bouwlieden verworpen hebben.

En toch is het zaak om onze blikken af te wenden van dat geweldige beeld en te vestigen op die onooglijke Jezus. Toch is het zaak om ons te bekeren, ons hart en onze zinnen niet meer te richten op wat deze wereld biedt, ons niet aan de beelden van deze wereld te vergapen, maar dat nabije koninkrijk der hemelen te verwachten. Toch is het zaak om bij deze Jezus hulp, heil en vergeving te zoeken. Om ook open ogen te krijgen voor de tekenen, die op de komst van dat Rijk wijzen, en daar zelf ook actief bij betrokken te raken. Die stille tekenen van hulp en troost. Barmhartigheid en liefde. Vrede en recht. Vrijheid en geluk. Die stille tekenen van lofprijzing, dankzegging, van gemeentezang, van gemeentewerk. Van concrete dagelijkse gehoorzaamheid aan Gods geboden. Van een stil vertrouwen op Gods beloften. Die hand op de schouder van een zieke. Dat eenvoudige bemoedigende woord voor wie in de put zit. Die verzoenende zoen toen er iets was uitgepraat. Die stille voorbede voor je kinderen. Dat vrijwilligerswerk voor een goed doel. Dat bezoekje, namens de kerk of zo maar uit je zelf. Geen zaken, waar de wereld van ondersteboven is. Maar wel zaken, waar de wereld van ondersteboven zal raken. Want de steen zal het beeld verbrijzelen. Zó radicaal, dat er niets van overblijft. De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, is tot een hoeksteen geworden. Van de Here is dit geschied en het is wonderlijk in onze ogen. Wie op deze steen valt, zal verpletterd worden en op wie hij valt, zal hij vermorzelen. Het rijk van Christus zal zich eens als een vernietigend oordeel over de rijken van deze wereld uitstorten. Alle mensenwerk, tot in de wortels door de zonde aangetast, zal worden weggevaagd. De bijbel is daar heel radicaal over. Daarom is het zaak, dat we nu al Gods Woord over dat Rijk beeldenstormend en beeldenverbrijzelend in ons leven laten werken. Dat door dat Woord eigen trots en hoogmoed wordt afgebroken. Dat we zo de beperktheid en ontoereikendheid van menselijke macht en rijkdom gaan inzien. Om het even hard te zeggen: de oude Adam moet aan gruizels en als stof worden weggevaagd door de wind van Gods Geest.

Maar het is natuurlijk geen afbraak alleen, ook opbouw. Het uiteindelijke doel van de steen is niet om te vernietigen en een leegte achter te laten maar om ruimte te maken voor zichzelf. Maar de steen werd tot een grote berg, die de hele aarde vulde. Dat vrederijk van God zal op de hele wereld beslag leggen en over alle volken, die nu nog zo vaak in strijd verwikkeld zijn, zijn uitgebreid. Het zal nog uitgestekter zijn dan het immense rijk van Babel. Want de God van Israël is de enige en universele God en Hij heeft aan zijn Zoon alle macht gegeven in hemel en op aarde. Hier komt de zending in het gezichtsveld. Overal mogen en moeten mensen worden opgewekt om zich bij koning Jezus aan te sluiten. In het vertrouwen en het uitzicht, dat de berg eens heel de aarde vullen zal. Dat eens in de naam van Jezus zich alle knie zal buigen en alle tong zal belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God de Vader.

Een berg is ook symbool van vastheid, stevigheid en lange duur. Gods koninkrijk is dus niet alleen eindeloos uitgebreid, maar zijn heerschappij verduurt ook d' eeuwigheid. Het zal niet meer naar een ander volk overgaan. Het zal alle koninkrijken te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.

Wilt u voor altijd stevige grond onder de voeten? Neem dan tot deze Verlosser uw toevlucht. Alleen op deze berg des Heren zal ontkoming zijn. Ik hoop niet, dat we handelen als Nebukadnezar, die wel diep onder de indruk is van Daniëls woorden, die zelfs vol aanbidding op zijn aangezicht valt en dat is heel wat voor deze als god vereerde vorst, die beveelt om spijs- en reukoffers te brengen, die de God van Daniël de God der goden en de Heer der koningen noemt, die Daniël met rijke geschenken overlaadt en een zeer machtige en eervolle positie geeft, maar die het toch eigenlijk weer meer van Daniël zelf, dus van een mens, dan van de God van Daniël verwacht, want hij aanbidt Daniël en wil voor hem laten offeren, en die blijkens het vervolg van het boek later toch geen haartje veranderd blijkt te zijn.

Dat onze aanbidding en offers toch echt mogen zijn en echt voor de Here bestemd. Dat onze belijdenis toch uit het hart mag komen en echt een belijdenis van de Here mag wezen. Dat Gods Woord, ook dat van vandaag, ons toch echt geraakt mag hebben, bekeerd mag hebben, ons een nieuwe kijk op de wereld en haar geschiedenis mag hebben gegeven, ons nieuw geloof in Jezus en een nieuwe hoop op zijn Koninkrijk mag hebben geschonken. Dan zijn we in deze dienst uit de droom geholpen. Uit de droom...geholpen. Amen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

De Heer is genadig en rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
de Heer beschermt de eenvoudigen,
machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.
Psalm 116 : 5 en 6