Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Agenda

Waanzin van Nebukadnezar

William Blake 1757 – 1827
Nebukadnessar
kopergravure, gekleurd met pen, inkt en waterverf (45 × 62 cm) — 1795
Tate Britain, Londen


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Daniël 4 : 1 - 37

Droom en waanzin van Nebukadnezar

Gemeente des Heren,

Ook had de Here God een hof geplant in Eden en de boom des levens in het midden van de hof. Dus de boom als symbool van het leven. Niet zo vreemd. Want een boom leeft zelf, biedt leven en trekt leven aan.

Een boom leeft zelf. En het is een teken van zijn levenskracht, dat hij heel groot en oud kan worden. Soms zie je reuzen met een metersdikke stam. Het is ook een teken van zijn levenskracht, dat hij na de winter, waarin hij kaal en dood is, weer tot leven komt, nieuwe blaadjes krijgt.

Een boom biedt ook leven. Want zijn bladeren hebben vaak genezende werking, werden vroeger als medicijn gebruikt tegen levensbedreigende ziektes. Maar vooral zijn vruchten zijn voedsel, levensmiddel voor mens en dier.

Een boom trekt ook leven aan. De vogels nestelen er in en de velddieren schuilen eronder, vinden er een schaduw tegen de hitte van de zon.

Zo is de boom al van ouds symbool van het leven. In veel graven, tempels en kerken is de levensboom gestileerd afgebeeld, met grote vruchten eraan, vogels erin en dieren eronder. Het lijkt wel een soort oergegeven in ons menselijk onderbewustzijn. Net of er van de levensboom in de hof nog een vage herinnering overbleef. In godsdiensten komt het weer tot bewustzijn. En ook in dromen komt het weer boven.

Dat zien we bij Nebukadnezar. Ik zag: er stond een boom midden op de aarde. Dus als centrum van alle bestaan, waar alles omheen draait en van uit gaat. Die boom is groot en sterk en zijn hoogte reikt aan de hemel. Hij is ook te zien tot aan het einde der aarde. Allemaal even overweldigend en indrukwekkend. Zijn loof is schoon. Zijn vruchten zijn overvloedig. Ze bieden genoeg voedsel voor iedereen. Het gedierte des velds vindt onder hem schaduw en de vogelen des hemels nestelen in zijn takken. Nebukadnezar droomt zo van zichzelf, van zijn macht en zijn rijk. Maar het is best een aardige droom, waaruit blijkt dat de koning hoge en mooie idealen heeft. Hij wil iedereen echte levenskansen bieden. Hij wil, dat in zijn rijk iedereen van het volle leven geniet. Hij wil dat zijn koningschap zegenrijk is, heilzaam, vruchtbaar, beschermend. Hij ziet zich in de rol van een soort vader des vaderlands, die ruim en mild voor voedsel, kleding en onderdak zorgt voor al zijn onderdanen. En ook voor vrede, welvaart en geluk. Mooier kan een staatsman toch niet dromen? Betere idealen kan hij toch niet hebben? Hij spreekt dat ook uit aan het begin van zijn proclamatie: Koning Nebukadnezar aan alle volken, natiën en talen: uw vrede zij groot. En hij constateert met genoegen, dat hij er in zijn persoonlijk leven al aardig in is geslaagd om het waar te maken: ik, Nebukadnezar, bevond mij rustig in mijn huis en in goede welstand in mijn paleis. Groenende, staat er letterlijk. Dus als een boom, die bezig is blad te krijgen.

Daar zag ik een droom. Ach, hebben we niet allemaal zulke dromen en idealen? De liberaal, de socialist, de communist, de moslim en de hindoe, maar ook de christendemocraat en de staatkundig gereformeerde, we dromen allemaal zo van onze eigen levensboom. We hebben allemaal zo ons eigen droombeeld voor ogen van een heilstaat vol welvaart en welzijn. En we zijn blij en trots als we daar iets van kunnen waar maken, al is het alleen maar in ons eigen leven. En helemaal als we ons behaaglijk kunnen nestelen in het weelderig loof van luxe en gemak, als de rijpe vruchten van de welvaart binnen plukbereik hangen en als de boom van onze kennis en macht tot aan de hemel reikt. Want niet alleen grote wereldmachten, maar ook wij zelf, we hebben allemaal ons persoonlijk levensboompje. En we zorgen er goed voor, dat hij groeit en bloeit en vrucht draagt, en we er de vruchten ook van kunnen plukken. We zoeken er beschutting in, een warm nestje om ons veilig en behaaglijk in te voelen. We zoeken er plezier in, zoals de kwetterende vogeltjes in een boom doen. We hopen, dat ons boompje ook steeds sterker, groter en hoger wordt door verbetering van onze maatschappelijke positie. Dat gaat wel eens ten koste van een ander maar zo zit het leven nu eenmaal in elkaar en er zijn er ook weer die er van profiteren: je gezin, je werknemers, de zakenlui die jou tot klant hebben. Nebukadnezar droomt zelfs, dat al wat leeft door zijn boom gevoed wordt. Wat is er op tegen om het leven zó te zien en daar ook naar te handelen? Zo gaat het toch? En het gaat niet eens zo slecht! En je droomt, dat het later nóg beter gaat, je werkt daaraan.

En tóch, toch wordt het ineens een boze droom, een nachtmerrie. Ik zag verder in de visioenen op mijn bed, en zie, een wachter, een heilige, daalt uit de hemel neer en hij roept luid: houw de boom om en kap zijn takken. Stroop zijn loof af en verstrooi zijn vruchten. Zodat de dieren van hem wegzwerven en de vogels uit zijn takken vliegen. Vanuit de hemel gezien gaat het blijkbaar niet zó goed met onze levensbomen. Inspectie van boven leidt tot de roep: omhakken! Want ze zijn een gevaar voor het milieu. Ze hebben zich te groot en te breed gemaakt, waardoor ze ander leven verstikken en verdringen. Ze zijn innerlijk ziek en rot. Ze zijn te topzwaar. Straks waait een storm hen omver en richten ze grote schade aan. Omhakken!

Gemeente, dat is het oordeel over de machten van deze wereld en over ons. Het oordeel van de hemelse wachter, die waakt over zijn schepping. Het oordeel van de heilige, die wil, dat mens en wereld ook heilig zijn, gezond en rein. Conclusie in het rapport van de hemelse inspectiedienst over onze levensboom: Hak zijn stam om, kap zijn takken af, stroop zijn loof af. En een wachter, een heilige, daalt uit de hemel neer om dat luid te roepen. Daarbij denk ik aan alle profeten van het oude en nieuwe verbond, aan alle Godsgezanten en predikanten, die op aarde Gods oordeel moesten en moeten aankondigen. Daarbij denk ik aan de waarschuwende en ontdekkende kant van de prediking. Aan met name Johannes de Doper, die het in alle scherpte met kracht moest roepen: de bijl is al aan de wortel van de bomen gelegd. Elke boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. De bijl ligt al aan uw en mijn levensboom. Er hoeft maar weinig te gebeuren of de eerste slagen klinken om de boom te vellen. Dat is verontrustend en schokkend nieuws. Het komt omdat onze bomen verziekt zijn door de zonde, tot in het merg aangetast door het kwaad. Omdat de vruchten eraan niet goed zijn. Omdat de Here ook van ons moet zeggen zoals Hij bij monde van Jesaja in het lied van de wijngaard over Israël zei: Ik had mogen verwachten dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar het werden wilde. Ik verwachtte goed bestuur, maar zie het was bloedbestuur. Rechtsbetrachting, maar zie het was rechtsverkrachting. Er is zoveel onrecht en zo weinig eerlijkheid. Zoveel nemen en zo weinig geven. Zoveel eisen en zo weinig gunnen. Er is zoveel onverschilligheid en zo weinig barmhartigheid. Zoveel haat en zo weinig liefde. Er is zoveel zelfzucht en baatzucht. Zoveel machtlust en wellust.

Zie toch, aan alle zijden plant
zich het onrecht voort,
het bloeit haast ongestoord,
niemand komt tussenbeide.

Het plant zich ook in ons persoonlijk leven voort en bloeit ook daarin ongestoord. Ons levensboompje ziet er vanbuiten misschien wel aardig uit, maar hoe is het met het binnenste van de stam en de wortels? Dat we door Gods woord en Geest toch geopende ogen mogen krijgen voor de ware toestand van de wereld en ons zelf, zoals de wachter en heilige in de hemel er ook tegenaan kijkt. Dat het ons tot schaamte en schuldbesef mag brengen. En tot bekering. Weet u, de Here is zo goed, dat Hij zijn oordeel nooit onverwachts laat komen, maar altijd van te voren waarschuwt en de gelegenheid tot bekering biedt, waardoor de straf kan worden afgewend. Nebukadnezar krijgt ook van tevoren deze waarschuwende droom en de waarschuwende uitleg van Daniël. En het is echt niet zo, dat wat die droom tevoren aanduidt, zich onherroepelijk als een noodlot zal voltrekken. Als we over één ding niet heen mogen lezen, zijn het wel de volgende woorden van Daniël: Daarom, o koning, laat mijn raad u welgevallig zijn: doe uw zonden teniet door rechtvaardigheid en uw ongerechtigheden door erbarming jegens ellendigen. Dan is er mogelijk verlenging van uw rust. Denk ook aan de verbijstering van Daniël, en zijn moeite om die nare uitleg te moeten geven. Dat zegt iets van Gods knecht. Maar ook van God zelf. Hij heeft geen lust in de dood van de zondaar, maar daarin, dat deze zich bekeert en leeft. Het Boek Jona vertelt ons ook duidelijk: God wil niets liever dan dat zijn eigen oordeelsaankondigingen niet voltrokken hoeven te worden omdat men zich tijdig bekeert. Het wordt te voren verteld, dat de bijl al aan de wortel ligt en eens het bevel klinkt: omhakken. Dus als het gebeurt, zal het geen noodlot zijn, maar schuld wegens uitblijven van bekering. En daarom:

grijp toch de kansen, door God u gegeven.
Kort is uw zijn hier, de tijd snelt daarheen.
Geef dan uw tijd niet aan ijdele zorgen.
Help hen, die vielen, breng troost in hun smart.
O, laat uw licht schijnen, blij als de morgen.

Echt, het is pijnlijk om het tevoren te moeten vertellen. Wee, de dominee, die denkt: wat ben ik toch goed rechtzinnig met mijn woorden over zonde en oordeel. Gezegend de dominee, die de verbijstering van Daniël kent, omdat de zondigheid en het oordeel aangezegd moeten worden. Maar het is heilzaam om het tevoren te weten. Gezegend de gemeente, die er naar luistert, haar zonde ontdekt en zich bekeert. Wee de gemeente, die er niet van onder de indruk raakt of al gauw over de schrik heen is en de waarschuwing vergeet. Alles bij het oude laat. Want de zonden moeten een keer worden te niet gedaan. Doen we het niet zelf, daartoe opgewekt door Woord en Geest, dan doet de Here het.

Dat zien we ook bij Nebukadnezar. Hij slaat de waarschuwing in de wind. Is de droom al gauw vergeten. Hij denkt er in de verste verte niet aan om met zijn zonden te breken, maar is juist druk met wat hij in zondige hoogmoed heeft opgebouwd. Na een jaar wandelt hij op het platte dak van zijn paleis. Hij kijkt rond over die enorme stad. Ziet alom imposante bouwwerken, die hij zelf heeft laten bouwen als bewijs van zijn macht en rijkdom, tot verheerlijking van zichzelf. Zelfs elke baksteen in al die gebouwen vertoont de afdruk van het zegel van de koning. En trots zegt hij: is dit niet het grote Babel dat ik gebouwd heb? Maar hij is nog niet uitgesproken of een stem uit de hemel valt hem in de rede. U wordt aangezegd, o koning Nebukadnezar: het koningschap is van u geweken. Men verstoot u uit de gemeenschap der mensen en uw verblijf is bij het gedierte des velds. De koning wordt geestesziek, verliest zijn gezond verstand. Hoe knap en kundig hij zijn koningschap ook uitoefende, het is hem naar het hoofd gestegen. Hoogmoed wordt hoogmoedswaanzin, leidt letterlijk tot waanzinnigheid. Wie denkt boven het menselijke uit te kunnen stijgen en als God te kunnen worden, die wordt juist lager dan een mens, wordt een beest. De te hoge sprong leidt tot een heel diepe val. Zeg niet: wel een aardig verhaal. Een koning, die zijn verstand verloor, verstoten wordt, als een redeloos beest gras eet, zich blootstelt aan weer en wind en zijn haren en nagels buitensporig lang laat groeien. Maar wat hebben we er nu aan? Want het is iets, dat op verschillende manieren steeds weer gebeurt. Waren Hitler en zijn trawanten ook niet de übermenschen, die zich vol trots boven anderen verhieven, op hun prestaties en macht prat gingen, maar zich uiteindelijk als beesten gedroegen? Waren ze maar eerder uit de mensengemeenschap verstoten, dan was de verwoesting die ze aangericht hebben, niet zo groot geweest. Ook in Openbaring lezen we van het beest, dat opkomt uit de aarde, uit wiens mond grootspraak en godslastering komt en die ieder vernietigt door wie het niet wordt aanbeden. Soms zie en hoor je in deze moderne tijd dingen, waarvan je denkt: wat kunnen genialiteit en waanzin angstig dicht bij elkaar liggen. De enorme militaire macht en kunde, het grenst toch aan waanzin? Hoe met miljarden sommen geld gegoocheld wordt, in de big business allerlei fatsoensnormen met voeten worden getreden, terwijl miljarden mensen kreperen van de honger, het grenst toch aan waanzin? Hoe met het leven, het plantaardig, dierlijk, maar ook menselijk leven, in diverse laboratoria wordt geëxperimenteerd, het grenst toch aan waanzln? We leven in een hoog ontwikkelde en tegelijk waanzinnige wereld. We proberen de grenzen van het menselijke te overstijgen en worden beestachtig. We blazen hoog van de toren en leven laag bij de gronds. We denken over alles te heersen en alles te beheersen als koningen der schepping, maar dat koningschap kon ons wel eens snel ontnomen worden. We hebben zo'n grote mond, maar de stem uit de hemel kon ons wel eens snel in de rede vallen. Laten we voorzichtig zijn met het bouwen van onze grote Babels, tot eer van ons zelf. Laten we uitkijken voor de hoogmoed, die voor de val komt. Laten we maar gaan afbreken, de zonden afbreken door rechtvaardigheid en de ongerechtigheden door erbarming jegens ellendigen. Dat kunnen we allemaal op ons eigen levensterrein doen. We hoeven niet te wachten tot de buren daarmee beginnen of de groten der aarde. Ach, we zijn door onze verwaande geest bij God een redeloos beest, zoals Asaf zingt in psalm 73. We hebben met ons verstand veel opgebouwd, maar het was niet altijd gezond verstand.

Weet u wat het eerste teken is, dat ons gezond verstand weer terugkeert? Als we onze ogen weer opslaan naar de hemel. We weer aan de Here gaan denken. We de Allerhoogste en eeuwig Levende weer gaan prijzen. We zijn macht en koningschap gaan erkennen. We belijden, dat niets in hemel en op aarde tegen zijn sterke hand kan ingaan en Hem ter verantwoording kan roepen door te vragen: wat doet Gij?

We ontwaken uit onze verdierlijking, onze verblinding en waanzin, we worden weer mens en menswaardig, als we weer in de rechte verhouding tot God komen. Als we niet meer zelf op de stoel van God willen zitten, maar Hem erkennen als onze Schepper, de Allerhoogste, die machtig is hen te vernederen, die in hoogmoed wandelen. Die het koningschap over mensen geeft aan wie Hij wil, ja zelfs de nederigste onder de mensen daarin aanstelt. Wiens werken alle waarheid zijn en wiens paden recht. En als het ook onze lust wordt om die werken te doen en in die paden te wandelen. Deze Koning te dienen. In waarheid en recht.

Nebukadnezar vertelt, dat het met hem ook zo gebeurde. Na verloop van de gestelde tijd sloeg ik mijn ogen op naar de hemel, en mijn verstand keerde in mij terug. Toen prees ik de Allerhoogste. Kom weer bij zinnen, gebruik je gezond verstand. Geloof in God, met hart en daden. Het is geen dwaasheid om wel te geloven, maar het is waanzin om niet te geloven. Deze ongelovige wereld is krankzinnig, is een mallemolen. Maar wie gelooft, krijgt verlicht verstand om de doodlopende wegen en de heilswegen van elkaar te onderscheiden. Wie gelooft zal merken, dat de Here ons afbreekt in onze zondigheid en hoogmoed, maar ons ook weer opbouwt. Die zal merken, dat de Here in zijn goedheid ons niet radicaal uitdelgt, maar de stam van onze levensboom met zijn wortels in de aarde laat om nieuwe groei en bloei mogelijk te maken.

In de droom ziet Nebukadnezar, dat er een band van ijzer en koper omheen wordt gedaan. Een raadsel voor de bijbelgeleerden. Maar waarschijnlijk toch iets, dat aangeeft, dat de eigenaar van de boom de stam niet als verloren beschouwt en verwaarloost, maar door die ring nog voor herkenning en bescherming zorgt. We gaan er soms heel diep onderdoor bij de Here, tot aan de rand van algehele vernietiging en verwerping, maar juist zij, die zó, door de slagen in het leven, nederig en klein geworden zijn, armen van geest, ervaren het, dat de Here met hen, bij wie alles uit handen is geslagen, wonderlijk opnieuw begint en uit de afgehakte stam hun levensboom opnieuw laat groeien. Ze krijgen opnieuw een plaats in het leven. Ze worden opnieuw tot rentmeesters en koningen over de aarde aangesteld. Ze mogen opnieuw leven, leven bieden en leven aantrekken. Ze mogen opnieuw groot en sterk worden, maar toch anders als voorheen, echt met fraai en genezend loof en goede vruchten.

En dat alles om Jezus' wil en achter Jezus aan. Hij, die reddend dezelfde weg voor ons uit ging. Want toen het koninklijk huis van David na een zondige heerschappij van vele geslachten als tot niets vervallen was, maakte de Here er een nieuw begin mee door uit dat geslacht de ware Koning voort te laten komen. Want er zal een rijsje, een twijgje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. Hij zal de ware levensboom zijn. Zijn koningschap zal niet door het innerlijk bederf van zonde en hoogmoed zijn aangetast. Gerechtigheid en waarheid zullen de gordel van zijn lendenen zijn. En als er in ons hoofdstuk staat, dat de Allerhoogste het koningschap der mensen geeft aan wie Hij wil, ja zelfs de nederigste onder de mensen daarin aanstelt, dan denken we ineens aan deze Jezus, die geboren is in een stal, die in ons midden is geweest als een die dient, die zich in liefde tot zijn Vader en tot ons vernederd heeft zelfs tot de kruisdood, maar aan wie gelukkig alle macht gegeven is in hemel en op aarde en die zijn reddend, heilzaam koningschap uitoefent. En als er staat: doe uw zonden te niet door rechtvaardigheid en uw ongerechtigheden door erbarming jegens ellendigen, dan denken we óók aan deze Jezus, die al onze zonden op zich nam en zo tenier deed en die zichzelf liet verbreken om in nog veel radicalere en volstrektere zin erbarmen te schenken aan ellendigen.

En dan is het geen wonder, dat in de oude christelijke kerk het kruis vaak als een levensboom werd afgebeeld of de boom des levens in de vorm van een kruis. Werd vanaf dat kruis ook niet gesproken: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn? Ja, door deze Verlosser is het voor allen, die dromen van de boom des levens niet alleen maar een vage herinnering uit het oerverleden, een wazig beeld, uit het gelukzalige paradijs, dat voorgoed is toegesloten, maar het is ook een toekomstdroom, die hen leert uitzien naar het nieuwe paradijs met het eeuwige rijke gelukzalige leven, dat door Jezus is ontsloten. En Hij belooft het aan zijn kerk op aarde en het is ook voor ons een bemoediging en aansporing om in Hem te blijven geloven: wie overwint, Ik zal hem geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is. De boom, die elke maand vrucht geeft en waarvan de bladeren tot genezing der volkeren zijn. Heeft U deze Jezus al gevonden? Bent u al burger van zijn Koninkrijk geworden? Hij is de ware levensboom, die eeuwig leeft, eeuwig leven biedt en eeuwig leven aantrekt. We mogen eten van zijn vruchten. We mogen nestelen in zijn takken. We mogen schuilen onder zijn lover.

Maar wie zich door de hemel
laat helpen uit de droom,
die vindt de boom des levens,
de messiaanse boom
en als hij zich laat enten
hier in dit aardse dal,
dan rijpt hij in de lente,
tot hij vrucht dragen zal.

Amen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

De Heer is genadig en rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
de Heer beschermt de eenvoudigen,
machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.
Psalm 116 : 5 en 6