Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Agenda


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Daniël 11 : 1 - 45

De toekomst van Daniëls volk - vervolg

Nu dan, ik zal u de waarheid bekend maken.

Gemeente des Heren,

dat staat aan het begin van Daniël 11. En dat klinkt veelbelovend. De waarheid willen we immers als christenen wel horen. Vooral de waarheid in de bijbel, waarvan we geloven, dat die Góds waarheid is. De waarheid over Hem zelf, de wereld, ons leven. Daar komen we toch voor naar de kerk, niet? Ik denk aan een randkerkelijke uit mijn tweede gemeente. Dominee, zei die, u weet, ik kom maar één keer per jaar naar de kerk, op oudejaarsavond, maar dan kom ik niet voor verhaaltjes, dan moet ik op mijn duvel hebben, moet ik met de harde waarheid om de oren worden geslagen.

Wel, hoort Daniël zeggen, ik ga je de waarheid vertellen. We zijn benieuwd! Maar valt dat effe tegen! De waarheid? Die wordt blijkens het vorige hoofdstuk hier verteld door een vreemd uitgedoste man, die aan Daniël verschijnt in een visioen. Die man is niet eens echt, is een verschijning in een droom en dromen zijn bedrog. De waarheid? Wat die man zegt is voorspelling van de toekomst. Hij spreekt steeds in de toekomstige tijd. Het is “zullen” en “zal” wat de klok slaat. Dat noemen we waarzeggerij. Maar een waarzegger is in onze ogen veeleer een leugenzegger. Wij geloven er niet in, dat iemand de toekomst kan voorspellen.

De waarheid? Als het puur om de oorspronkelijke tekst gaat, stuiten de geleerde uitleggers al op grote problemen. En wij, eenvoudige gemeenteleden? Wees eens eerlijk. Was die lange schriftlezing duidelijk voor u? Was het heldere waarheid? Nee denk ik, het was duistere geheimtaal. U bent er niks wijzer van geworden.

Toch kunnen we alle wonderlijke voorspellingen aardig thuisbrengen in de geschiedenis. We weten over welke vorsten en gebeurtenissen deze verschijning het van te voren heeft. Het gaat grof gezegd om de periode tussen het oude en het nieuwe testament. Heel in het kort: Er zullen nog een paar Perzische koningen regeren. Maar dan zal Alexander de Grote vanuit Griekenland in een bliksemveldtocht heel het Midden-Oosten aan zich onderwerpen. Hij zal echter jong en zonder erfgenaam sterven en zijn vier generaals zullen het rijk verdelen om elk over een kwart verder te regeren. Voor Israël is van belang, dat Ptolemaeus en zijn opvolgers dan koning over het ten zuiden van Israël gelegen Egypte worden. Dat zijn in de droom de koningen van het zuiden. Seleucus en zijn nakomelingen worden koning over het ten noorden van Israël gelegen Syrië. Dat zijn de koningen van het Noorden. De hevige strubbelingen tussen deze twee koninkrijken worden vrij precies voorspeld. En ook hoe Israël daar het slachtoffer van wordt, omdat het er precies tussenin ligt. Met name als de Syrische vorst Antiochus IV Epiphanes de macht in Israël zal hebben, zal er zware geloofsvervolging zijn. Maar uiteindelijk zullen de Romeinen, tegen wie de Syrische koning een mislukte veldtocht onderneemt, het hele gebied bezetten. Dat is kort gezegd de historische waarheid, die aan Daniël voorspeld wordt.

Nu kijken we toch al ánders aan tegen die vreemde waarzegger in Daniëls droom. Wonderlijk, Hij zat er achteraf niet zo vèr naast met zijn geheimzinnig lijkende voorspellingen. Hij zat er helemáál niet naast. Is er dan tóch iemand, die vooruit kan kijken, de toekomst in? Die tevoren weet, wat er gaat gebeuren? Die er meesterlijk over heerst?

De historisch waarheid kunnen we echter ook in geschiedenisboekjes lezen. Best interessant, maar voor díe waarheid, zijn we niet naar de kerk gekomen. We zoeken hier toch een meer blíjvende waarheid. Een waarheid die voor alle tijden geldt. Die we ook in déze tijd herkennen.

Wel, we worden op onze wenken bediend. Want Daniël hoort de voor hem nog toekomstige historische waarheid juist op zó’n manier vertellen, dat die blijvende waarheid, die waarheid achter de historische werkelijkheid ook óplicht. Wat dat betreft is ons hoofdstuk helemáál niet duister, maar zo hèlder als wat.

We horen, dat machthebbers zich verrijken. Ongekend. Een volgende koning bezit nog grotere rijkdom dan een vorige. Ze stapelen enorme bezittingen op: zilver en goud, munten, kunstschatten, gebouwen, landerijen. Rijke have. En dat meestal ten koste van de bevolking, aan wie zware belasting wordt opgelegd. Een Syrische koning laat zelfs een afperser zijn rijk door trekken. Een hoge ambtenaar, speciaal om overal belasting te innen. En een Egyptische koning neemt van zijn veroveringstocht in het noorden een grote buit mee, godenbeelden en kostbaar vaatwerk van zilver en goud. Een paar jaar later is het net andersom: wordt Egypte van goud, zilver en kostbaarheden beroofd.

Ik zal u de waarheid bekend maken. Dat ís toch de waarheid? Er worden ook nú nog enorme rijkdommen verzameld. Ze hopen zich ook nú nog op bij één of enkele personen. Bill Gates van Microsoft om er maar één te noemen. Of Soeharto, want we denken vooral aan machthebbers. Marcos van de Filippijnen indertijd. Ze weten gewoon niet, wat ze er mee doen moeten. En dat terwijl miljoenen mensen armoede lijden. Ja, ze nog steeds armer worden door uitbuiting van de rijken. Want economische wetten zorgen er voor, dat de zakken van de rijken steeds voller raken en de zakken van de armen steeds leger. En we zijn er nog niet in geslaagd deze wetten te doorbreken.

En is het ook niet de waarheid over ons eigen hart? We genieten lekker, soms zelf egoïstisch van onze enorme westerse welvaart. En vaak zijn we niet eens tevreden, willen we meer. Zonder ons af te vragen of we daarmee zo góed doen, zo goed aan de ander, zo goed aan ons zelf, zo goed aan God. We zijn materialistisch ingesteld en het gaat ten koste van de diepe en hoge geestelijke waarden in het leven. Zegt die vreemde waarzegger ook óns niet de waarheid aan? De waarheid van ons begeerlijke hart?

We horen ook van de willekeur, waarmee geregeerd wordt. Meerdere koningen doen wat hun goeddunkt. Ze menen boven de wet te staan. Ze matigen zich absolute macht aan. Ieder moet naar hun grillen handelen.

Ik zal u de waarheid bekend maken. Dat is toch óók nog de waarheid? Er zijn niet eens zo verschrikkelijk veel landen, die democratisch worden geregeerd. Meestal heeft één of hebben enkelen de absolute macht. Ieder moet naar hun pijpen dansen. Ik denk aan Saddam Hoessein. Bij verkiezingen wordt bedrog gepleegd. Ik denk aan Fujimori in Peru. Critici worden gevangen gezet en gemarteld of verdwijnen spoorloos. Ik denk aan Chili onder Pinochet, Argentinië onder Videla. Wij hebben gelukkig vrije en eerlijke verkiezingen, vrijheid van meningsuiting. De oppositie zit niet in de gevangenis. Maar kom je in ons eigen land géén willekeur meer tegen? Geen ontduiken en overtreden van wetten en goede zeden? Ja, is het ook niet de waarheid in ons eigen hart? Zijn we van nature niet allemaal vrijbuiters, die graag doen wat ons goeddunkt, zich daarbij niet om Gods geboden bekommeren en ook niet om de naaste?

We horen ook van trots en hoogmoed. Een Egyptische koning verheft zijn hart als het noordelijk leger door hem is weggevaagd. De Syrische koning Antiochus verhovaardigt en verheft zich tegen elke god, ja zelfs uit hij tegen de God der goden ongehoorde grootspraak. Hij vergoddelijkt zich door zich de bijnaam Epiphanes te geven: de geopenbaarde god, de god in mensengedaante. Ik zal u de waarheid bekend maken. Is het niet nog stééds de waarheid? De wereld is vol van harten, die zich verheffen en monden, die grootspreken. En met zulke opgezwollen harten en monden beréik je nog veel ook. Maar hoe zit het met de waarheid over ons eigen hart op dit punt? Hebben we niet vaak een hoge dunk van ons zelf? En gebruiken we niet vaak stoere taal? We voelen ons toch eigenlijk wel beter dan niet-christenen. Dan mensen. die zich in de maatschappij niet zo keurig gedragen. We kunnen soms, terwijl we ons zelf helemaal niet doorhebben, zo opscheppen over onze prestaties, onze degelijkheid.

We horen verder van oorlogen. Met de regelmaat van de wereldklok worden enorme legers op de been gebracht, wordt er bittere strijd geleverd, worden mensen bij tienduizenden neergeveld. Nu eens is de ene partij winnaar, dan weer de andere. Maar blijvende vrede biedt het niet. Ik zal u de waarheid bekend maken. Het is ook de waarheid over de wereld van vandaag. Helaas geen vrede tussen Israël en de Palestijnen afgelopen week. Gewapende strijd in Soedan, Ethiopië, Eritrea, Sierra Leone, de Filippijnen, noem maar op. Maar wat kan er ook ons eigen hart een haat en verbittering zitten. Het kan ook oorlog zijn in gezinnen en families. Zelfs oorlog in kerken en gemeentes. Wat is een boos hart een gevaarlijke kracht, die veel verwoestingen aanricht en wat kost het een strijd, een bekéring om boosheid en afkeer te laten varen.

We horen van politieke intriges, slinkse streken. Er worden schijnvredes en schijnvriendschappen gesloten, slechts zolang men denkt er zelf zijde bij te spinnen. Het gaat zelfs met verstandshuwelijken tussen telgen van de verschillende koninklijke families gepaard. Een Egyptische koning krijgt nog te maken met scheurmakers onder zijn volk, gewelddadige opstandelingen, waardoor de buitenlandse vijand vrij spel krijgt. De macht van een andere Egyptische koning wordt gebroken door verraad in de kring van zijn naaste medewerkers, zijn eigen tafelgenoten. Een Syrische koning wordt door zijn eigen overste, zijn legercommandant, smadelijk ter dood gebracht. De Syrische troon wordt een keer bezet door iemand, die daarop geen recht heeft, die veracht wordt en aan wie men de koninklijke waardigheid niet toedacht, maar die met samenzwering en bedrog toch de macht in handen weet te krijgen. Hij verstevigt zijn macht door zijn aanhangers aan zich te binden met eervolle onderscheidingen, grote geldbedragen en de heerschappij over gebieden van zijn rijk. Ik zal u de waarheid bekend maken. Het is nog steeds de waarheid. Intern verraad. Opportuun overlopen naar een ander kamp. Anderen het balletje toespelen, met gunsten aan zich binden. Anderen als kruiwagen gebruiken. Het gebeurt zovaak, in en buiten de politiek. Maar zijn we zelf wel altijd integer en zuiver van hart? Echt eerlijk? Gebruiken we de ander nooit ten bate van ons zelf? Nemen we het zelf met de waarheid altijd even nauw?

Nu dan, ik zal u de waarheid bekend maken. Maar wat zal dan de waarheid zijn over Israël, Góds volk? Daar horen we eerst helemaal niets over. Het speelt geen enkele rol in de wereldgeschiedenis. Het ligt midden tussen twee strijdende rijken in. Twee molenstenen, die het fijn malen. Slechts één keer, in het laatste vers, horen we dat het Syrische rijk ook vaste voet krijgt in het land Sieraad, waar Israël mee bedoeld wordt, en dat velen worden verdelgd en vernietigd. Is dat ook niet de waarheid over Gods volk in déze tijd? De kerk, ingelijfd in het ware Israël? Ze leeft midden in de wereld, heeft deel aan de woelingen en botsingen in de wereld, neemt vaak ook deel aan de zonden in de wereld. Maar verder wordt ze niet gehoord, niet serieus genomen, wordt ze dood gezwegen. Overigens is het ook de schuld van de kerk zélf! Wanneer laat ze echt van zich horen? Brengt ze een boodschap, waar je van ophoort? Geeft haar bazuin een zuiver geluid, niet gelijk aan de geluiden, die je in de wereld al volop beluistert?

Maar we horen óók, dat, als de Syrische koning Antiochus de voet wordt dwars gezet door een Griekse vloot, hij zijn woede koelt op de joden. Hij haalt zijn gram tegen het heilig verbond. Hij helpt afvallige joden, die de Griekse cultuur en zeden willen invoeren, verzakers van het heilig verbond, aan de macht. De tempel wordt ontheiligd. De dagelijkse offers aan de ware God stoppen. Er wordt een afgodsbeeld in Gods heiligdom geplaatst, een verwoestende gruwel. Met vleierijen beweegt de koning de joden, die zich wel tot die buitenlandse lossere zeden aangetrokken voelen, tot afval. Er zijn ook getrouwen, die strikt volgens Gods geboden willen blijven leven. Hun leiders en leraars hebben door hun wijze en vrome woorden, maar ook door hun moedige daden, nog op velen een gunstige invloed. We denken aan het optreden van de Makkabeeën. Maar het duurt niet lang. Ze worden zwaar vervolgd. Zó, dat zelfs een deel van de getrouwen de strijd van het geloof opgeeft door de hitte van de verdrukking. Gods volk wordt zwaar beproefd en gelouterd. Daardoor wordt het kaf van het koren gescheiden, de méélopers van Gods wáre kinderen.

Ook dat is nog dikwijls de waarheid over de kerk. In veel landen van deze wereld wordt geprobeerd de christenen met de moderne tijdgeest gelijk te schakelen. En vaak slaagt men daarin. Wat is ook de huidige kerk in Nederland vervlakt en verslapt, aangepast aan de trend van de tijd. En dat nog niet eens onder de druk van de vervolging. Wat moeten we ook van ons vaderlandse christendom zeggen, dat het zich in zoveel opzichten aan de moderne ethiek, de moderne levensstijl, verkocht heeft.

Aan de andere kant zijn er ook veel landen, waar de christenen met geestelijke ruggengraat worden vervolgd. Ze vallen buiten de goede banen. Hun kinderen krijgen geen goede opleiding. Ze worden werkeloos. Ze worden gevangen gezet en hun gezinnen worden zonder verzorging achtergelaten. In het ergste geval zijn ze het slachtoffer van marteling en moord. Hebben nu bijvoorbeeld in de Molukken de christenen het niet zwaar?

En het zal de goddelozen goed gaan. Israël zal zwaar gehavend worden, maar Edom, Moab en Ammon, Israëls erfvijanden, zullen temidden van het tumult der volken ontzien worden. Zien we niet veel voorspoed van goddelozen om ons heen?

Ik zal u de waarheid bekend maken. Zo worden de bladzijden van het boek der waarheid doorgebladerd. Zo worden de komende dingen aan Daniël voorzegd. Een geschiedenis van gewelddadig opgaan, blinken en verzinken van koninkrijken, vol bloed en tranen, met name voor Gods kinderen.

En het is alles geladen met de spanning van het einde der tijden. Antiochus Epiphanes is níet de vleeswording en openbaring van een gódheid, zoals hij van zichzelf beweert, maar wél de vleeswording en openbaring van de ántichrist. En ook wij zien soortgelijke tekenen om ons heen. Tekenen der tijden. Oorlogen en geruchten van oorlogen. Volken en koninkrijken, die tegen elkaar opstaan. Hongersnoden en aardbevingen. Valse profeten en geestelijke leiders. Kerkelijk verval.

Wie is toch die vreemde waarzegger, die echt de waarheid zei in Daniëls droom? Die niet alleen precies voorspelde, wat later gaat gebeuren, maar daarbij zelfs een rake typering geeft van wat alle tijden dóór gebeurt, van het nieuws achter het nieuws? In het vorige hoofdstuk werd hij beschreven. Dat hoorden we vorige week in de dienst. Hij is een Man. Iemand aan de mensenkinderen gelijk. Maar zijn lendenen zijn omgord met fijn goud. Zijn armen en voeten hebben de kleur van blinkend koper. Zijn ogen zijn als vurige fakkels. Zijn hele gedaante is als het flitsende licht van de bliksem. Hij is dus iemand met bovenmenselijke heerlijkheid en glorie. Hij straalt enorme macht en eer uit. Maar tevens is Hij met linnen bekleed. En het waren de priesters, die linnen klederen droegen. En dan wéten we het wel. Het is niemand minder dan Jezus Christus vóór zijn komst op aarde. De tweede persoon van God. Hij draagt hier al de tekenen van zijn menswording, maar ook die van zijn goddelijkheid. Hij is hier al de profeet, die de goddelijke waarheid over alle dingen te kennen geeft. Hij is hier al de koning in volle macht en heerlijkheid, die alles bestuurt en leidt. Hij is hier ook al de priester, die het offer van verzoening brengen zal.

Hij is de ware Epiphanes, de ware goddelijke verschijning. En Hij verscheen niet alleen in dromen en visioenen, maar kwam zélf naar de aarde toe om ons te redden. Wat een troost voor ons, gemeente. Jezus Christus heeft overzicht en overwicht over de wereldgeschiedenis. Hij trekt aan het langste eind.

Wij mensen zijn uit op rijkdom, het verwerven van zoveel mogelijk bezit, vaak ten koste van de medemens. Maar Hij is daar dwars tegenin de weg van de armoede gegaan. Gij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, hoewel Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden. Het is al in een arme stal begonnen. En het eindigde daarmee, dat Hij naakt aan het kruis hing en de soldaten over zijn kleding het lot wierpen. Hij kwam met niets en ging met niets.

Wij mensen handelen willekeurig naar eigen goeddunken. We trekken ons vaak niets van God of gebod aan. Maar Hij is daar dwars tegen in de weg gegaan van strikte gehoorzaamheid aan zijn Vader. Hij is gehoorzaam geworden tot de dood, ja de dood aan het kruis.

Wij zijn trots. Wij verheffen ons. Maar Hij is daar dwars tegenin de weg gegaan van de nederigheid. Aller slaaf. Wij zijn vaak gewelddadig. Oog om oog en tand om tand. Maar Hij is de weg gegaan van de weerloosheid. Als een lam ter slachting. Wij zijn vaak haatdragend. Maar Hij is de weg gegaan van de liefde, de vrede, de verzoening. Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. Wij zijn vaak vol leugen en bedrog, vol intriges en kuiperijen. Maar Hij is daar dwars tegen in de weg van de eerlijkheid en openheid gegaan. Er is geen bedrog in zijn mond geweest. Hij heeft altijd vrijuit gesproken. In de wereld wordt zoveel stuk gemaakt. Maar Hij is gekomen om te helen. In de wereld wordt zoveel ellende veroorzaakt, maar Hij is gekomen om geluk te brengen. In de wereld is zoveel hardheid en onverschilligheid, maar Hij was met innerlijke ontferming bewogen.

En zo bewandelt de mensheid in deze wereld een doodlopende weg. Maar Gode zij dank, Jezus Christus heeft de omgekeerde weg bewandeld, de weg door de dood heen ten leven. Het is de door God bekroonde en gezegende weg.

Want deze Jezus heeft zó van zijn hemelse Vader alle macht ontvangen in hemel en op aarde. Hij mocht aan de rechterhand van zijn Vader plaats nemen op de troon der tronen. Hij zal zegevieren. Er gebeurt niets buiten Hem om. Er loopt Hem niets uit de hand. Hij opent het boek der waarheid. Hij ontrolt de boekrol van de wereldgeschiedenis. Daarom zijn alle verschrikkingen, ook die, waarin wij leven, maar voor een vastgestelde tijd. Een zekere en bestemde tijd, zegt Hij zelf in deze droom. En al moeten zijn kinderen op aarde soms veel lijden, ze blíjven zijn sieraad. Zijn kostbaar bezit. Zijn oogappel. Niemand zal ze uit zijn hand kunnen rukken. Want de Here blijft trouw. Zijn trouw en waarheid houden kracht tot in het laatste nageslacht.

Zo is er een heel bijzondere waarzegger, die de waarheid bekend maakt. De waarheid over de wereld en over uw en mijn bestaan. De waarheid van zonde en vergeving, van oordeel en behoud. Een ontdekkende waarheid, in alle eerlijkheid en scherpte. Een waarheid, die door berg en been gaat. Waardoor er van deze wereld niets overblijft, maar die in volstrekte verlorenheid blijkt te liggen. Maar ook een vertroostende en bemoedigende waarheid. De waarheid, dat er voor arme zondaren verlossing is door Christus' kruisdood en opstanding. De waarheid van de vergeving van de zonden en de verzoening met God. De waarheid van het eeuwige leven. Leven we vanuit die waarheid? Hebben we ons aan die waarheid gewonnen gegeven?

En verkondigen we die zelf ook? Verbreiden we die waarheid met woord en daad? De waarheid wordt aan Daniël in een droom bekend gemaakt, maar niet opdat deze er verder niets mee zou doen. Integendeel, om ze aan zijn nog in de ballingschap lijdende volksgenoten door te geven. Tot steun en troost. Opdat ze in de moeilijke tijden niet vertwijfelen, maar volharden in geloof, hoop en liefde.

Dan rust dus ook op óns de taak om niet alleen zelf vanuit die goddelijke waarheid te leven, maar die ook uit te dragen, aan anderen bekend te maken. Laten we getuigen in navolging van Jezus Christus, de getrouwe getuige. Die van zichzelf zei tegen Pilatus: hiertoe ben ik in de wereld gekomen, opdat ik van de waarheid getuigenis zou geven. En dan zullen er best genoeg zijn, die met Pilatus de schouders ophalen en zeggen: ach, wat is waarheid? Maar er zullen er ook zijn, die in deze ware boodschap gaan geloven door het werk van de Heilige Geest. Wat is heerlijker dan dat?

Dan wordt door allen, die in deze grote waarzegger geloven, gezongen: Het is waar, wat Hij zegt.

Amen. Jezus Christus, amen.
Ja. Gij zult in het groot heelal
het rijk der duisternis beschamen
tot het niet meer wezen zal.
Amen, heerlijkheid en macht
worde U eeuwig toegebracht.

Amen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Liefdevol en genadig is de Heer,
hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Niet eindeloos blijft hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.
Psalm 103 : 8 en 9