Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Agenda

Jesaja 55 : 1


Laatst gehouden op 16 juni 1991 te Krimpen aan de Lek

O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.

Gemeente des Heren,

zo nu en dan mag ik graag een markt bezoeken. Ik slenter dan langs de stalletjes met inwendig plezier om alles wat je om je heen ziet en hoort. Wat een gezellige drukte. Een moeder wringt zich tussen de lapjes stof en probeert iets van haar gading in de wacht te slepen. Een vader is op speurtocht in oude rommel, die zo maar door een opkoper op de straat is neergelegd en hoopt daar waardevol antiek tussen te ontdekken. Een jongen loopt met overgave aan een suikerspin te snoepen. Een meisje kijkt met glinsterende ogen naar kettinkjes waar de kitsch van af straalt.

De waar is er uitnodigend uitgestald. In het ene kraampje keurig op orde, in het andere in onoverzichtelijke wanorde, maar dat hindert niet. Zoek maar uit, mensen.

Een draaiorgel verhoogt de stemming en terwijl de muziek speelt rammelt de centenbak mee.

De meeste humor beleef ik als ik de marktkooplui hun waar hoor aanprijzen. In gekruide taal en sappig dialect, met een stem die over het geroezemoes heen schreeuwt, weten ze te vertellen, dat zij de beste koopjes hebben. Nergens zijn de bloemen of de groenten, nergens is de textiel of de kaas zo goed van kwaliteit en tegelijk zo goedkoop als bij hen.

Sommigen zijn ware woordkunstenaars. Je zet wel eens vraagtekens achter wat ze zeggen en schudt wel eens je hoofd over hoe ze het zeggen, maar ze weten echt te boeien, veel publiek om zich heen te lokken en de mensen ook tot koop over te halen.

Soms zie je tussen al die kraampjes er ook een van een evangelisatieteam. Er wordt christelijke lectuur aangeboden, bijbels, dagboeken, wandlijstjes met teksten. Men klampt voorbijgangers aan en probeert een gesprek met ze aan te knopen over het evangelie. Soms worden blaadjes uitgereikt namens de plaatselijke kerken.

Zoals we het ook doen in ons dorp op de activiteitenmarkt van koninginnedag. Kan dat zo maar? Gods boodschap is toch wel wat anders dan koopwaar op de markt? Moet je daar nu mee leuren als de eerste de beste marktschreeuwer? Zo gebeurt het ook niet. En ik heb groot respect voor mensen die zo iets belangeloos doen en zich er niet voor schamen het evangelie op zulke openbare plaatsen uit te dragen. Ik zal u dit vertellen: God zelf deed het ook. Door middel van de profeet Jesaja. Want het is niet uit mijn duim gezogen, maar de mening van bijna alle uitleggers dat onze tekstwoorden een soortgelijke situatie oproepen.

Kort en krachtig klinken ze, als de roep van een marktkoopman: komt, koopt en eet. Ja, komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.

Wij hoeven de kraan maar open te draaien om aan water te komen, maar vergeet niet dat vroeger op veel plaatsen in het middenoosten de waterverkopers langs de huizen gingen en op de markten stonden en met hun geroep water te koop aanboden.

O al gij dorstigen, komt tot de wateren. Met eerbied gesproken, zo prijst God zijn waar aan, gemeente. Zijn heilswaar. Zo probeert Hij zijn heilsgoederen aan de man en aan de vrouw te brengen. Zo maakt Hij er reclame voor. Zo staat Hij er mee op de markt van ons leven. Zo maakt Hij van alle koopmanskunst gebruik om u en jou en mij ervan te overtuigen, dat bij Hem en bij Hem alleen het ware geluk te vinden is. En dat we ons zelf vreselijk veel tekort doen en er later enorm spijt van krijgen, als we niet op zijn aanbieding van heil, zijn aanbod van zaligheid ingaan.

Hij doet dat allereerst met zijn stem, net zoals op de markt. Hij gebruikt daarvoor de verkondiging van het Woord, ook nu. Hij gebruikt ook wat er op allerlei kerkelijk bezoekwerk besproken wordt. Hij gebruikt alles wat er tijdens zendingswerk en evangelisatiewerk gezegd wordt.

Maar daarnaast stalt Hij zijn heilswaar ook uitnodigend uit, net zoals op de markt. Dat gebeurt bij de bediening van het Heilig Avondmaal. Het wordt voor ons aller ogen uitgestald door de tafeldienst van de diakenen. En we mogen er zelfs van komen proeven. Met brood en wijn wil Hij er ons van overtuigen, dat Hij werkelijk goede waar heeft. Smaakt en proeft, dat, wat je van mij aan geestelijke heilswaar ontvangt, het beste van het beste is. Mijn heil door het verzoenend lijden en sterven van mijn Zoon aan het kruis.

En zo roept Hij ons naar zich toe met heel de inzet van zijn hart. O al gij dorstigen, komt tot de wateren.

O! Met deze uitroep begint de nodiging. De Here spreekt zo met verheffing van stem. Hij laat goed van zich horen. Hij wil onze aandacht trekken. Hij roept zijn klanten om zich heen: O. Maar achter deze uitroep zit nog meer. Want, al zou je dat op een markt niet zo verwachten, het is in wezen een uitroep van smart. Net zoals dat het in het Nederlands kan zijn. Het kan ook met 'wee' of 'o wee' vertaald worden. Het is de kreet, die komt uit een medelijdend hart. Uit een hart, dat overloopt van ontferming over ons. Het is een goddelijke klacht over ons ellendig bestaan.

Zijn wij dan zo beklagenswaardig? We vinden misschien zelf van niet. We voelen ons opperbest. We zijn tevreden mensen. Met ons hoeft niemand medelijden te hebben. En toch heeft God het wel. Want Hij kent ons beter dan wij ons zelf kennen. En Hij weet in welke nood wij verkeren. Hij weet hoe diep het kwaad in ons menselijk bestaan is doorgedrongen. Hij weet hoe we in handen gevallen zijn van boze, verderfelijke machten. Hoe verloren we zijn, als we aan ons zelf zijn overgeleverd. Hij weet hoe zeer we zijn redding en vergeving in de Here Jezus Christus nodig hebben.

Een marktkoopman kan ons wel eens toeroepen, zijn waar aanprijzend: u weet niet, wat u mist. Dat is een aardige verkooptruc. Maar God meent het. O, wat zijn we er ellendig aan toe buiten Gods redding. O, wat zijn we dan te beklagen. Hebben we door de vermanende en oordelende kant van Gods Woord al ontdekt, dat wij het water des levens niet in huis hebben? Dat we daarvoor bij de Here moeten wezen, en bij zijn Zoon, de Here Jezus Christus? Weten we al wat het is om naar zijn verlossing te verlangen? Dorsten we daarnaar? O al gij dorstigen, komt tot de wateren.

Deze uitnodiging is enerzijds beperkt. Alleen de dorstigen worden aangesproken. Dat is ook vrij logisch. Een waterkoopman hoeft niet te roepen tegen mensen die nog water genoeg in huis hebben, waaraan ze hun dorst kunnen lessen. Bloemen! zo roept de bloemist door de straat. Velen vangen het wel op, maar luisteren er niet echt naar. Alleen zij die graag een bloemetje in huis hebben staan en dat nu missen, spitsen hun oren en reageren. Zo ging dat vroeger ook met de waterkoopman. En een huisvrouw gaat niet naar de markt om inkopen te doen, als ze nog van alles in huis heeft.

Zijn wij mensen, die geestelijk gesproken dorst hebben? Die snakken naar de wateren van het heil? Naar de zaligheid, die door de Here Jezus verworven is? Dorst is een vreselijke kwelling. Iemand, die echt dorst heeft gehad, kan daarvan vertellen. Het is iets verschrikkelijks om in hitte en droogte water te moeten missen. Je zou alles willen geven voor een enkele druppel, die je lippen en je tong bevochtigt.

Zijn wij mensen geworden, die zo verlangen naar Gods verlossing, ja naar God zelf? ‘t Hijgend hert, der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar 't genot van de frisse waterstromen dan mijn ziel verlangt naar God. Ja, mijn ziel dorst naar den Heer. Dat is de ware gesteldheid van onze ziel voor de viering van het Heilig Avondmaal. Dat we een hart hebben, dat met vurige begeerte uitziet naar Gods redding in de Here Jezus Christus en naar het teken en regel daarvan: de tafel met brood en wijn. Ook bij het Avondmaal heeft het geen zin om te eten en te drinken voor degene die geen honger en dorst heeft. Het is dan zelfs gevaarlijk. Er moet besef zijn van eigen zonde en verlorenheid en een oprecht verlangen naar de vergeving en verlossing.

Maar daar hoeven we dan gelukkig ook niet in te blijven steken. Er zijn mensen, die alleen maar ach en wee blijven roepen over de toestand van zichzelf of anderen zonder dat ze er iets aan doen. Maar bij de Here is dat niet zo. In zijn mededogen nodigt Hij ons uit om ons door Hem te laten verlossen. We mogen onze oren spitsen en reageren, als we het water des levens missen.

En dan is die uitnodiging ook heel ruim. O al gij dorstigen. Geen enkele dorstige wordt uitgesloten. Kent u rouw, omdat een geliefde nog niet zo lang geleden van uw zijde is weggenomen? Voelt u zich eenzaam? Hebt u het gevoel, dat niemand u werkelijk begrijpt en van u houdt? Kent u verdriet om kinderen, die zijn afgedwaald? Gaat u gebukt onder ziekte en gebrek? Bent u onrustig en opgejaagd door spanningen in uw werk? Als u het nieuws volgt en alle verschrikkingen die in deze wereld plaats vinden, op u af laat komen, hongert en dorst u dan naar gerechtigheid voor iedereen? Is het voor u een zware strijd om te midden van allerlei aanvechtingen en verleidingen een leven volgens Gods geboden te blijven leiden? Zijn bepaalde gebeurtenissen uit het verleden voor u een last, die u meezeult en waaronder u soms dreigt te bezwijken? Blijft uw geweten u maar aanklagen? Het zijn allemaal tekenen van dorst. Tekenen, dat u geestelijk bent uitgedroogd. Dat u geestelijk amechtig bent. Maar waar u ook mee zit. Wat ook de fleur uit uw leven weghaalt. Wat ook de reden is, waarom uw leven niet bloeit als een schone frisse bloem, zoals God het wil, maar het er verdroogd en verlept uitziet, het doet er niet toe. God roept het alle dorstigen toe: komt tot de wateren.

Wij hebben liever mensen in onze omgeving, die weinig van ons vragen en veel aan ons geven. Mensen die geen problemen lijken te hebben. Die vrolijk en monter door het leven gaan en die ook iets van die vrolijkheid en opgeruimdheid op ons over weten te dragen. Maar God zoekt in Christus de dorstigen op. De mensen die zichzelf niet kunnen helpen en staande kunnen houden. God zoekt mensen op die veel nodig hebben en weinig te geven hebben. Die gezond zijn hebben geen geneesheer nodig, maar die ziek zijn. O al gij dorstigen, komt tot de wateren.

En zo biedt God ons als waterkoopman het levende water aan. Dat ons verfrist en verkwikt. Dat de vermoeidheid doet wijken en de somberheid verjaagt. Dat ons nieuwe krachten schenkt. Het leven stroomt weer in ons binnen. Het is niet voor te stellen wat een genot het is om te drinken voor iemand, die echt dorst heeft gehad. Dat is een enorm aangenaam en verkwikkend gevoel. Zo wil de Here ons verkwikken. Door het evangelie van de Here Jezus Christus, die gezegd heeft: ik ben het water des levens. Zo iemand dorst heeft, hij kome tot mij en drinke. Zo wie gedronken heeft van het water dat Ik hem geven zal, zal in eeuwigheid niet dorsten. Maar het water dat Ik hem geven zal, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.

Zo wil de Here ons ook aan zijn tafel verkwikken. Bij de tekenen van brood en wijn, die dat heerlijke evangelie uitbeelden en onderstrepen.

En gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs. Dat is een vreemde manier van inkopen doen. Zonder geld en zonder prijs. Er zijn er tegenwoordig genoeg die het doen. De winkeldieven. Maar dat wordt hier niet bedoeld. Die doen het buiten de blik en goedkeuring van de verkoper. Maar hier roept de verkoper zelf uitnodigend; komt, koopt en eet zonder geld en zonder prijs.

Dat lijkt ons wel wat. En toch. Als we iets voor een koopje kunnen krijgen, lopen we elkaar te verdringen. Maar als we iets helemaal voor niets mogen aannemen, dan twijfelen we wel even. Is dat wel vertrouwd? En we schrikken er helemaal voor terug om uit het publiek naar voren te komen als de koopman zegt: wie nu echt helemaal geen geld heeft, die wil ik het wel voor niks geven. Als we nog enig zelfrespect hebben, is dat voor ons een moeilijke manier van kopen. Het is in wezen als bedelaar leven van gegeven goed. En wie is graag bedelaar? Wie wil als armoedzaaier te boek staan? Niemand. Ook niet op geestelijk terrein.

Wat God ons te bieden heeft, ook aan het Heilig Avondmaal, kost niets. Het is louter genade. Maar juist daarom moet ons trotse hart wel wat wegslikken om Gods weldaden voor niets, uit genade, te ontvangen. Het valt niet mee om bij de Here inkopen te doen. Niet eens op de pof, maar echt zonder geld, met lege handen. Maar is ons hart gebroken, zijn we echt zondaar geworden in eigen ogen, weten we dat we niets in huis hebben om de Here mee te betalen, dan is het voor ons een heerlijke opluchting en bevrijding te weten, dat de Here een vreemde en wonderlijke koopman is. Een koopman die er niet aan wil verdienen, maar er uit liefde zelf aan wil verliezen. Die zijn heilswaar gelukkig aanbiedt aan wie geen geld heeft en dat zonder geld en zonder prijs.

En zo komen we bij Hem niet in het krijt te staan. Integendeel, zijn heil houdt juist in, dat er een dikke streep komt door de schuld van onbetaalde rekeningen.

En dat brengt ons ook bij de vraag waarom God dat allemaal zo maar aan kan bieden, niet goedkoop, niet met een verlaagde prijs als lokkertje, maar echt helemaal voor niets. Omdat het allemaal al betaald is. Door zijn eigen Zoon. Jezus Christus. Hij heeft de zaligheid betaald en verworven aan het kruis van Golgotha. Brood en wijn herinneren aan het offer van de Here Jezus. Dat Hij de prijs van zijn leven gegeven heeft voor het behoud van ons leven. Wat heerlijk, dat het evangelie van vrije genade klinken mag en aan de tafel mag worden uitgebeeld. In een wereld waarin het meestal wel een zaak is van geven en nemen, van dienst en wederdienst, van voor wat hoort wat, in wereld waarin we tegen elkaar zeggen: voor niets gaat zon op, in zo'n wereld krijgen we toch ons eeuwig heil voor niets. Wat een liefde, wat een genade, wat een vrijgevigheid van onze God.

En we krijgen niet alleen water van Hem, maar ook nog wijn en melk. Water is pure noodzaak om in leven te kunnen blijven. Daarom geeft de Here dat in de eerste plaats. Zien we dat in? Dat wat de Here geeft pure levensnoodzaak is? Dat we anders omkomen, we anders de eeuwige dood sterven, voor eeuwig verloren gaan? Met het gewone, klare en heldere evangelie mogen we en moeten we het doen. En met de tekenen daarvan. Dat voor waar aannemen en daarop vertrouwen zonder meer. Daar komt het op aan. En er zijn ook wel tijden in het geestelijk leven dat het daarbij blijft. Dat je echt teruggeworpen wordt op dat Woord alleen en er niets bij komt. Vaak ben je dan bang, dat je niet gelooft. Omdat er zo weinig bij beleefd en ervaren wordt. Er als het ware geen reuk of smaak aan is. Water is ook kleurloos en smakeloos. Maar we hebben het wel nodig voor ons leven. Het pure geloven alleen, in God. Het pure wagen met zijn beloften. Ook daarvoor kunnen we naar de tafel getrokken worden.

Maar de Here geeft zijn kinderen gelukkig ook tijden dat het anders is. Dan komen er wijn en melk bij. Wijn geeft je warmte van binnen en maakt je blij. Wijn is een drank voor feesten. Zo kan het heil van de Here Jezus ons echt gelukkig en blij maken. Kan het ons bestaan in een gloed zetten. Kan het ons leven tot een feest maken.

Dat kunnen we altijd beleven, maar vooral aan het Heilig Avondmaal. Die diepe innerlijk vreugde, dat wonderlijke geluk, te weten met God verzoend te zijn door de Here Jezus Christus en daarom voor tijd en eeuwigheid bij God geborgen te zijn.

Melk is de drank, die doet groeien en sterker maakt. Omdat er erg veel stoffen in zitten die voor de opbouw van het lichaam nodig zijn. Zo kan het heil van de Here Jezus ons geestelijk sterker en steviger maken. Waardoor we de tegenslagen aankunnen. Waardoor we niet zo gauw meer wanhopen en vertwijfelen. Waardoor we steviger op onze benen staan en ook niet zo gauw meer voor verleidingen bezwijken. We kunnen ons altijd versterkt weten, maar vooral aan het Heilig Avondmaal. Daar ontvangen we toch de tekenen die bedoeld zijn om ons geloof te versterken.

En zo nodigt de Here ons uit. En Hij voegt er ook de vraag aan toe: waarom weegt gij geld uit voor wat geen brood is en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?

Misschien was dit wel het geval bij het volk Israël in ballingschap, tegen Jesaja zijn belofterijke woorden heeft uitgesproken. Ze waren tweederangsburgers in Babel. Ze werden onderdrukt en uitgebuit. Ze moesten veel betalen voor een slechte kwaliteit voedsel, dat nauwelijks de naam brood verdiende. Ze moesten hard werken voor een loontje, waarmee ze hun maag niet konden vullen. Maar ook in deze tijd van vrijheid en welvaart is deze vraag van God op zijn plaats. Hoeveel mensen getroosten zich immers niet grote offers om bepaalde verlangens in vervulling te doen gaan, terwijl die toch geen echte bevrediging en rust schenken. Men heeft veel geld en moeite over voor genoegens, die zeer tijdelijk zijn. Voor onechte, kunstmatige vrolijkheid. Men duikt soms in de roes van een kostbare schijnwereld, waarna geen voldoening volgt, maar een kater, een geestelijke leegte en teleurstelling, soms zelfs schuldgevoelens.

We moeten dit niet onderschatten. Mensen zijn soms zeer fanatiek op zoek naar wat verzadiging kan bieden. Ze hebben er soms hun laatste cent voor over. Daaruit blijkt hun geestelijke nood, hun levensdorst. Sommigen zoeken die verzadiging op zeer gevaarlijk terrein. Dat van de alcohol, de drugs of de seks. Daaruit blijkt hoe zeer ze dorsten naar levensvervulling, zo zeer dat ze daarbij elk kritisch onderscheidingsvermogen verloren hebben. En zijn we er niet allemaal toe geneigd om geld af te wegen voor hetgeen geen brood is en onze arbeid voor wat niet verzadigen kan? We kennen als we eerlijk zijn vast ook wel voorbeelden daarvan in ons eigen leven. Zaken die we erg belangrijk vinden. Waar we ons misschien wel aan verslingerd hebben. Maar die ons geestelijk toch leeg achterlaten. Waarom? Vraagt God. Waarom dat zinloos tobben en sloven? De zonde, eigen wegen gaan, van God afdwalen, het heeft iets onbegrijpelijks en onredelijks. Het is in wezen dwaas. Waarom toch?

Hoort aandachtig naar Mij en eet het goede en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Met andere woorden, het is belangrijk, dat we ons oor niet te luisteren leggen bij allerlei andere kooplui met geestelijke waar, maar ons bij de Here voegen. Luisteren naar wat Hij te bieden heeft. Daar ook aandachtig naar luisteren. Belangstellend. Met het verlangen dat er wat van je gading bij mag zijn, waar je mee geholpen bent. En zo ook ingaande op wat deze God in zijn Zoon Jezus Christus te bieden heeft. Ook aan geestelijk goed in de tekenen van brood en wijn aan het Avondmaal te bieden heeft.

Daar zullen we dan vast en zeker geen spijt van hebben. We zullen het goede eten. Onze ziel zal zich zo in vettigheid, in overvloed verlustigen. O alle gij dorstigen, komt, tot de stromen en gij die geen geld hebt, treedt nader en eet. Ja, zonder uw geld en uw goed moogt gij komen. Om niet staat de tafel des Heren gereed met wijn en met melk uit Gods eigen domeinen voor al zijn genodigden, groten en kleinen. Waarom toch uw geld en uw moeite gegeven voor wat niet verzadigt, het hart niet verblijdt? Komt allen tot Mij en uw ziel zal herleven van spijs en van drank die voor eeuwig gedijt. Hier weet gij met harten, met handen en monden dat God met zijn volk zich voorgoed heeft verbonden.

Amen.

Leer mij uw wil te volbrengen,
u bent mijn God,
laat uw goede geest mij leiden
over geëffende grond.
Psalm 143 : 10