Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Agenda

themapreken over de liturgie

Lied

Psalm 138

Het laatst gehouden op 4 januari 2004 te Hattem

Gemeente des Heren,

Het zingen van een lied is een van de oudste manieren waarop wij mensen ons uiten. We bepaalde gevoelens naar buiten brengen: vreugde, liefde, angst, verdriet. Zelfs de meest primitieve stam diep in het oerwoud kent het lied, vaak gecombineerd met tromgeroffel en dans. En over de hele wereld zingt men, al is het in verschillende musikale vormen.

Heel vaak heeft dat zingen met religie, godsdienst, te maken. De goden worden ermee geëerd. Worden er vriendelijk mee gestemd. Worden te hulp geroepen. Er wordt met een lied en een regendans om regen gesmeekt bij droogte. Er wordt met een lied om beterschap gebeden bij ziekte.

Het lied brengt de mensen ook dichter bij hun goden. In een lied met een sterk meeslepend ritme raakt men buiten zichzelf, in geestvervoering, in extase, denkt men helemaal door een god overmeesterd te worden.

Ook de joodse en christelijke godsdienst kennen het lied. U troont op de lofzangen van Israël, zo zingt David over zijn God. Vooral in de psalmen worden de gelovigen opgewekt: Bezingt de Here, prijst Hem met uw lied.

Dat lied hoort dan ook bij de ontmoeting tussen de Here en zijn volk. In de tent der samenkomst, de tempel, de synagoge, bij ons nu: in de kerk.

In die ontmoeting is er tweerichtingsverkeer. God komt naar ons toe: met zijn boodschap, die van zijn vergeving, zijn liefde en trouw, met zijn geboden, met zijn zegen. En wij antwoorden hem in ons gebed, in de belijdenis van ons geloof en met ons lied. Vooral: we eren Hem ermee. Halleluja. Looft de Here. Wat elke kerkdienst is een eredienst. Daar komt u, kom jij toch ook voor naar de kerk? Om je Schepper en Redder te eren? Met het lied? Samen met de andere gemeenteleden?

De Israëlieten deden het met hun psalmen. Die werden vast ook wel thuis of in de leerhuizen gezongen en aan de kinderen geleerd, maar met het oog op de samenzang in de tempel en later de synagoge. Of ze werden als pelgrimsliederen op weg naar de tempel gezongen. Ik zal mij nederbuigen naar uw heilige tempel en daar uw naam prijzen om uw goedertierenheid en trouw. Ze hadden duidelijk hun plaats in de cultus, in de eredienst van Israël.

Ook de christelijke gemeente zong in haar samenkomsten. Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zo schrijft Paulus in twee van zijn brieven. Met precies dezelfde woorden. Waaruit je kan op maken, dat er toen al drie soorten liederen werden onderscheiden. In het nieuwe testament komen we ook stukjes tegen die in prachtige liturgische taal staan en ongetwijfeld citaten zijn van liederen die toen gezongen werden.

Jammer, dat in de donkere Middeleeuwen bij de verwording van de rooms-katholieke kerk ook het lied slachtoffer werd. Het werd in het Latijn gezongen en alleen maar door koren. De gemeente was niet meer dan publiek dat naar gezangen luisterde, die muzikaal wel mooi klonken maar niet begrepen woorden hadden.

Luther gaf bij de Hervorming het lied weer terug aan het gewone kerkvolk. Hij zei letterlijk: we moeten de gemeente Gods woord weer “ins Maul geben”, in de mond leggen. Zingen vond hij ook de beste manier om de duivel te verjagen. Hij schreef zelf een kleine 40 liederen, waaronder het bekende “Een vaste burcht”.

Calvijn had een sterke voorkeur voor de psalmen. Van hem hebben we de gewoonte om alle 150 psalmen in berijming te zingen en ook de melodieën waarin wij ze zingen zijn van componisten, die hij heeft aangesteld.

Ik zou een uitgebreide lezing kunnen houden over dit onderwerp: het lied in onze kerkdiensten. Mag je alleen psalmen zingen of ook gezangen? Moet je de psalmen ritmisch of niet ritmisch zingen? Mag er wel of niet een koor zingen in een kerkdienst? Moet per se het orgel de gemeentezang begeleiden? Welke psalmberijming is beter, de oude of de nieuwe? Welke gezangenbundel is beter: de hervormde van 1938 of het Liedboek? Ik heb er zelfs wel eens een lezing overgehouden. Doorspekt met mijn eigen mening over deze soms gevoelige zaken in pluriforme gemeenten. Maar een preek, ook een preek in een leerdienst, is geen lezing met de persoonlijke mening van een dominee er in, maar verkondiging van het Woord van God. Tot opbouw van ons geloof. Het geloof van ons allemaal, hoe we ook over liturgische kwesties denken.

En geloven doe je vooral met je hart. Dus zingen over God doe je ook allereerst met je hart. David begint psalm 138 met: ik zal u loven met mijn ganse hart. In de psalmen vertellen de oude gelovigen vooral, wat ze in de persoonlijke omgang met de Here hebben meegemaakt. Ook veel gezangen zijn trouwens zo persoonlijk. Daar storten de christelijke dichters van alle tijden ook hun hart in uit. In de psalmen kijken we de gelovigen van vroeger in het hart, zegt Luther. En, ik denk aan de titel van een prachtig boekje over de psalmen: met de psalmen zitten we in de binnenkamer van het oude testament. Als we ons bijbeltje in het midden openslaan, alle kans, dat we dan in de psalmen zitten: ze vormen het hart van de hale bijbel. Ook als het om hun inhoud gaat. De psalmen gaan ook meestal over de gevoelens van het hart. Het verdrietige, schuldbewuste, smekende, radeloze hart. Het dankbare, blijde, moedige, vertrouwende, lovende hart. De uitleggers onderscheiden allerlei soorten psalmen: pelgrimsliederen, klaagliederen, boeteliederen, overwinningsliederen, wijsheidsliederen, dankliederen, lofprijzingen, maar in eigenlijk alle liederen zit gevoel, zitten emoties, spreken harten zich uit. Zingen we thuis, maar ook hier in de kerk, met hart en ziel? Met ons ganse hart?

Zeker, het is ook de bedoeling dat ons lied mooi klinkt. Stel, je bent lid van een koor en dat heeft een uitvoering met de koningin erbij. Je wil natuurlijk altijd wel kwaliteit leveren, wat voor publiek er ook is, daar repeteer je iedere week voor, maar met de koningin erbij doe je toch extra je best. Bij ons luistert de Koning der koningen mee, hier in de kerk. Het repertoire is zelfs helemaal op Hem gericht, want we zingen over Hem, ja tot Hem. Ik zal U loven, U psalmzingen, Uw naam prijzen, staat in onze psalm. Het beste is dan nog niet goed genoeg. Als de ark van het verbond naar Jeruzalem is teruggebracht en weer een plaats heeft gekregen in de tent der samenkomst, stelt David speciale dienaren aan uit de stam van Levi: zangers, die een koor vormen, soms twee koren, die antwoord aan elkaar geven. En muzikanten met harp, citer, trompet en cimbaal. Allemaal vaklui. Het beste was niet goed genoeg. Onze voorouders schonken ons een kerk met een fraaie akoestiek en twee schitterende orgels. En we leveren wel eens commentaar op onze organisten, de stijl van de een spreekt ons misschien meer aan dan die van de ander, maar ze hebben kwaliteit. Laten wij dan als gemeente ook ons best doen om mooi en gelijk te zingen. Niet zo ongelijk, dat - zo hoorde ik het eens collega zeggen - de ene helft van de gemeente nog als een hert aan het hijgen is en de andere helft al lang der jacht is ontkomen. Trouwens als je met je hart zingt, zing je niet onzorgvuldig en slordig. En wie goed en mooi wil zingen, doet het met zijn hart, wil ook de gevoelens die bij de te zingen tekst horen, in de stem uitdrukken.

Ik zal U loven met mijn ganse hart. Het woord voor "hart" dat hier in het Hebreeuws staat en in onze taal terecht kwam als "lef", doelt op het centrum van het hele menselijk leven. Het is het centrum van het gevoel. Alle snaren van het gevoel trillen dus mee bij het loven van God. De diepste en hevigste emoties worden erbij losgewoeld. Het is het centrum van de wil. Het is dus de vaste wil en vurige begeerte van de dichter om God te loven. Hij zet zich er heel bewust toe. Het is ook de zetel van de moed. Ook in het Nederlands kennen we dat. Dan zeggen we: heb het hart, heb het lef eens, dat je het doet. De dichter verliest dus niet door valse schaamte, angst voor mensen, de moed om God groot te maken. Het is het centrum van onze overleggingen. Het is bij de dichter dus niet zo maar een gril, een ingeving, maar er is flink wat denkwerk aan te pas gekomen. Hij heeft er een goed doordacht gedicht en lied van gemaakt. Dat speelt allemaal mee. En het speelt ten volle mee. Gans. Ik zal U loven met mijn ganse hart. Heerlijk om zo in het lied je ziel en zaligheid uit te storten. Voor God.

Hoe kom je zo ver? Als je met God ingrijpende dingen meemaakte, die je hart diep raakten. Als je in nood zijn liefde en redding hebt ervaren. Daar heeft de dichter het ook over. Wíe het ook was. Want boven onze psalm staat wel: van David. Maar alles wijst erop, dat de psalm in een bundel is terecht gekomen die naar David genoemd is, maar uit latere tijd stamt. Het gaat bijvoorbeeld over de heilige tempel, terwijl de eerste tempel door Salomo is gebouwd.

Maar wíe het ook was, Hij heeft geroepen. “Ten dage dat ik riep”. Hij heeft in zijn nood de Here om hulp geroepen. Hij heeft moeilijkheden met hovaardigen gehad, met trotse onrechtvaardige machthebbers. Hij heeft te midden van benauwdheid gewandeld. De toorn van zijn vijanden heeft zich over hem uitgestort.

Want soms vergaat je het zingen, krijg je in ieder geval geen loflied over de lippen. Alleen een klaaglied. In spanning en angst. Help me, red me. Soms wandel je zo te midden van benauwdheid, dat de adem je wordt afgesneden. Je krijgt het er letterlijk benauwd van, krijgt geen geluid door je keel, laat staan een lied. Soms zitten we wel in de kerk, maar komen er de zorgen van ons dagelijks bestaan zo indringend op ons af, en maken die ons zo van streek, dat we niet goed mee kunnen zingen, de brok in onze keel niet kwijt raken. Er is ziekte, bij ons zelf of bij geliefden, ouders, kinderen. Er zijn spanningen in de gezins-, familie-, vriendenkring. Het werk zit tegen. We raken overspannen, depressief. We zijn in rouw. De lust tot zingen is je vergaan, zoals Israël in de ballingschap de harpen, de zang begeleidende muziekinstrumenten, aan de wilgen hing. Kan je niet meer zingen? Roep, ja schreeuw dan maar. Schreeuw omhoog uit de diepe put van je noden. Here, help me, red me. Heus, dat Hij dan hoort en verhoort. Niet altijd op onze tijd en onze manier, maar een echte bidder laat Hij waarachtig niet in de steek. Want, zo weet onze dichter uit ondervinding, de Here doet zijn grote Naam eer aan. En Hij maakt zijn toezegging heerlijk. Hij houdt zijn Woord, dat van redding en genade, op grootse wijze. Ja, bij Hem is goedertierenheid en trouw. Vertrouw daarop. Het is de ervaring van al zoveel mensen geweest. Ook van de dichter. Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord. En hoe! Hij voelde, hoe de Here hem bemoedigde met kracht in zijn ziel. Hij ervoer, hoe de Here zijn hand uitstrekte tegen de toorn van zijn vijanden, hen verhinderde om hun woede en haat op hem bot te vieren. Hij ondervond, hoe die hoge God juist de nederige aanschouwt maar de hovaardige slechts van verre kent. Hij maakte het mee, hoe de krachtige rechterhand van God hem verloste. En daarom kan hij God loven uit de grond van zijn hart. Gaan nu alle registers bij hem open.

Ik hoop, dat het ook de reden is van ons zingen. De heerlijke ervaringen met God. Vooral die van zijn redding en vergeving door Jezus Christus. Zijn liefde en trouw door Jezus Christus. Zo te zingen van verlossing is op zich ook weer verlossend. Wie zo zingt is tot zijn ware bestemming gekomen, want het is toch de bedoeling, dat we allemaal Juda's, Godlovers, zijn. Wie zo zingt valt al een hemels geluk ten deel en een vrede, die alle verstand te boven gaat. Wie zo zingt kent geen benauwdheid meer, maar is in de ruimte gezet.

Dan zingen we ook meer en meer van onze afhankelijkheid van God. Dan belijden we in ons lied, dat we niets van ons zelf hebben, maar alles afhangt van de werken van zijn handen. Laat niet varen de werken van uw handen. Maar dan zingen we ook meer en meer van ons vertrouwen in God. Van het vaste geloof, dat we bij Hem geborgen zijn. Dat Hij tot in eeuwigheid goed voor ons zal wezen. De Here zal het voor mij voleindigen. O Here, uw goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

Zalig, wie zo God kan loven met zijn ganse hart. Kunt u dat? Kan jij dat?

Toch, hoewel met je ganse hart, je zingt toch meestal niet alleen. Maar, daar hebben het toch over vanavond, met elkaar, in de kerk, als onderdeel van de liturgie, de eredienst van de gemeente. Ik zal mij nederbuigen naar uw heilige tempel en uw naam prijzen. Ook aan de inhoud van de psalmen is dat te merken. Die is met opzet gestileerd. De dichter klaagt over zijn nood. Aan de woorden waarmee hij het doet, zouden we kunnen opmaken dat hij ziek is, maar welke concrete ziekte hij heeft, zegt hij niet. Of hij dicht dat zijn vijanden het op hem gemunt hebben, maar wie dat concreet waren, noemt hij niet. De dichter dankt voor redding van zijn leven. Maar hoe dat concreet gebeurde, vertelt hij niet. En zo kan iedereen die ziek is, wat voor ziekte dat ook is, iedereen die medemensen tegen zich heeft, in welke situatie ook, iedereen die dankbaar is, om welke reden ook, in de gemeente met hem meezingen, zijn woorden gebruiken.

Daar komen we in de kerk. Met verschillende zorgen. De een moet binnenkort geopereerd worden. De ander heeft een oude hulpbehoevende moeder. De derde heeft financiële problemen in de zaak. De vierde heeft een kind dat niet meer thuis komt. Allemaal verschillende omstandigheden in het leven. En toch kunnen we samen onze nood tot de Here uitzingen met elkaar. Daar komen we in de kerk. De een voelt zich weer fit na een operatie. De ander heeft een kind, een kleinkind gekregen. De derde heeft promotie gemaakt. Allemaal verschillende omstandigheden in het leven. En toch kunnen we samen de Here erom danken en loven.

Ja, dat geeft een verrijkende wisselwerking. Je vult elkaar aan. Je trekt elkaar mee. Samenzang geeft een extra sfeer. Reden ook waarom zoveel mensen het fijn vinden om lid van een koor te zijn. Wie God wil loven met zijn ganse hart, zoekt graag anderen op, die dat ook willen. Om met elkaar samen te stemmen. Om elkaars lofprijzing te versterken. Dat doet de dichter ook. Hij zingt niet alleen in de binnenkamer. Dan was zijn loflied wel heilzaam voor zichzelf geweest maar niet voor anderen. Hij gaat ermee naar de tempel. Het volk daar moet zijn lofzang horen en overnemen. De solozang moet koorzang worden, gemeentezang. Dan krijgt het pas het goede volume. Zo verrijkt die ene gelovige met zijn zingend vertellen van zijn ervaringen met de reddende God de hele christelijke gemeente en die hele gemeente verrijkt en ondersteunt zijn persoonlijke lofzang.

Daarom neemt de dichter zich voor om eerbiedig buigend de tempel binnen te gaan. Waar God woont en troont. Om er zijn Naam te prijzen. De Naam die daar ook steeds in de verkondiging klinkt. De Naam, die zo groot is, waar zoveel macht en heerlijkheid, zoveel goedertierenheid en trouw aan verbonden is. En zo mogen wij onze kerken binnengaan. Even eerbiedig. Want ook daar geldt: God is tegenwoordig. God is in ons midden. Ook daar nader je tot de Heilige. Ook daar wordt Gods grote Naam verkondigd en geloofd.

En in de Bijbel betekent de Naam van God zoveel als de kant van God die naar ons is toegekeerd, zijn heilzame reddende aanwezigheid. Die naam van God spreken wij als christenen altijd in een adem uit met een andere naam: Jezus Christus. Door wie God zijn Naam heeft groot gemaakt. Door wie God zijn goedheid en trouw getoond heeft. Door wie God de nederige aanschouwt. Door wie God allen, die in benauwdheid wandelen, weer doet opleven. Door wie God allen, die roepen verhoort.

We gaan niet zo maar naar een gebouw, en een bijeengekomen groep mensen, we gaan naar de kerk van Jezus Christus. Om daar onze stem met aller lofzang te paren. Wat heerlijk!

Wat is die gemeentezang vaak meeslepend in de goede zin van het woord. Soms ga je de kerk in met een hart, dat nog vol zorgen en problemen zit, vol verdriet, vol remmingen om te loven en te geloven. En dan word je door de gemeentezang wonderlijk boven alle narigheden uitgetild, en je zingt geestdriftig mee. U mag het gerust weten: soms ga ik met vrees en beven de kansel op, want het is nogal wat om Gods Woord te brengen en je bent er voor je gevoel bij de voorbereiding niet altijd even goed uit gekomen. En dan valt alle onrust en spanning van je af, als je de gemeentezang hoort. Je wordt erdoor opgetild. Aan de andere kant wil ik het ook gerust weten: soms doet het lied, door de gemeente gezongen, ons meer dan een preek. Soms doen enkele rake regels van een lied meer dan een preek. Er gaat troostende en verblijdende kracht van uit. De Here wil er ons mee zegenen. Zo hebben we als enkele gelovige de gemeente nodig. De stem van ons loflied sterft als solo weg in het geroezemoes en geraas van het alledaagse leven maar blijft klinken als die door veel andere stemmen wordt ondersteund. We hebben als gemeente de enkele gelovige nodig, die met zijn ganse hart de Here wil loven. Want het loflied van de gemeente klinkt steriel en mechanisch als er geen harten van oprecht gelovigen achter zitten. Wat kunnen we dit in veel psalmen herkennen. Deze solozang, die koorzang wordt. Hoe zal ik de Here vergelden al zijn weldaden jegens mij? Mijn geloften zal ik de Here betalen. Waar? In de tegenwoordigheid van al zijn volk. Halleluja, ik zal de Here van ganser harte loven. Waar? In de kring en vergadering der oprechten. Gezegend wie de gemeentezang niet graag mist. Die er geestelijk door verrijkt en ondersteund wordt. Die de ervaring heeft opgedaan, dat samen zingen een krachtig wapen is tegen zorgen en noden. Tegen alle kwade machten, die zich van je hart meester willen maken. Je zingt ze weg. Je zingt ze stuk. Zoals de muren van Jericho werden stuk gebazuind.

Want de lofzang breekt als het goed is niet alleen door de wanden van ons hart heen, zodat het gemeentezang wordt. Het breekt ook weer door de muren van de kerk heen, zodat Gods lof zelfs klinkt in de ruimte van deze wereld, waar allerlei verkeerde machten de baas spelen. In de tegenwoordigheid der goden, machten die boven mensen uitgaan, zal ik U psalmzingen. In Israël gebeurde dat, wanneer de mensen hun pelgrimsliederen zongen op de wegen naar Jeruzalem. Ook op onze nationale feestdagen klinkt het Wilhelmus en andere vaderlandse liederen op de straten en pleinen. Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God, mijn Heer! Wilt heden nu treden voor God den Here. O Heer, die daar des hemels tente spreidt. Gelukkig is het land, dat God de Heer beschermt. Wat een belijdenis, of je je er nu wel of niet van bewust bent wat je zingt. God is de Heer is van alle volken.

We zingen dus tegen de machten in, die zich tussen God en ons gedrongen hebben. Want we zingen dat God regeert en zijn almacht zal tonen zover de verste volken wonen. We zingen, dat we door Hem uit de greep van alle machten verlost zijn.

We zitten nog midden in het woeden van die machten. De machten van de zonde, van eenzaamheid, ziekte, de dood. De macht van het terrorisme. Economische en politieke machten. Maar we hebben een ijzersterk wapen tegen al die machten, al schijnt het zwak. Het geestelijk lied, de lofzang tot God. Een christen zingt zich boven al die machten uit. Een christen zingt ze aan diggelen, zoals glas kan breken door de geluidstrillingen van een heel hard en hoog stemgeluid. Hoe meer zangers er op de wereld zijn, gered door God, bekeerd door God, in dienst gesteld van God, hoe zwakker de vernietigende machten worden.

Onze psalmdichter durft in dit opzicht ver te kijken, in de ruimte en in de tijd. Hij ziet het toekomstperspectief vóór zich, dat alle koningen der aarde, nu nog dikwijls in dienst van kwade machten, de Here zullen loven, wanneer ze de woorden van zijn mond gehoord hebben. Dat ze zullen zingen van de wegen des Heren. En dat de heerlijkheid des Heren groot is. Het zal niet vanzelf gaan, want koningen bewandelen gewoonlijk niet de wegen des Heren, laat staan, dat ze ervan zingen. En toch zal eens het wonder gebeuren, dat door de lofzang goden worden vernietigd en koningen worden bekeerd. Het lied in alle talen zal zijn liefde loven overal. Daar gaat het naar toe!

Zo mogen we zingen. Vanuit de verlossing. Onze persoonlijke verlossing door de Here Jezus Christus. En naar de verlossing toe. De totale verlossing van alle dingen in het Koninkrijk der hemelen.

Zo mogen we zingen op goede gronden. Zingen in de ruimte van ons hart, van de kerk, van de wereld. Kun je nog zingen? Zing dan mee!

Amen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Leer mij uw wil te volbrengen,
u bent mijn God,
laat uw goede geest mij leiden
over geëffende grond.
Psalm 143 : 10