Kies uw taal
Pick your language

Mijn gegevens

      Mijn gegevens

  Adres: Populierenlaan 30,
                 2925 CT Krimpen aan den IJssel
  Vaste telefoon: 0180 522828
  Mobiele telefoon: 06 44046099

  Adres in: Google Printview
  Email: info@dsatromp.nl

ATromp
Het laatst gehouden te: Krimpen aanden IJssel
op: 14 oktober 2018
Lukas 12 : 41 Alleen voor ons of voor iedereen

Lukas 12 : 41


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?   

Alleen voor ons of voor iedereen?

Gemeente des Heren,

Petrus ziet het wel zitten. Hij ziet zichzelf wel zitten. Hij ziet zich al zitten aan de Gods feestmaaltijd in de hemel. Hij ziet het al helemaal vóór zich, hoe de Here Jezus hoogst persoonlijk hem hoogst persoonlijk aan de tafel uitnodigt en bedient. Hoe Jezus als een deftige ober hem van allerlei lekkernijen voorziet in een luxe vijf gangen menu. Wat een eer. En een genot. Hij ziet er vol hoop en verlangen naar uit. Hij mijmert en fantaseert over die grote toekomst van God. Daar doet Petrus niet verkeerd aan. Want Jezus zelf heeft dat beeld zojuist bij hem opgeroepen. Hij zei immers: Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. De rollen worden omgekeerd. De knechten worden heren, en de heer wordt knecht, bediende.

In het karakter van Petrus zit een stuk eergevoel. Als je hem in de bijbel volgt, merk je dat. Het was zijn eer te na, dat Jezus zijn voeten zou wassen. Het was zijn eer te na dat Jezus zou moeten lijden. En al zou iedere volgeling Jezus dan afvallen, hij nooit. Dat was zijn eer te na.

Daarom is hij gevoelig voor deze prachtige vergelijking van de Here Jezus. Wat een eer. Eens zo door de Meester zelf bediend te worden. Daarom gaan zijn fantasieën over deze vergelijking ook wel de verkeerde kant op. Daar hebben we het nog wel over.

Maar op zich is er niks mis mee, om als christen soms over deze vergelijking met hoop en verlangen in het hart te dagdromen.

Heilig Avondmaal We hebben het Heilig Avondmaal mogen vieren. En Paulus schrijft: Altijd wanneer we dit brood eten en uit de beker drinken, verkondigen we de dood van de Here, totdat Hij komt.

Totdat Hij komt. Elke maaltijd is op de toekomst gericht, al is het een nabije toekomst. Want we nemen voedsel en drank tot ons om ons leven in de paar volgende uren goed te kunnen voortzetten. Zo is ook het Heilig Avondmaal op de toekomst gericht. Nee, niet op de paar volgende uren. Daar zijn een stukje brood en een slokje wijn niet genoeg voor. Het Avondmaal is op de grote toekomst gericht. Totdat Hij komt. Totdat de heer des huizes van de bruiloft terugkomt. Totdat Jezus weer komt. Het Avondmaal wil ons de kracht geven om het tot zo lang uit te houden in deze verloren wereld.

Het avondmaal doet ons dagdromen over hemels en eeuwig heil, vrede, blijdschap, geluk. Het avondmaal wil in ons het geloof versterken dat het er echt van komt, dat het echt komt, dat Hij echt komt. Het avondmaal leert ons weer hopen op die zaligheid, die ook met een maaltijd vergeleken wordt. Een waarop komt Jezus zich zal omgorden en ons zal bedienen.

Zie er dus maar gerust naar uit.

Maar waar Petrus de fout in gaat, is zijn vraag: ‘Heer, is deze gelijkenis alleen voor ons bedoeld of voor iedereen?’ Wordt hierboven alvast een tafel voor ons, uw twaalf discipelen, gereserveerd? Dat begrijp ik. Want wij zijn u stééds gevolgd en niet zo nu en dan. We hebben onze visserij er zelfs voor opgegeven. U hebt ons vaak apart genomen en meer over uw opdracht op aarde en uw hemelse Vader aan óns verteld, dan aan de schare. U bereidt er ons zelfs op voor om straks als apostelen uw evangelie overal te gaan brengen, gemeentes te stichten, leiding aan uw kerk te gaan geven. We hebben bij u een bijzonder plekje. Hebben we dat straks ook in de hemel? Of bedoelt u uw woorden voor iedereen? Twaalf mensen bedienen is nog te doen, maar zo velen? En verdwijnen we straks gewoon in de massa van zo velen? Vallen we dan niet meer op? Stijgen we dan niet meer boven de schare uit?

Ik vrees, dat hier dat genoemde eergevoel van Petrus zich verraadt. Hij wil toch wel graag anders zijn dan iedereen, als het om Jezus gaat en het volgen van Hem. Hij lijkt wel een onschuldige vraag over de kwantiteit te stellen: Heer, bedoelt u alleen ons of iedereen? Net als die vraag van iemand anders aan de Here Jezus: Heer, zijn er maar weinigen die worden gered? Maar zo onschuldig is het niet, want ook de kwaliteit speelt heimelijk een rol. Bij u zijn we toch niet als iedereen, Here Jezus?

Het is ons niet vreemd, als we de schuilhoeken van ons hart kennen. Wij, ambtsdragers, zijn toch niet als ieder ander gemeentelid? Wij, de paar mensen die nu nog twee keer per zondag naar de kerk gaan, zijn toch niet als ieder ander gemeentelid? Wij, die aan het avondmaal gaan, zijn toch niet als de mensen die je maar zo nu en dan in de kerk ziet en juist niet op de zondag, waarop het avondmaal wordt gevierd? Wij, kerkgangers, zijn toch niet als iedereen in onze woonplaats?

Ja, uw woorden over die geweldige toekomst in Gods Koninkrijk, Here Jezus, met die prachtige vergelijking van een feestelijk diner, waaraan u zelf bedient, voor wie bedoelt u dat? Alleen voor ons of voor iedereen?

En hoe reageert de Here Jezus op deze vraag van Petrus? Met een antwoord, dat geen antwoord is, maar een wedervraag. Wie is die betrouwbare en verstandige rentmeester, die de heer zal aanstellen over zijn knechten?

Jezus brengt Petrus weer terug bij de les. Beste broeder, je vraag verraadt dat je gedachten zijn afgedwaald, nee, zijn blijven steken. Bij die feestelijke maaltijd in de hemel bleven steken. Want daarna ben ik verder gaan spreken over mijn eigenlijke boodschap. Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend. Wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van de bruiloft. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ook al duurt het lang, komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag. Ook al komt hij op een tijdstip waarop je het niet verwacht, als een dief in de nacht.

Het gaat er allereerst om, dat je nu zo'n actieve en wakende knecht van mij bent en dat blijft, dat volhoudt, Petrus, ook in donkere tijden. Zo ziet een leven dat op Gods toekomende koninkrijk gericht is, er uit. Naar dat Rijk uitzien is niet er over blijven fantaseren, er helemaal niet met heimelijke eerzucht over blijven fantaseren of het voor een select clubje is of voor iedereen, in dat fantaseren blijven steken, en intussen afzien van je taak hier en nu. Maar die taak doen als een betrouwbare en verstandige rentmeester.

En wie doet dat? Wie is zo'n goede rentmeester? Inderdaad, geen antwoord maar een wedervraag en nog wel een lastige. Want zeg daar nu eens "ik" op. Dat durf je met al je eerzucht toch niet aan. Tenminste als je maar een beetje zelfkennis hebt. Ik voor honderd procent betrouwbaar? Kwam ik altijd na wat ik beloofde? Wat ik bijvoorbeeld mijn levenspartner allemaal beloofde in de trouwdienst? Wat ik God beloofde toen ik belijdenis deed? Heb ik nooit iemand teleurgesteld? Bijvoorbeeld ook niet mijn baas, als hij mij een opdracht gaf? God niet nadat Hij mij voor de zoveelste keer zijn tien geboden liet horen? En was ik ook altijd zo verstandig? Zo wijs en bedachtzaam? Hoefde ik mezelf nooit op mijn kop te geven? Wat dom dat je dat zei. Je deed er iemand zo'n pijn mee. Wat een stommiteit haalde je uit op je werk. 't Kost je werkgever in een uurtje meer dan je in een maand bij hem verdient.

En toch blijft die vraag van Jezus geldig. Wie is die betrouwbare en verstandige rentmeester? En het antwoord heeft zelfs te maken met ons eeuwig heil, of we straks in de hemel aan die feestmaaltijd met Jezus als bediende zullen aanzitten of niet. Want gelukkig wie daarmee bezig is als zijn heer komt.

We moeten dus aan de slag. We mogen met verlangen uitzien naar die wonderlijke feestmaaltijd. Maar dat moet juist het motief, de drijfveer, de inspiratiebron zijn om hier op aarde steeds knecht van Jezus te wezen, Hem te dienen. Zodat we in elk geval bezig zijn, wanneer onze heer komt. Dat mag met fouten en gebreken. Niemand is volmaakt. Maar je moet wel bezig zijn. Niet werkeloos zitten dagdromen. En ook bezig zijn als een betrouwbare en verstandige rentmeester. Betrouwbaar. Ze kunnen op je aan. Je blijft ook op je post als het moeilijk wordt, je soms pijnlijke beslissingen moet nemen, vooral pijnlijk voor je zelf. Je laat niet zo gauw iemand vallen. Verstandig. Je doet de dingen niet impulsief, onnadenkend, slordig, mentaal afwezig. Maar met beleid, met gezond verstand, na overleg. En betrouwbaar en verstandig houdt ook in, dat je je fouten erkent en toegeeft, als je het mis had.

Wie is die betrouwbare en verstandige rentmeester? Alle knechten zijn van de laagste tot de hoogste rentmeesters. Dat wil zeggen: ze zijn bezig met dingen die niet van hen zelf zijn maar van hun heer. En zo hebben wij ook bezig te zijn. Met het besef, dat alles eigendom is van God, de Schepper. We hebben de dingen maar onder beheer en in bruikleen. Meer niet. En we moeten eens verantwoording afleggen over wat we met het kostbare eigendom van God hebben gedaan. Zijn we er betrouwbaar en verstandig mee omgegaan of niet? Met de grondstoffen van deze aarde? Met de planten en bomen? Met de dieren? Gaan we er zorgvuldig mee om, of we ze nu wel of niet als voedsel voor ons zelf gebruiken? Ook ons personeel is niet van ons zelf maar van God. Ook onze kinderen zijn niet van ons zelf maar van God. Eens moeten we om zo te zeggen alles weer aan hem teruggeven. En in welke staat verkeert het dan? Hebben we winst gemaakt met het bezit van onze heer? Krijgt Hij meer terug dan wat Hij ons eens toevertrouwde? Of hebben we zijn bezit verprutst?

Rentmeester zijn betekent bovendien, dat je de plaats van je heer inneemt zolang deze op reis is. Dat je doet wat de heer zou doen als hij thuis was geweest. Zo zijn wij rentmeesters van God op aarde. We moeten hem als het ware zichtbaar maken. Zijn wil doen. Zijn hand en voet zijn. Zijn ogen en oren zijn. De dingen doen zoals Hij die gedaan zou hebben, zoals Jezus die voordeed. De bijbel noemt het: zijn beeld en gelijkenis zijn.

En nu we het over dat rentmeesterschap hebben, weet u wat mij opviel? Nog een keer: hoe reageert Jezus als Petrus vraagt: Heer, is deze gelijkenis alleen voor ons bedoeld of voor iedereen? Hij geeft daarop geen antwoord. Hij laat zich door die vraag niet afleiden, maar blijft bij zijn onderwerp: de oproep om trouw God te dienen in het leven, zoals een knecht al dienend en wakend op de terugkomst van zijn heer wacht, als deze naar een bruiloft is. En toch verandert Jezus wel íets naar aanleiding van de vraag van Petrus. Eerst had hij het over knechten in het algemeen, maar nu spreekt hij van een rentmeester. En dat is vooral de hoogste knecht. Dat is de knecht tussen de meester en alle andere slaven en slavinnen in. Dat is de knecht die aangesteld is over de andere knechten en dienstmeisjes, om ervoor te zorgen, dat ze goed onderdak hebben en vooral elke dag goed te eten en te drinken hebben, zodat ze hun meester daarom waarderen en ze de gezondheid en kracht houden om hun dienend werk goed te kunnen doen.

En zag Petrus zich eigenlijk ook niet zo? Had Jezus dat achter de vraag van Petrus niet beluisterd? Ik ben toch één van de twaalf discipelen, meester? En wij zijn toch uw belangrijkste volgelingen? U bereidt ons toch voor om straks allen die in u geloven te gaan leiden als uw apostelen? Is dus die feestmaaltijd vanwege die bijzondere positie niet uitsluitend voor ons bedoeld? Kijk, dat laat Jezus in het midden, maar op die bijzondere positie gaat Hij wel door. Wie is dan die betrouwbare en verstandige rentmeester die de heer zal aanstellen over zijn knechten om hun op tijd het eten te geven dat hun toekomt? Gelukkig de dienaar doe dat doet. Maar wee de dienaar, die alleen op eigen rijkdom en lusten uit is en allen die onder hem gesteld zijn slecht behandelt.

We kunnen een bijzondere of hogere positie hebben, waardoor we niet over dode materie, stenen, cement, hout, beton, asfalt zijn aangesteld en ook niet over akkerland of weiland, maar over andere mensen. De leraar of lerares als rentmeester over de klas leerlingen. De arts als rentmeester over zijn patiënten. De directeur als rentmeester over zijn personeel. De burgemeester en wethouder als rentmeester over de inwoners van zijn dorp of stad. De politieagent als rentmeester over zijn wijk. Bestuursleden als rentmeester over de leden van hun vereniging. Vader en moeder als rentmeester over hun kinderen. Kerkenraadsleden als rentmeester over de leden van de gemeente. Misschien zijn we wel een beetje trots op zo'n hogere post in de samenleving en de kerk. Het streelt ons eergevoel, dat we gezag hebben over anderen. Want dat eergevoel dat Petrus had, is niemand vreemd.

Maar Jezus wijst ons erop, dat dit nu juist een extra verantwoordelijkheid geeft. Want zo'n rentmeesterschap over medemensen heeft twee kanten. Zalig wie dat serieus neemt en goed doet. Ik verzeker jullie, zegt Jezus, de heer zal hem bij zijn terugkomst aanstellen over alles, wat Hij bezit. Maar o wee de dienaar die denkt: mijn heer komt niet terug, en die daarom misbruik van zijn positie maakt, tot schade van degenen over wie hij is gesteld en om zichzelf te verrijken. Van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd.

Mijn heer komt niet terug. Is dat niet de overheersende gedachte in deze moderne tijd? Godsdienst is iets van het verleden. God is uit onze samenleving verdwenen en Hij komt niet meer terug. We zijn geen rentmeester meer met een heer boven ons, maar eigen heer en meester. We moeten het alleen aan ons zelf verantwoorden of we iets goeds van ons leven maken of niet. Zijn wij mensen daardoor in deze maatschappij niet egoïstisch geworden, hard? En vooral uit op eigen weelde en genot? Zoals die dienaar over wie Jezus het heeft, die zich volvreet en zich bedrinkt en de knechten en dienstmeisjes mishandelt? De heer komt toch niet terug. Dus wie maakt me wat.

We moeten die mentaliteit maar niet overnemen. We moeten daar maar niet aan meedoen. Want al is het midden in de nacht of zelfs kort voor het aanbreken van de dag, de heer komt terug van de bruiloft. Hij komt, Hij komt, om de aarde te richten, de wereld in gerechtigheid. Dan zullen de trouweloze rentmeesters hun straf krijgen. Maar dan zal ook de vraag worden beantwoord, wie een betrouwbare en verstandige rentmeester was. Blijf dat verwachten. Blijf daar met verlangen naar uitzien. Richt je daarop in je concrete leven van elke dag. Dan zal eens tegen je worden gezegd: voortreffelijk, je was een goede en betrouwbare dienaar. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.

Amen.

1000 Resterende tekens