Kop

De website van Arie Tromp

Kies uw taal
Pick your language

Mijn gegevens

      Mijn gegevens

  Adres: Populierenlaan 30,
                 2925 CT Krimpen aan den IJssel
  Vaste telefoon: 0180 522828
  Mobiele telefoon: 06 44046099

  Adres in: Google Printview
  Email: info@dsatromp.nl

ATromp
Het laatst gehouden te: Rijnsburg
op: 8 juli 2018
Handelingen 3 : 19 Bekering

Handelingen 3 : 19

Studiedienst over het woord "bekering"


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?   

Bekering

Keer terug. Naomi gaat terug van Moab naar Bethlehem. Haar schoondochters Ruth en Orpa gaan mee. Op aandringen van Naomi neemt Orpa echter halverwege afscheid om naar Moab terug te keren. Maar Ruth doet dat niet. Ook al zegt Naomi: keer terug, uw schoonzuster achterna.

Keer terug. David is op de vlucht voor Saul, die hem haat. In een spelonk heeft hij de kans Saul te doden, maar hij spaart hem. Saul krijgt berouw. En zegt: “ik heb verkeerd gedaan. Keer terug, David. Ik wil je niet langer kwaad doen.”

Keer terug. Jezus geneest een bezeten man van zijn vele demonen in het gebied van de Gerasenen. Deze man wil met Jezus mee gaan, terug naar Galilea. Maar Jezus zegt: “Keer terug naar huis en vertel alles wat God voor jou gedaan heeft.”

Regelmatig geven en krijgen in de bijbel dus mensen de opdracht: keer terug. Maar dat is dan letterlijk bedoeld. Veel vaker heeft dat terugkeren een figuurlijke, geestelijke betekenis.

Daar gaan we het over hebben. Deze studiedienst is immers de middelste van drie met als onderwerpen: Heb berouw, keer terug, word vernieuwd. En berouw hebben, terugkeren, je laten vernieuwen zijn geestelijke activiteiten, die in elkaars verlengde liggen, elkaar zelfs gedeeltelijk overlappen.

In de oude talen van de bijbel moet het verband duidelijk maken of de letterlijke, lijfelijke betekenis van terugkeren is bedoeld of de figuurlijke, geestelijke. Dat is nooit zo’n probleem. In de Nederlandse vertalingen komt er ineens een nieuw woord voor de dag, als het om de geestelijke betekenis gaat. Dan wordt, in de ene vertaling consequenter dan in de andere, het woord ‘bekeren’ gebruikt. Bekeer je. Dat is immers al eeuwen de vaste term in de kerkelijke leer voor de radicale geestelijke omkeer van ongeloof in God naar geloof in Hem, van ongehoorzaamheid aan God naar gehoorzaamheid aan Hem. De beslissende, actieve daad tussen berouw en levensvernieuwing.

In het algemeen spraakgebruik buiten de kerk wordt nu met bekering meestal de overgang van de ene godsdienst naar de andere bedoeld. Bijvoorbeeld iemands bekering van islam naar christendom of omgekeerd. Maar van oorsprong is het de radicale omkeer en toekeer naar God.

Over de islam gesproken: moslims spreken liever niet van bekeren maar van terugkeren. Want, zo zeggen ze, toen God in de oertijd de zielen had geschapen, vroeg Hij: “Ben ik niet jullie Heer?” Hierop zouden alle zielen hebben geantwoord: “Jazeker, dat bent u!” En sinds die tijd is iedere ziel in wezen moslim.

Zo ver gaan wij christenen niet. Johannes schijft wel: Christus is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld. Maar daarom noemen we nog niet iedereen christen. Toch is bij ons je bekeren ook wel geestelijk terugkeren. Terugkeren is je omkeren en teruggaan naar waar je vandaan komt. En komen we niet allemaal van dezelfde plek vandaan? Beter gezegd: van dezelfde persoon? Van God? Hij is immers de Schepper, de gever van het leven. Aan Hem danken we ons bestaan en voortbestaan. Hij bepaalt begin en einde van ons leven. Hij gaf ons onze eigenschappen, kwaliteiten, lichamelijke en geestelijke. Hij gaf ons een ziel, ons ik, dat wonderlijke mysterie van ons zelfbewustzijn. Hij bewaart ons, beschermt ons, leidt ons. De Griekse filosofen bedoelden iets soortgelijks met bekeren: geestelijk re-integreren en terugkeren naar de grond van je zijn, je diepste zelf. Reden om te roepen: keer terug. Wat is het toch dom om van de bron, de oorsprong, de kracht van je leven, je levensader, vandaan te lopen.

En dat is nog niet alles. Petrus en Johannes genezen een verlamde. Daarna houdt Petrus een toespraak, een preek. Daarin vinden we ook de oproep: keer terug tot God. Hoe spreekt Petrus zijn hoorders aan? Israëlieten. Hij noemt God bij hen de God van Abraham, Izaäk en Jacob, de God van onze voorouders. Hij zegt: u bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn verbond gesloten. We weten waar dat verbond op neerkomt. Jullie zijn mijn volk, en ik ben jullie God. Als jullie mijn wetten gehoorzamen, zal ik jullie mijn heil geven. Een land van melk en honing, waarin ieder in vrede en rust onder zijn eigen wijnstok en vijgenboom zit. Hoe kun je nu vandaan lopen van de God die zoveel moois belooft? Wend je af van je huidige leven en keer terug tot God.

Genezing verlamde man
Jan Woutersz. :
de apostelen Petrus en Johannes genezen een verlamde man.
1650 - 1675.
Hermitage. Sint-Petersburg
Dat geldt niet alleen voor de Israëlieten, ook voor ons. Want Petrus zegt: Met uw voorouders heeft God zijn verbond gesloten, toen Hij tegen Abraham zei: In jouw nageslacht zullen allen volken op aarde gezegend worden. Door Jezus Christus, wiens reddende dood en opstanding centraal staat in de preek van Petrus en door wiens kracht de verlamde is genezen, mogen alle volken genieten van het heil, dat God aan Israël heeft beloofd. Daarom roept God ook via Jesaja op: Keer terug naar mij en laat je redden, ook jullie aan de einden van de aarde, want ik ben God en er is geen ander. Dat is het bestaansrecht van ons als de kerk van Jezus Christus binnen het volk van Nederland. En ook via ónze voorouders hebben we van deze liefde en trouw van God, van zijn beloften en verbond, gehoord. Reden om gehoor te geven aan de roep: keer terug. Terug naar de goede God, bij wie heil en zegen is te vinden.

Want hoe loop je, als je doorloopt? Je loopt dan met de rug naar God toe. En je blijft niet in cirkeltjes nog in de buurt van God rondlopen, maar je loopt van Hem vandaan. Steeds verder. Je valt van Hem af. God klaagt dan ook bij monde van de profeet Jeremia: Ze hebben mij de rug toegekeerd, ze kijken me niet langer aan. Gelukkig roept Hij ook: keer terug, afvallig kinderen, ik zal jullie genezen van je ontrouw. Leven is niet stilstaan, maar je ontwikkelen. Leven is ergens vandaan komen en ergens naar toe gaan. Waar gaan wij naartoe? Richting God of juist de andere kant op?

Dan is het zaak aan de roep: keer terug, gehoor te geven. Hoe verder we van iemand vandaan zijn, hoe slechter we hem door de afstand kunnen horen. Op een gegeven moment vang je alleen maar klanken op, die geen woorden meer worden. Op de duur helemaal niets meer. Dat is het gevaar van de verharding, afstomping. Als de Here Jesaja tot profeet roept, zegt Hij: “Ga, en profeteer tegen het volk. Maar ze zullen je niet begrijpen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.” Het klinkt zelfs als een actief oordeel van God: “Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe.” Jezus citeert deze woorden en ziet ze in vervulling gaan als hij antwoordt op de vraag, waarom Hij in gelijkenissen spreekt. “Omdat ze ziende blind zijn en horende doof. Ze zullen luisteren maar niet begrijpen.” Keer terug voordat de macht van de gewoonte je ongevoelig heeft gemaakt. Stel het niet uit. Laat het niet te laat worden.

Aan de andere kant: wees niet bang, dat het voor jou al te laat is. Jesaja vraagt: “Hoe lang, Heer?” En God antwoordt: “Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont.” De ballingschap. Er blijft slechts een tronk van de eik over, maar uit die tronk zal weer een levend twijgje komen. Toch niet definitief dood. De terugkeer van de ballingschap. En Jezus zegt tegen zijn discipelen: “Aan jullie is het geheim van het Koninkrijk van God wel onthuld.” Maar blijf zo dus niet doorlopen. Van God vandaan. Want waar gaat dat dan naartoe? Waar kom je dan terecht.

Dan kom je te recht in ijdele, zinloze dingen. Paulus roept immers op, ook na de genezing van een verlamde in Lystra: “Bekeer je van de ijdele dingen tot de levende God.” Je leven raakt zonder zin, betekenis, doel. Je bent met kortstondige, vluchtige, nutteloze, waardeloze zaken bezig. Met t.v., films zien, appen, drinken, feesten. Het loopt op niks uit. Niets. Nihil. En dat verandert niet als je er bewúst je levensfilosofie van maakt en je je nihilist noemt.

Het is eigenlijk nog erger. Want in Lystra noemt men na dit wonder Barnabas Zeus en Paulus Hermes. Griekse goden. Buiten God ben je aan de goden, de afgoden, overgeleverd. Dat was ook bij Israël al het geval. Buiten God dienden ze Baäl en Astarte. Samuël zei dan ook tegen hen: “Als het u werkelijk ernst is terug te keren naar de Here, doe dan de vreemde goden zoals Astarte weg.” Loop je door dan kom je onder verkeerde machten terecht, die over jou de baas worden. De macht van het geld. Het genot. De seksualiteit.

Dan kom je ook in de macht van de satan terecht. En de duisternis. Toen Paulus in een zijn leven veranderende geestelijke ervaring door Christus werd stilgezet op de weg naar Damascus, hoorde hij die zeggen: ik zend je uit om jood en heiden de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God.

Je komt in de pijniging terecht van wroeging, angst, eenzaamheid, radeloosheid, toekomstloosheid.

Daarom: keer terug. Het is ook de hoogste tijd daarvoor. Niet alleen omdat het rechtvaardig oordeel van God over alle kwaad nabij is. Maar vooral om een positieve reden: omdat door de Here Jezus Christus het Koninkrijk der hemelen nabij is gekomen. Johannes de Doper zei het al en Jezus zei niet anders: bekeer je, keer je om, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Nog even en God realiseert zijn rijk van vrede, recht, eeuwig leven, zonder ziekte en dood, met eeuwig vreugde en aanbidding. Nog even en het is eeuwig feest op de bruiloft van het Lam. Nog even en de nieuwe, heilige stad Jeruzalem daalt neer uit de hemel. Nog even en het paradijs komt terug met rivieren vol water, helder als kristal, met bomen die elke maand vruchten dragen. Nog even en de zwaarden zijn omgesmeed tot ploegijzers en de speren tot snoeimessen en geen mens zal meer weten wat oorlog is. Nog even en een wolf zal zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer, kalf en leeuw zullen samen weiden. Nog even en Christus verschijnt als koning in alle glorie op de wolken van de hemel. Daar moet je toch bij zijn? Daarom: keer terug. Wacht niet. Een bekende joodse rabbi zei eens: bekeer je een dag voor je dood. En hij bedoelde natuurlijk niet: stel je bekering uit tot je zó ziek bent dat je denkt: morgen kon het wel eens afgelopen wezen. Maar: bekeer je vandaag nog, want, wie weet, morgen kan de dood je overvallen.

Keer terug. Maar we kunnen ons zélf toch niet bekeren? Het is toch pure genade, als we verlost worden? God moet het toch doen? Helemaal? Wij zijn toch alleen maar onbekwaam tot enige goed en geneigd tot alle kwaad, zoals de catechismus zegt? Het is al een oude tegenwerping. Die ook waar is. Alleen is het de halve waarheid. Want hoe vervolgt de catechismus? Ja, zo zijn wij, tenzij dat wij door de Geest van God worden wedergeboren. Hoor je het? Door de Geest. En het is juist het kenmerk van de Geest dat wij bij hem geen dode marionetten zijn, maar Hij ons helemaal inschakelt. Onze emoties, ons verstand én onze wil. Daarom mag niemand, die oproept: bekeer je, verketterd worden met de opmerking dat die te veel van de mens zou verwachten. De bijbel staat boordevol bevelen tot bekering. En als via die oproep: keer terug, door wie dan ook uitgesproken, een profeet, apostel, dominee, broeder of zuster, de onweerstaanbare Geest een appèl doet op onze wil, dan is de bekering voor honderd procent van God en ook voor honderd procent van ons zelf. Paulus wekt de gemeente van Filippi op: Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt.

Het wonder dat aan de toespraak van Petrus voorafgaat, is daar ook het teken van. Petrus en Johannes genazen de verlamde niet zonder hem op te roepen: in de naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en loop. Loop. En hij deed het. Er gebeurde wat menselijk onmogelijk was; hij liep. Hij voelde er de kracht voor in zijn voeten en enkels komen. Zo krijgen wij ook de kracht in de voeten om terug te keren. Hoewel het menselijk onmogelijk is, doen we het toch. Keer terug. In het oude testament wordt het vooral tegen het volk Israël gezegd. Ook een volk, ook het Nederlandse volk, moet zich bekeren: van egoïstische zelfontplooiing, van gebrek aan sociale zorg en solidariteit met de arme, zieke, gehandicapte, oudere. Van discriminatie, vreemdelingenhaat, vooroordelen, hetzes. In het nieuwe testament wordt vooral opgeroepen tot persoonlijke bekering. Het wordt een persoonlijke zaak, al is dat bij de latere profeten, zoals Ezechiël, ook al het geval.

En het is niet alleen persoonlijk, maar ook heel ingrijpend. Het oude testament heeft maar één woord voor bekering, het nieuwe kent er twee. Soms worden ze samen gebruikt omdat ze iets van betekenis verschillen. Ook in de toespraak van Petrus na de genezing van de verlamde worden ze allebei gebruikt. En omdat je moeilijk: bekeer je en bekeer je kan zeggen, wordt in de vertalingen minstens een van beide woorden omschreven. Wend u af van uw huidige leven. Heb berouw. Kom tot inkeer. Het eerste woord betekent letterlijk, dat je denken helemaal verandert. Je instelling, je hart. Je gedachten, je verlangens zijn voortaan voortdurend gericht op God, Hem vertrouwen , Hem dienen, naar Hem uitzien. Het andere woord is letterlijk de zichtbare lichamelijke beweging maken van helemaal omdraaien. Je daden worden totaal anders. Je gaat dingen doen die je niet deed en dingen nalaten die je wel deed. Je keert je af van de verkeerde dingen, van je slechte daden, zegt Petrus in de laatste zin van zijn toespraak, en je keert je toe naar de goede dingen, de zaken van Gods Koninkrijk. Je keert je af van leugenachtigheid, diefstal, losbandigheid, excessen met eten en drinken, milieuverwoesting, haat. En je keert je toe naar vrede, liefde, verzoeningsgezindheid, hulpvaardigheid, gebed, aanbidding, voorbede.

En die twee zaken gaan samen. We moeten niet hoeven te zeggen: doe wel naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden. Anderen moeten niet van ons kunnen zeggen: Die heeft zich bekeerd van zwijn tot varken, zoals een Gronings gezegde luidt. Die belooft wel beterschap maar blijft de oude zondaar. God moet niet van ons kunnen zeggen, wat Hij via Jesaja tegen Israël zei: dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij. Woorden waarvan Jezus zegt dat ze ook toepasselijk zijn op farizeeën en Schriftgeleerden. Je kunt onberispelijk leven met een zelfgenoegzaam en hoogmoedig hart.

Ook bij de verloren zoon in de bekende gelijkenis van de Here Jezus, die helemaal over terugkeer en bekering gaat, zijn de gedachte en de daad één. De woorden worden bewust herhaald: nadat hij tot zichzelf gekomen was, zei de jongste zoon: ik zal opstaan en naar mijn Vader gaan. En hij stond op en ging naar zijn Vader.

Inderdaad een gelijkenis van Jezus. Bekering is onmogelijk zonder Jezus. Bekering is terugkeer tot God door te gaan geloven in de Here Jezus. Petrus en Johannes genezen de verlamde bedelaar in de naam van Jezus. En de toespraak van Petrus daarna gaat over Jezus. Het gebeurde omdat de God van Abraham, Izaäk en Jacob aan Jezus de hoogste eer heeft bewezen. Jezus is door de mensen uitgeleverd, verstoten, en gedood. Maar God deed Jezus uit de dood opstaan. Het geloof dat Jezus schenkt heeft de verlamde gezond gemaakt. God deed in Jezus in vervulling gaan wat Hij bij monde van de profeten had aangekondigd: dat de messias zou lijden en sterven. Jezus moest in de hemel worden opgenomen tot alles zal worden hersteld. Terugkeer tot God is naar Jezus gaan luisteren, naar alles wat Hij zegt, de ware profeet en dienaar van God, al door Mozes voorspeld. Dat geldt voor iedereen. Dat gold ook voor de Israëlieten, tegen wie Petrus sprak. Want het gaat om hun eigen door hen in eerste instantie verstoten, maar door God verhoogde Messias. De oproep: keer terug, past alleen maar in de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus. Ook wij kunnen alleen maar tot God terugkeren aan de hand van Jezus.

Maar die geeft dan ook onmiddellijk een heerlijk geschenk. De vergeving van onze zonden. Keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden. Terugkeren tot de rechtvaardige en heilige God, terwijl ik op de heenweg van hem wegliep en zoveel dingen deed die hem pijn en verdriet gaven, zelfs boos en toornig maakten? Dat durf ik niet! Doe het toch maar. Want de Here Jezus heeft je zonden verzoend, uit je leven weggepoetst. Door zelf een levensweg te gaan, kaarsrecht in het spoor van zijn Vader, zonder ergens maar even af te wijken. En door toch als zondaar te lijden en te sterven. Zo is hij de messias, de gezalfde koning, die ons mensen redt namens God. Keer terug. Je mag het doen zonder schuld tegenover God, zonder angst voor Gods toorn en straf, overtuigd van Gods vergeving en liefde. Om Jezus’ wil. En ook over alles wat op die terugweg nog misgaat, hoef je je geen zorgen te maken. God blijft de zonden vergeven. Eens zei Jezus tegen zijn leerlingen: Indien je broeder zondigt, spreek hem dan ernstig toe; en als hij berouw heeft, vergeef hem. En als hij zevenmaal op een dag tegen je zondigt en zevenmaal naar je terúgkeert en zegt: “Ik heb berouw, ”dan moet je hem vergeven. Zou God dat zelf dan niet doen? Kijk niet achterom naar alles wat verkeerd ging. Je mag het om Jezus’ wil achter je laten.

Kijk liever vooruit naar de eindstreep van de terugkeer. De zalige ontmoeting met de Here. Wanneer je juicht voor zijn troon met alle zaligen. Als Paulus wordt stilgezet op de weg naar Damascus, hoort hij volgens zijn eigen verslag Jezus zeggen: ik zend je uit, naar jood en heiden, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God. Door het geloof in mij krijgen ze vergeving voor hun zonden, en samen met allen die mij toebehoren krijgen ze dan deel aan mijn koninkrijk, volgens meer letterlijke vertalingen: ontvangen ze een erfdeel onder de geheiligden. Het is de heerlijke tijd van rust die de Here dan zal doen aanbreken. De tijd waarin alles zal worden hersteld, zegt Petrus in zijn toespraak. Dan is er geen sprake meer van weggaan. Dus ook niet meer van terugkeren. Dan zijn we voor altijd thuis.

Amen.

1000 Resterende tekens