Afdrukken

Genesis 14 : 18 - 20


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?
Genesis 14 : 18 - 20
Nieuwe Vertaling
  1. En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.
  2. En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde,
  3. en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tienden.

Voor 't laatst gehouden op 25 augustus 2002 te Hattem

Abraham en Melchizedek

Gemeente des Heren,

mag ik u voorstellen? Melchizedek. Maakt u voor het eerst met hem kennis? Zegt u: Nooit van die goeie man gehoord? Of zegt u: Ik ken hem alleen van naam. Vaag. Want ik weet, dat ie in de bijbel voorkomt. Maar dat is ook alles? Het kan echter óók zijn, dat u zegt: Ik Weet wat méér van hem. Want ik kèn die stukjes uit de bijbel wel, waarin het over hem gaat. Maar juíst wat ik zo al van hem weet, is voor mij zo vréémd, zo onbegríjpelijk. Ik heb nóóit raad geweten met die wonderlijke figuur.

Al in mijn eerste gemeente zei iemand eens tegen me: Wat is dat toch voor vreemde man, dominee? Die Melchizedek! We zijn thuis bij het lezen van de bijbel met de Hebreeënbrief bezig. Tóch al zo'n moeilijk boek. En als je dan leest over het priesterschap naar de ordening van Melchizedek, gaat het je helemáál boven de pet. Ik Hoop, dat u, jij, in de preek met hem kennis maakt en dat het een fíjne kennismaking wordt.

Abraham komt terug van een oorlog met de koningen uit het oosten. Hij heeft hen overwonnen en hij heeft Lot, die door hen als gevangene was meegevoerd, bevrijd. We stellen ons voor dat allerlei gevoelens in zijn hart om de voorrang streden. Hij is dankbaar en gelukkig, dat de Here hem de overwinning heeft gegeven en dat Lot met zijn familie weer veilig thuis is. Maar hij is ook verdrietig, omdat zoveel mensen het leven verloren. En nu de spanning geweken is, voelt hij zich geestelijk en lichamelijk heel moe.

En tijdens of direct ná die terugreis, gebeurt er iets wonderlijks. Ineens duikt daar ene Melchizedek voor Abrahams ogen op. Als uit het luchtledige. De bijbel vertelt verder hélemaal níets van hem. Niets van zijn áfkomst. Niets van wat er vérder met hem gebeurde. Zo maar éven richt God de hemelse schijnwerper op hem waarna hij weer volstrekt in het duister van de oeroude geschiedenis verdwijnt.

En het is allemaal éven vreemd met die man gesteld. Hij heeft een prachtige naam, dat moet gezegd: Melchizedek. Wat betekent: koning der gerechtigheid. Gewèldig, als ze je zó zijn gaan noemen. Als er onder jóuw heerschappij dus rechtvaardigheid heerst, terwijl ándere vorsten het recht verscheuren door elkaar te bevechten en te beroven. Wat een naam! Háást onwerkelijk, als uit een spróókje. Hij is koning van het stadje Salem. Oók al zo'n mooie naam. Die betekent: vréde. Héérlijk als er te midden van strijd en oorlogsgeweld nog een Salem is, een plaats van vrede. Tussen twee haakjes, later zal diezèlfde plaats Jeruzalem heten, de stad van God, waar de Here Jezus door zijn kruisdood en opstanding recht en vrede zal laten zegevieren en die uit zal laten gaan naar de hele wereld.

En deze Melchizedek heeft een merkwáárdige combinatie van twee ambten. Hij is koning èn priester. Een unieke combinatie. We komen het verder in de bijbel nergens meer tegen bij aardse koningen. Ook een gewèldige combinatie, als je het goed bekijkt. Hij regeerde zijn volk vórstelijk door het príesterlijk van God te vertellen, Gods zegen te geven, te leren bidden en er de voorbede voor te doen, het ook te helpen bij de offers aan God. En wat nog wónderlijker is in dit toch puur heidense land: hij was priester van God, de Allerhoogste. Van de ware God, de Schepper van hemel en aarde. De Here had zijn naam al in Salem gevestigd vóór zijn volk er echt woonde.

Welnu, deze Melchizedek komt onverwachts op Abraham af. Hij versterkt hem en de zijnen na de strijd en de moeitevolle terugreis met, let wel, brood en wijn. En hij zegent Abraham. Gezegend zij Abraham door God de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. Abraham, ik zeg je, de overwinning was van Gód, die je zegende en zal blijven zegenen. En diep onder de indruk hiervan betoont Abraham zich de mindere van Melchizedek. Hij eert hem en geeft hem wat een koning en een priester toekomt: tien procent van wat is buit gemaakt. En dan is die wonderlijke ontmoeting ten einde en verdwijnt Melchizedek weer helemaal in het duister. We vinden hem nérgens meer terug.

Maar het volk Israël is dit wonderlijke verhaal nóóit meer vergeten. Ze raakten er steeds wéér en steeds méér verbáásd over. En als ze aan Melchizedek dachten, die oeroude geheimzinnige priester-koning van Salem, dan moesten ze onherroepelijk ook aan de beloofde Messias denken. De níeuwe koning van Jeruzalem, die Gód zal geven. Ja, dan droomden ze van Hèm, die eens op dezelfde manier tussen God en zijn volk zal staan als Melchizedek, ook als koning en priester. Dan droomden ze van Hem, die de wáre koning van de gerechtigheid zal wezen en de wáre vorst van de vrede. Dan droomden ze van Hem, door wie zij als Abrahams volk helemáál rijk gezegend zullen worden. Dan droomden ze van Hem, die hen in de moeite en zorgen helemáál zal overladen met verkwikkende gaven, al konden ze er nog geen idéé van hebben welke diepe betekenis de woorden bróód en wíjn zouden krijgen. Dan droomden ze van Hem, voor wie ze eens hoopten te knielen, aan wie ze eens alle eer hoopten te bewijzen, voor wiens voeten ze eens al hun tienden, al hun schatten neer hoopten te leggen. Dan droomden ze van Hem, die óók zo onverwachts en verrassend op zou duiken als de door God gegeven trooster en ontfermer in de strijd van het leven. O, wat droomden ze van Hem, die naar de wijze van Melchizedek zou handelen. Wat zagen ze vol verwachting naar Hem uit.

Kent u, ken jij dat ook? Dit gelovig dromen en hopen, gewekt door wat je in de bijbel las? Dit dromen van vrede en gerechtigheid van Godswege? Dit dromen over iemand die als Melchizedek zal doen? Die je zal zegenen, je met zijn gaven zal overladen, aan wie je je mag toevertrouwen, die je mag eren, aan wie je je leven mag wijden? En telkens als een nieuwe koning in Jeruzalem de troon besteeg om namens God te regeren, kreeg deze messiaanse droom, deze hoop op de ware koning en priester, de definitieve brenger van vrede en heil, een nieuwe impuls. Denk maar aan psalm 110, een blij lied, gezongen bij het feest van de kroning van een nieuwe vorst, waar onder ándere in staat: De Here heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchizedek. Vooral in de tijd tussen het oude en het nieuwe testament, toen het volk Israël in diepe nood verkeerde, verwachtte men vùrig de komst van de Messias en mét Hem de eindtijd, de volkómen verlossing uit alle noden, en het ééuwige Vrederijk. Er ontstond een stroom van geschríften daarover. We noemen dat de apocalyptische literatuur. Ze lijken wat op het boek openbaring en ook in díe boekwerken komen we de naam Melchizedek nogal eens tegen. Als een soort kápstok, waaraan alle verwachtingen van Gods heil door middel van de beloofde Zaligmaker werden opgehangen.

Nóg weer later hangt er bij Jeruzalem een man aan het kruis. Ook Híj is zo'n bijzonder iemand. Ook Híj is zo maar plotseling opgedoken tussen de mensen, tussen hun strijdgewoel en hun zondig gedoe. Ook rond zíjn afkomst hangt een mysterie, een geheim. Evenals over zijn lévenseinde. Ook Híj is niet zo maar in de menselijke lijn van de geslachten in te passen. Zijn moeder is op een andere manier zijn moeder als ándere moeders dat van hun kinderen zijn. Zijn vader is zijn echte vader niet. Hij wordt al vóór Hij wordt geboren zoon van God genoemd, nog wel door een engel. En Hij zegt van zichzelf: eer Abraham was ben ik. Ook Hem weet men volstrekt geen plaats te geven. Hij is even verrassend in zijn optreden en net zo anders als Melchizedek. En als er íemand rechtvaardig overkomt, is Híj het. Als er íemand vrede uitstraalt, is Hij het. Als er íemand mensen in nood en zorgen bemoedigt, versterkt, verkwikt, is Híj het. En nu hebben ze hem aan het kruis gespijkerd. En boven zijn hoofd hangt een bordje: Jezus, de Nazarener, de koning der joden. Een luguber grapje van Pilatus en zijn soldaten, die Hem tot spotkoning hebben gemaakt. Máár intùssen! Híj is de wáre koning, de door God zélf gestuurde en gezalfde vorst, die daar zijn volk gaat redden. Hoe? Door als priester met het offer van zijn eigen leven de zonden van zijn volk te verzoenen. Aan het kruis is Hij kóning en príester tegelijk. Aan het kruis heeft de kóning op príesterlijke wijze gezorgd, dat Sion door recht verlost werd en Jeruzalem door gerechtigheid. Hij heeft Gods rechtvaardige straf over de zonden op zichzélf laten neerkomen. Hij heeft Gods verwerping van zondige mensen zélf gedragen. Hij, de rechtvaardige, heeft voor onrechtvaardigen geleden, en zo heeft Hij, de vredevorst, vrede tot stand gebracht. Vrede door het bloed van het kruis. Vrede tussen God en mens en daarom uiteindelijk ook vrede op áárde. Vrede door recht. Koninklijke vrede door priesterlijk verworven recht. Laten we het de Nederlandse Geloofsbelijdenis maar blij en dankbaar nazeggen:

"Wij geloven, dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de ordening van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft zichzelf in onze naam voor zijn Vader gesteld om diens toorn te stillen met volledige genoegdoening, door zichzelf aan het kruishout te offeren en zijn kostbaar bloed te vergieten tot reiniging van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd. Want er staat geschreven dat de straf, die ons de vrede aanbrengt, op de zoon van God was en dat wij door zijn striemen genezen zijn; dat Hij als een Lam ter slachting is geleid en onder de overtreders is geteld en als een misdadiger veroordeeld is door Pontius Pilatus, hoewel deze Hem onschuldig verklaard had. Hij heeft al deze verschrikkelijke dingen geleden ter wille van de vergeving van onze zonden. Daarom zeggen wij terecht met Paulus, dat wij niets anders weten dan Jezus Christus en die gekruisigd. Wij vinden alle troost in zijn wonden en behoeven geen enkel ander middel te zoeken of uit te denken om ons met God te verzoenen dan dit ene, eens voor al gebrachte offer, dat de gelovigen voor eeuwig tot volmaaktheid brengt."

Ja, zó is Hij voor ons een oorzaak van eeuwig heil geworden, zegt de Hebreeënbrief. Dat moeilijke bijbelboek, waarin Melchizedek het laatst maar ook het vaakst voorkomt. Maar dat boek wil eígenlijk niets anders als de joden en de weer wat twijfelende christenen uit het joodse volk ervan overtuigen, dat de heerlijke droom van Israël over de Messias, die ze aan dat oùde verhaal van Melchizedek hadden opgehangen, met Jezus tóch waar is geworden. De schrift wordt er op een andere manier uitgelegd als tegenwoordig. Meer zoals de joodse rabbijnen toen deden. Maar juist om hén van repliek te dienen. Het is eigenlijk bést een spitsvondige en grappige uitleg. Luister maar. Ja, jullie joden met je grote interesse in zuivere stambomen, zeggen natuurlijk: hoe kan Jezus van Názareth nu de ware hogepriester zijn? Hij komt niet eens uit de stam van Levi? Laat staan dat Hij in een rechte lijn van de éérste hogepriester, Aäron, afstamt? Maar weet je, dat er een priesterschap is van nóg hogere komaf? Dat is het priesterschap naar de ordening van Melchizedek. Want Melchizedek zegende Abraham. En Abraham gaf Melchizedek de tienden. Daaruit blijkt toch dat Melchizedek bóven Abraham stond. Dus stond hij óók boven Levi, die uit Abraham is voortgekomen.

En verscheen Jezus niet op dezelfde vreemde wijze voor >t voetlicht van de geschiedenis als Melchizedek? Zomaar als uit het niets? Door de hemel gedropt? Wel helemaal mens, maar toch zonder een duidelijke plaats in de menselijke lijn der geslachten? Was Hij geen priester zoals Melchizedek dat is geweest? Naar diens wijze en ordening? Bovenmenselijk? Goddelijk? Dus Jézus is het! Jézus is de ware Messias. De heilbrenger van Godswege. Jézus heeft de dromen en verwachtingen, door de figuur van Melchizedek gewekt, in vervulling laten gaan. Bij Hém moet je zijn. Bij Hem moeten wíj óók zijn.

Immers, daar worden óók wíj, nèt als Abraham, gewikkeld in de strijd van het harde leven. Je wordt er wel eens moe van, teleurgesteld, verdrietig. Als je hoort en ziet hoeveel mensen lotgenoten van Lot zijn, gevangene van kwade machten, meegesleurd door kwade machten. Als er telkens weer een appèl op je afkomt om deze mensen te helpen. Er gaat zoveel niet goed op deze wereld, en je wordt er wel eens moe van daar aldoor tegen te strijden.

Je ziet ook zoveel ongerechtigheid om je heen, waar je moeite mee hebt. De ongerechtigheid van een moord op twee meisjes in Engeland, om maar één van de vele gevallen van moord en doodslag te noemen die bijna dagelijks in het nieuws zijn. De ongerechtigheid van fraude in de bouwsector. De ongerechtigheid dat in de wereld van de misdaad miljoenen worden verdiend, vooral dank zij de ellende van drugsverslaving, gokverslaving, prostitutie. De ongerechtigheid van te hoge geïnde declaraties. De ongerechtigheid van smeergeld. Van wit gemaakt zwart geld. De ongerechtigheid van vreselijke armoede en ontzettende rijkdom naast elkaar. Maar dan ontmoeten we ineens ene Jézus op onze levensweg. De Koning der gèrechtigheid. Die ervoor instaat, dat het níet altijd zo zal blijven. Die op aarde al rechtzettend bezig was en die eens zal regeren in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Wat een troost en bemoediging. Het onrecht heeft níet het laatste woord. Het recht zal zegevieren. Door Jezus Christus.

We zien ook zoveel ónvrede om ons heen. Zoveel spanning. Wat een haat tussen mensen. Tussen blank en zwart in Zimbabwe. Tussen rooms-katholiek en protestant in Noord-Ierland. Tussen Noord- en Zuid-Koreanen. Tussen Joden en Palestijnen in het Midden-Oosten. Soms ook tussen autochtonen en allochtonen in Nederland. Soms zelfs tussen familieleden, tussen man en vrouw. Ach, overal ter wereld broeit en gloeit de haat. En soms breekt die door in bruut oorlogsgeweld, dat veel leed veroorzaakt en veel levens eist. Of in dodelijke steekwonden, schotwonden, verwurgingen.

Maar dán komen we op onze weg zo maar ene Jézus tegen. De vredevorst. Die al vrede op aarde gebracht heeft en eens ten volle brengen zal. Naar wiens Vrederijk we in geloof en hoop mogen toeleven. Wat een troost en bemoediging.

Maar we zitten niet alleen met de ongerechtigheid en onvrede om ons héén. We kennen die ook vaak van bínnen, in ons hárt. Dan liggen we overhoop met onze tekorten en fouten. Dan weten we ons schuldig om alles wat we verkeerd dóen, verkeerd zéggen, verkeerd dénken. Dan zeggen we ook als gelovigen met Paulus: ik ellendig mens. Het goede, dat ik wil, doe ik niet. En het kwade dat ik niet wil, dat doe ik. Dan zingen we met David: Om al mijn kwaad kwelt zich mijn hart en schreit. Mijn zonden staan mij dagelijks voor ogen. Ach, Heer, wees mij nabij naar uw barmhartigheid. Reinig mij door uw diepe mededogen. Maar dan staat daar plotseling éne Jezus voor ons. Die zegt: ik heb als koning der gerechtigheid ook voor jou alle gerechtigheid vervuld. Want Ik heb priesterlijk jouw zonden aan het kruis gedragen en verzoend. Ik heb zo als vredevorst weer vrede gemaakt tussen jou en God. En zo wil Ik je ook weer vrede en rust in je hárt geven. Vrede en rust door het gelóóf, dat God je om mijnentwil al het verkeerde heeft vergeven.

En wanneer je het moeilijk vindt om dat zomaar aan te nemen, wanneer je gelóóf daarin verstérking nodig heeft, híer heb je brood en wijn. Als tekenen, dat mijn lichaam gebroken is en mijn bloed vergoten tot een volkomen verzoening van al jouw zonden. Hier heb je ook brood en wijn als een hartversterking in de strijd van het leven. Als teerkost op de weg van het geloof. Want als we kinderen van Abraham zijn, de vader van alle gelovigen, dus als we net als Abraham op Gods beloften vertrouwen en in Gods wegen wandelen, en als we daarbij net als Abraham medemensen die door de strijd in deze wereld en de jacht naar buit en rijkdom in de vernieling zijn geraakt, uit het vuur slepen, helpen, bevrijden en zélf daarbij risico's lopen, moeiten op ons nemen, lijden, en als we het dan wel eens even niet zien zitten, moe zijn, dan komt de Here Jézus ons tegemoet met ál zijn rijke gaven. Dan ontvangen we bij verrássing, als uit de hémel gevallen, uit genáde, álles wat we nodig hebben in de strijd en de moeiten van het leven. Dan worden we steeds weer gesterkt en gesteund. Als we de moed verliezen, dan staat Chrístus op onze weg om ons te bemoedigen. Als we verdriet hebben, dan staat Chrístus op onze weg om ons te troosten. Als we geen uitzicht meer hebben, dan staat Chrístus op onze weg om ons nieuwe wegen te wijzen. Als we alles even donker zien, dan staat Chrístus daar op onze weg om ons licht en vreugde te schenken. Christus, de Melchizedek bij uitstek. En Hij komt met name aan het Heilig Avondmaal naar ons toe om ons te versterken met brood en wijn, opdat we de moeitevolle reis door het leven verder kunnen gaan.

En dan zégent Hij ons ook, net als Melchizedek Abraham zegende. Heerlijk! Christus is de ware priester naar de orde van Melchizedek, die na het offer van zijn eigen leven ons de zegen van de Allerhoogste meegeeft. Ging Hij bij zijn hemelvaart ook niet van de aarde weg met zegenend uitgespreide armen? Ja, Hij overlaadt ons met Gods liefde, Gods barmhartigheid, Gods trouw, Gods goedheid. Wat een heerlijke verrassing op onze levensweg, deze ontmoeting met priester en koning Jezus, die ons alles geeft, wat ons uit het verzoende en milde vaderhart van God toestroomt. Hebt u Hem al ontmoet? Is Hij u op uw levensweg al bij verrassing tegemoet gekomen? Zomaar als uit de hemel? Met handen vol verkwikkende en versterkende gaven? Met zegenende handen? Wat een zalig treffen is dat. Voor het eerst of opnieuw. Wat een heerlijke geestelijke ervaring.

En dan wil je ook niets liever dan déze Heiland eren en dienen. Gaf Abraham aan Melchizedek ook niet de tienden van alles? Dat betekent: hij geeft hem de belasting die Melchizedek als koning en als priester toekomt. Hij erkent hem daarmee als koning en priester van God zelf, van de Allerhoogste. Hij betoont Hem de eer en achting, die een echte priester en koning waardig is. Abraham wil tegenover Hem de mindere wezen. Hij geeft door het geven van de tienden te kennen, dat hij diens knecht en dienaar wil zijn en hij met alles wat hij bezit geheel ter beschikking van Melchizedek wil staan. Want tienden, tien procent van het bezit, staat voor het gehéél van het bezit.

Zo mogen wij de Here Jézus alle eer geven, die Hem toekomt. Zo mogen wij Hém loven en prijzen, Hém de meerdere, de koning in ons leven laten zijn. Zo mogen wij Hém hulde brengen. Zo mogen we van ons bezit afstaan in zijn dienst en tot zijn eer. Ja, zo mogen we ons hele leven aan Hem wijden, Hem volgen en gehoorzamen. Het is een mogen, want wie wérkelijk beseft wat de Heiland voor hem gedaan heeft, die is blij en gelukkig dat hij zijn dankbaarheid daarover mag uiten in een leven, dat aan de Here Jezus is toegewijd. Die heeft geen moeite om hierin Abraham, de vader der gelovigen, na te volgen.

Ik heb u iemand voorgesteld. Melchizedek. Inderdaad een wonderlijk iemand. Die een wat vreemde rol in de bijbel speelt. Maar die juist zó weer iemand anders aan ons heeft voorgesteld. Jezus Christus. Die ons juist zó iets duidelijk gemaakt heeft van het grote geheim van de Here Jezus, zijn leven, zijn lijden en sterven aan het kruis, zijn unieke koningschap en priesterschap, zijn gaven en zegeningen voor ons. Die juist zó ons blij doet zingen: Jezus Christus, heil der aarde, bron van wijsheid, kracht en licht, niets haalt bij uw dienst in waarde, niets bij 't heil, door U gesticht. Wat G' uw vrienden hebt bereid, blijft en duurt in eeuwigheid: zalig, die naar U zich noemen, U als Heer en Heiland roemen! Amen.