Kop

De website van Arie Tromp

Kies uw taal
Pick your language

Mijn gegevens

      Mijn gegevens

  Adres: Populierenlaan 30,
                 2925 CT Krimpen aan den IJssel
  Vaste telefoon: 0180 522828
  Mobiele telefoon: 06 44046099

  Adres in: Google Printview
  Email: info@dsatromp.nl

ATromp
Het laatst gehouden te: Maassluis
op: 21 maart 2021
Markus 11 : 12-14, 20-26 De onvruchtbare vijgenboom
Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?   

Preek voor in de lijdenstijd

De verdorde vijgenboom

Gemeente des Heren,

Een dode boom ziet er rót uit. In dubbel opzicht. Die ziet er akelig uit. En je ziet gelijk dat die boom rot is, bezig is te vergaan. Soms staan ze midden in vlak land. Soms tussen levende groene bomen in een bos. In ieder geval valt het op. En het is armoedig, triest. Het ontsiert voor ons gevoel het landschap.

Het is het beleid van de mensen die ons milieu beheren, om de natuur haar gang te laten gaan. Zo'n boom moet je dus laten staan. Want die is, al verterend, nuttig voor zwammen, voor insecten, voor vogels die hamerend en pikkend de insecten eten en hun nesten in zo'n boom maken, zoals spechten en boomklevers. Maar eigenlijk denken we: kap toch zo'n boom. Dan ziet het er een stuk fraaier uit. We zien liever een nieuwe mooie boom dan een ouwe dooie boom. Daarom hebben we ook moeite met die vreemde geschiedenis uit de bijbel. Jezus vervloekt een vijgenboom en die verdort dan onnatuurlijk snel, zelfs tot aan de wortels. In één dag is het zo'n dode boom.

Laten we eerlijk zijn, Jezus is hier voor ons gevoel niet op zijn best. Om te beginnen spréékt Hij tegen een boom. Dat mag in oude culturen min of meer gebruik zijn geweest, wij vinden het vreemd. We denken zelfs dat er een steekje los zit bij mensen die het bij een boom niet bij mediteren laten, maar er hardop tegen gaan praten. En Jezus mag wel te keer gaan tegen strenge schijnheilige schriftgeleerden, maar moet Hij nu ook zo uitvaren tegen een boom, die er volgens ons zelf ook niks aan kan doen dat hij geen vruchten geeft. Doe dat dan tegen de eigenaar van de boom, die hem mogelijk niet goed gemest of gesnoeid heeft.

verdorde vijgenboom Het hele gebeuren is ook zo negatief, maakt ons somber. En we volgen toch eigenlijk de kerkdienst voor een geestelijk opkikkertje, vooral in deze tijd.

Toch staat het in Gods Woord, moet het ons dus te denken geven. Daarom waag ik het er maar op het vanmorgen aan de orde te stellen.

En de volgende dag, toen zij uit Bethanië gingen, zo begint het verhaal. Wat is er de vórige dag dan gebeurd? Toen hield Jezus zijn intocht in Jeruzalem op een ezel. Hij werd juichend binnengehaald als de lang verwachte Koning, die vrede gaat geven! Gezegend Hij, die komt in de naam van de Here! En aan het eind van die dag gaat Hij met zijn discipelen naar Bethanië, een dorpje in de buurt van Jeruzalem, om er de nacht door te brengen. Waarschijnlijk bij zijn vrienden Maria, Martha en Lazarus. Maar daarna gaat Hij weer terug naar Jeruzalem. En onderweg krijgt Hij honger.

Dat was vast ook gewoon een lege maag. Jezus was mens als wij. Met de lichamelijke behoeften, die bij ons horen. Behoefte aan warme kleren, rust, slaap, drinken én eten. Ons lichaam heeft brandstof nodig. Je kan wel een geweldig levensdóel hebben, maar het begint met de levensmíddelen. Jezus ervaart dat ook. Hij begrijpt het, als wij er mee zitten. Als vooral mensen in arme gebieden er elke dag mee zitten. Met die knorrende maag.

Maar dat is natuurlijk niet alles. Het gaat ook nog om een ander soort honger. Ik zie anders geen reden waarom dit verhaal in de bijbel is terecht gekomen. En ik kan me niet voorstellen, dat Jezus alleen omdat zijn maag knort, dit voor de vijgenboom zo dodelijke wonder doet. Dat is te plat en te egoïstisch. Hij maakte ook niet van stenen brood voor zichzelf bij zijn verzoeking in de woestijn.

Nee, dit wonder is als elk wonder een téken met een bóódschap. Achter zijn letterlijke honger zit een andere honger, die heel zijn leven stempelt en die ook alles met óns te maken heeft. Niet met ons líchaam, maar met onze géést. Het is de honger naar het wáre leven. De honger naar harmonie en vrede. De honger naar gerechtigheid, vrijheid, blijdschap, geluk. Zeg maar: de honger naar het Koninkrijk van God. Jezus kende vooral díe honger. En wij? Ook? Net als Hij? Het verlangen, dat eens alles goed, mooi, fijn zal zijn? Dat zo niet een lege maag, maar een holle, lege ziel gevuld wordt, helemaal gevuld wordt, met echt geluk en vrede?

Of hebben we tegenwoordig wel volle magen, maar geen zielen meer die honger hebben naar vrede, harmonie, een liefdevol samenleven met God en de naaste? Zijn onze zielen doodgegaan onder het materialisme van deze tijd? En dan ziet Jezus in de verte een vijgenboom, die in blad staat. Zo'n boom met een dik, vol, laag hangend bladerdek is mooi om te zien. Hij staat ook vaak opvallend alleen in het landschap te pronken. Want één boom in de eigen tuin geeft een gezin al genoeg vijgen. Zo'n loofrijke boom ziet er veelbelovend uit. Wat zal die veel vruchten geven!

Jezus gaat naar de boom toe in de hoop iets eetbaars te vinden. Maar als Hij erbij gekomen is, vindt hij er niets dan bladeren aan, geen vruchten.

Tussen ons verhaal heeft Markus de geschiedenis van de tempelreiniging ingelast. Vanaf een afstandje kijk je ook mooi tegen al die godsdienstige bedrijvigheid in de tempel aan. Het lijkt veelbelovend. Wat zijn er een hoop mensen op de been, vooral op feestdagen. Wat hebben ze veel offers voor God over. Wat lopen er veel geestelijken rond. Het is een godsdienst, die leeft.

Maar als Jezus het tempelcomplex binnengaat en van dichtbij ziet, is het business as usual. Religie is commercie geworden. En je vindt er niet meer waar het om moet gaan. God stil aanbidden en danken, naar zijn Woord luisteren, ernaar leven. Er is veel blad, maar niks anders als blad. Geen vruchten.

En zo kan het ook in een christelijke gemeente zijn. Sommige gemeentes zijn op sterven na dood, als een bijna helemaal kale boom. Je zag vóór de coronacrisis zondags hier en daar wat kale en grijze hoofden in de banken. Andere gemeentes hadden goede kerkgang, veel jeugdwerk, kringwerk, diaconaal werk. Zijn levendig. Hebben nog veel blad.

Zo kan het ook bij ons persoonlijk zijn. Ons levensboompje ziet er niet zo slecht uit. We hebben een goede baan met fijne collegiale contacten. We hebben een gelukkig huwelijk, een net gezin. We leven met de kerk mee. Dat boompje van ons zit goed in het blad.

Daar doen we niet negatief over. Nee, daar zijn we dankbaar voor. Een gezonde boom, goed in 't blad, die in het landschap ons oog streelt, dat is mooi.

Maar het wekt wel hoge verwachtingen, als het om de vruchten gaat. Onder zoveel schitterend loof moet toch iets verborgen zitten, dat lekker smaakt.

En toen Jezus bij de boom gekomen was, vond Hij er niets aan hangen dan blad. Jammer, want bladeren zijn wel prachtig, maar niet voldoende. Je hebt geen vijgenboom in je tuin voor zijn blad, maar voor zijn vijgen.

Hoe is dat bij ons? Bij ons als gemeentes? Bij ons persoonlijk? Wat zit er onder het bladerendek van onze gemeentes? Onder dat van ons goede maatschappelijk bestaan? Onder dat van ons aardige gezinnetje? Zitten daar vruchten?

Niet zo maar vruchten. Oneetbare vruchten zijn er genoeg. Maar vruchten die Jezus kan plukken? Die van echte liefde? Tot God en de naaste? Die van vrede? Van blijdschap? Van geduld en verdraagzaamheid? Van rechtvaardigheid en eerlijkheid? Zachtmoedigheid? Wijsheid? Opofferingsgezindheid voor een ander in zijn zorg en verdriet? De vrucht van het gebed, het lied, recht uit het hart? Of zit daar niks?

God zegt via de profeet Jeremia tegen Israël, en zo ook tegen ons: Als ik wil oogsten, zijn er geen druiven aan de wijnstok, geen vijgen aan de vijgenboom. En Hij zegt via Micha: Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vijg meer, waar ik naar smacht. God heeft zo'n trek in onze vruchten. Maar Hij vindt ze niet. Stel je voor.

Wat doen Adam en Eva na de eerste zonde? Het eten van de verkeerde vrucht, die hun kennis van goed en kwaad gaf? Dan gaan hun de ogen open. Ze merken, dat ze naakt zijn. Ze rijgen vijgenbladeren aan elkaar en maken er lendenschorten van. Het vijgenblad bedekt al gauw de schande van onze fouten en tekorten, van onze vruchteloosheid als het om wezenlijke dingen gaat, die van betekenis zijn voor Gods Koninkrijk.

Zo komt Jezus bij de boom, in de hoop vijgen te kunnen plukken en eten maar vindt Hij er niets dan blad. Dat valt dus zwaar tegen.

Maar is die verwachting wel terecht? Want wat is het commentaar van Markus? Het was namelijk niet de tijd voor vijgen. Dat is vreemd, en ook niet eerlijk. Je zoekt toch geen vruchten aan een boom buiten het seizoen, dat hij vruchten draagt? Jezus valt ons weer tegen. Hij vraagt iets wat in de natuur onmogelijk is.

De meeste uitleggers weten er daarom geen raad mee. Ja, ze schrijven dat een vijgenboom bijna driekwart van het jaar vruchten kan geven. Eerst de vroege vijgen, de lentevijgen, vaak al vóór het blad aan de boom komt. Dan de late vijgen in het najaar, aan de nieuwe takken. En tenslotte de onrijpe vijgen, die soms de hele winter aan de boom blijven zitten en vroeg in de lente even doorgroeien. Naar die vijgen is de Here Jezus dan mogelijk op zoek. Het is wel niet de tijd voor vijgen, maar misschien vindt hij een restje van het vorige seizoen. We zullen ons er maar niet het hoofd over breken.

Maar als dit wonder een teken is met een boodschap, kunnen we ons wel voorstellen wat het betekent. Want ook wij zeggen gauw: het is er de tijd nog niet voor. Ons nu inzetten voor een goed doel? Die ander in zijn nood nu aandacht geven? Nu werk maken van die ruzie in de familiekring? Vanaf nu tijd vrij maken voor gebed en stille overdenkingen? Nu een taak op je nemen in de kerk? Ja, nu je hele leven aan Jezus wijden? Nu vruchten voortbrengen, die bij het nieuwe bekeerde leven horen, zoals Johannes de Doper zei? Nee, dat stellen we nog even uit. Daar is het nu de tijd nog niet voor. Ik heb het nu te druk met andere dingen. Ik doe het wel, als mijn onbezorgde jeugd voorbij is. Of als de kinderen het huis uit zijn. Of als ik met pensioen ben. We vinden de tijd eigenlijk nooit geschikt voor de komst van Jezus in ons leven. Het komt nooit goed uit. Misschien zorgt Gods Woord bij ons zo nu en dan wel voor een schokeffect. Zoals Jezus de mensen even laat schrikken als Hij de tempel reinigt. Maar daarna gaat het weer gewoon door. We willen eigenlijk ook niet dat Jezus ons lastig valt. Net zo min als de schriftgeleerden door Jezus gestoord willen worden in hun business in de tempel. En we weten, waartoe dat leidt: zijn lijden en kruisiging.

Maar de Here gaat ánders met de tijd om. Hij zegt: nu is het de tijd van mijn welbehagen. Nu is het de dag van mijn heil. Luister vandaag naar mijn stem. Bij God is elke keer weer nu de tijd geschikt om vruchten te dragen. En later kan te laat zijn. Komt er nooit meer een nieuwe kans. Dat krijgt ook in de strenge woorden, waarmee Jezus de boom vervloekt, nadruk, vooral in het grieks: nooit ofte nimmer, nooit in der eeuwigheid zal er nog iemand vruchten van jou eten. Laten we er maar even van schrikken. Dat is heilzaam. Net als wat er volgt.

Jezus' discipelen horen de vervloekende woorden wel, maar daar blijft het bij.

's Avonds, aan het eind van de dag waarop Jezus de tempel reinigt, gaan ze terug naar Bethanië om er de nacht door te brengen. En als ze de andere morgen vroeg weer naar Jeruzalem gaan en langs de vijgenboom komen, zien ze, dat hij tot aan de wortels verdord is. Petrus herinnert het zich en zegt tot Jezus: Rabbi, kijk, de vijgenboom, die u vervloekt hebt, is verdord. Een vijgenboom kan verdorren. Maar daar is wél tijd voor nodig. Het gebeurt niet in één dag. Hier wel. Het hoort óók bij Jezus, dat Hij korte metten maakt met wat de komst van zijn Koninkrijk tegenhoudt. Met een in zijn ogen vruchteloos leven. Met eventueel als excuus: het is er nu de tijd nog niet voor om het anders te gaan doen. Ik weet niet hoe u over u zelf denkt, maar ik weet wel dat ik het tegenover onze rechtvaardige en heilige God verdien om als die vijgenboom te verdorren. Zelfs tot aan wortels, zodat er geen leven meer in de boom zit en nooit meer nieuwe twijgjes uit kunnen lopen.

Wat is het een wonder, dat het nog niet gebeurt. Dat het nog bij waarschuwingen blijft, zoals dit teken van de verdorde vijgenboom. Gods komst naar ons toe heeft twee kanten. De zegen voor wie daarin meegaan. De vloek voor wie het tegenwerken.

En toch doet Jezus aan ménsen alleen maar zegenende wonderen. Hij laat blinden zien, doven horen, lammen lopen. Hij drijft boze geesten uit, wekt doden op. Vergeeft hun zonden. En een vervloekend wonder aan mensen doen, weigert Hij. Als de Samaritanen Jezus niet ontvangen omdat Hij naar Jeruzalem reist, vragen de discipelen: ‘Heer, wilt u dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’ Maar Hij draait zich om en wijst ze terecht. Het enige vervloekend wonder is aan een bóóm, en niet aan ménsen. Hij laat aan een boom zien, en wentelt op een boom af, wat wij verdienen. In het oude verbond met Israël wentelt God steeds op dieren af, wat wij verdienen. Bij de offers, zondoffers, schuldoffers, zoenoffers. En al gauw na ons verhaal gaat Jezus op zichzélf afwentelen wat wij verdienen. Dan draagt Hij aan het kruis van Golgotha de vloek over onze fouten en tekorten, onze vruchteloosheid als het om Gods Koninkrijk gaat. Wat een offer. Wat een liefde. Wat een rijke bron van verzoening en vergeving. Om stil van te worden.

Die binnen een etmaal verdorde vijgenboom laat ons zien, wat we verdienen én waar we van verlost zijn.

Maar die boom heeft nog een boodschap voor ons vanavond. Wat is Petrus verbaasd: Rabbi, kijk, de vijgenboom, die u vervloekt hebt, is verdord. Dat kan toch niet in zo korte tijd?

En Jezus antwoordt dan: Heb geloof, heb vertrouwen in God. Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt: kom van je plaats en stort je in zee, en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren. Jezus zegt dus: Het is geen privilege van Mij om zo'n wonder te doen. Jullie kunnen het allemaal. Als je maar echt gelooft, vertrouwt. Want echt geloof breekt door de regels en beperkingen van het natuurlijke leven heen. Echt geloof stoort er zich niet aan of de tijd ergens wel of niet geschikt voor is. Echt geloof heeft de kracht om een eind te maken aan een leven, dat zo voor het oog heel wat lijkt, dat fraai in het blad staat, maar geen vruchten geeft. Echt geloof heeft een sterke verdorrende kracht. Laat niks over van vruchteloosheid. Laat niks over van onze geldzucht, eerzucht, genotzucht. Laat niks over van onze geldingsdrang, eigenwijsheid, trots. Echt geloof laat niks over van bedrog in de handel, bedrog in het huwelijk. Echt geloof doet alles verdorren, tot de wortels toe, ja maakt alles morsdood, wat bitter tegenvalt en teleurstelt als het gaat om het stillen van de honger naar vrede en gerechtigheid, geluk en blijdschap. Echt geloof verzet alle bergen, die in de weg staan. In de weg van het Koninkrijk van God naar ons toe. Echt geloof heft die bergen op en werpt ze in de zee. De in deze tijd zo hoge berg van het materialisme. Van steeds geld verdienen, steeds meer willen verdienen, en steeds geld uitgeven, aan steeds zinlozer dingen uitgeven. De ook zo hoge berg van de jacht en onrust van deze tijd. Steeds druk. Maar waarmee? Vaak met dingen die weinig met God en zijn Koninkrijk te maken hebben. Ja, die als een berg in de weg staan om ons zicht op dat Rijk te geven en er ons naar toe te laten leven.

Gelovig bidden en biddend geloven. En de consequenties daarvan trekken. Bijvoorbeeld een ander vergeven, wat die je heeft aangedaan, omdat je zelf vanuit Gods vergeving leven mag. Daar gaat het om. Dat maakt een eind aan alle vruchteloosheid in ons menselijk bestaan.

En eens, misschien gauw, in Gods Koninkrijk, staan er alleen maar bomen die vrucht dragen in overvloed. Voortdurend. Elke maand van het jaar. Nooit meer een ongeschikte tijd ervoor. Johannes kreeg het al te zien in een visioen. En God liet mij een rivier zien met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong uit de troon van God en van het Lam. En aan weerskanten van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalf maal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevend. En de bladeren, ook voor het blad dus nog een schitterende rol in Gods Rijk, de bladeren brachten de volken genezing.

Wat een uitbundige vruchtbaarheid. Weelde, overdaad. En geen verdorring meer. Daar gaat het naar toe. Nog even en het is zover. Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. De zomer van Gods Koninkrijk.

Amen.

vijgen

1000 Resterende tekens