Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?
Gemeente des Heren,
Stel je voor: Jezus, nota bene mens geworden God, als een goede slijter, de leverancier van zes enorme vaten voortreffelijke wijn op een uitbundig bruiloftsfeest, met veel gasten en zeven dagen lang.
Eerlijk gezegd fronsen wij, houterige en bekrompen Hollandse calvinisten, daarbij gauw de wenkbrauwen. Geeft Jezus zo geen aanleiding, dat 't feest uit de hand loopt? Is zo’n luxewonder wel zinnig en nodig? Gaat Jezus niet voorbij aan de ernst van 't leven, want dat is toch niet altijd een feest? Zijn genezingswonderen spreken ons meer aan en passen naar ons gevoel beter bij Hem. We voelen ons hier niet helemaal behaaglijk bij.
Vraagt men ons: waar toonde Jezus vooral zijn grootheid en waardoor ben je vooral in Hem gaan geloven? Antwoorden wij dan: op de bruiloft te Kana, waar hij water in wijn veranderde? En toch schrijft Johannes: dit heeft Jezus gedaan als eerste wonderteken en Hij toonde zo zijn grootheid en zijn discipelen geloofden in Hem.
Eigenlijk staat er: dit deed Hij als beginsél van zijn tekenen. Het is niet zomaar zijn eerste wonder. Een soort voorproefje. Een nog niet serieus te nemen inleiding op het grote werk. Maar het is het beginsél van zijn tekenen. Het eerste en tegelijk ook maatgévende en bepálende. Het teken, waarmee Jezus gelijk zichzelf en het doel van zijn komst op aarde met Kerst ten voeten uit tekent.
Daarom staat het ook vóóráán in het evangelie van Johannes, vlak na de roeping van de discipelen. En dat is niet zozeer een chrónologische orde, veelmeer een lógische. We overdenken dit wonder vandaag om ons weer in te prenten wie Jezus écht voor ons wil zijn.
En dat is níet de zuurpruim en spelbederver, die ons verbiedt om van de zonnige kanten van het leven te genieten. Want Hij begint met zijn wonderen op een feest, een bruiloft, en dat is dus niet toevallig, maar zijn beginsel. Het past in zijn levensprogramma.
Jezus roept ons dus op: zeg maar ja tegen het leven. Ook in 2016. Want mijn Vader, de Schepper, heeft het als iets moois en fijns bedoeld. Als een feest.
Geniet maar van het goede van de aarde. Mijn Vader heeft het daarvoor gegeven. Zeg maar ja tegen de vréugde. Wees blij met elkaar. Lach met elkaar, tegen elkaar. Straal een goed humeur uit.
Zeg maar ja tegen de líefde. Houd van elkaar. Vooral als man en vrouw, in 't huwelijk. Geef aan de ander en zoek bij de ander 't geluk.
Jezus is in zijn element bij liefde, vreugde en geluk. Wat allemaal past bij een bruiloftsfeest. Hij is weer liefde, vreugde en geluk op aarde komen brengen, herstellen nadat ze door de zonde waren geschonden. En eens zal zijn Koninkrijk een Rijk zijn van volmaakte liefde, vreugde en geluk. En al die andere wonderen, die Jezus later deed, sluiten op dit beginsel van zijn tekenen aan. Waarom gaf hij blinden 't gezicht, doven 't gehoor? Liet hij kreupelen weer huppelen en stommen spreken? Opdat ze 't leven weer als een groot geschenk, een feest zouden ervaren, vol blijdschap en geluk. Zonder de schaduwkant van verdriet en pijn.
En waarom laat Hij zich aan 't kruis nagelen op Goede Vrijdag en staat Hij op Pasen op uit 't graf? Om de zonde uit te bannen, de duivel te verjagen, de dood te overwinnen. Om met die drie, die voor ongeluk, haat en verdriet zorgen, en die ons van 't ware, door God gewilde levensgeluk beroven, korte metten te maken. Om zo van ons leven, dat nu zoveel angst, nood en zorg kent, weer een echt feest te maken, nu beperkt, straks volkomen.
Op de derde dag is er een bruiloft te Kana in Galilea. De moeder van Jezus is er. En ook Jezus en zijn leerlingen zijn uitgenodigd. Waarschijnlijk is Maria een familielid van de bruid of de bruidegom. Van Jozef horen we niets meer. Is hij gestorven? Neemt Jezus als oudste zoon de plaats van zijn aardse vader in? Is Hij daarom ook uitgenodigd en overlegt daarom Maria alles met Hem?
Zijn leerlingen, puur menselijk gezien, zijn goede vrienden, zijn ook welkom. Want een feest in een besloten kring kan in Israël niet. Men nodigt zoveel mogelijk mensen uit. 't Hele dorp. Verre verwanten. Vreugde is er om te delen, anderen mee te laten genieten.
Vinden we het gewoon dat we kunnen genieten van het goede van het leven, vooral ook weer in de feestdagen rond kerst en jaarwisseling? Zoeken we egoïstisch de pleziertjes voor ons zelf? Of zijn we kinderlijk blij met ons geluk? Zijn we er de Here dankbaar voor? Ziet we 't als onverdiende voortekenen van 't volmaakte geluk, dat de Here eens aan zijn kinderen geven zal?
Genieten we van de liefde, die er mag zijn tussen man en vrouw, ouders en kinderen. Van goede vriendschap? Van de band tussen gemeenteleden?
Verstaan we de kunst om vreugde in 't leven te scheppen, 't leven tot een feest te maken? Straalt dat van ons af? Maken we anderen blij? Geven we anderen onze liefde, aandacht, hulp, zó dat ook hún leven een feest wordt? Gedeelde vreugde is dubbele vreugde. De Here wil, dat we zó leven met elkaar.
En nodigen wíj óók Jezus uit op onze feesten? Hebben we Hem alleen in de narigheden nodig? Bidden we dán alleen: overkomst dringend gewenst? En vergeten we Hem als alles voor de wind gaat? Of zien we ons levensgeluk, de vreugde, de liefde, als een zegen van Hem? En danken we Hem ervoor?
Nodigen wíj óók Jezus uit op onze feesten? Bij een verjaardag, een jubileum, een promotie, een geslaagd examen, een betere werkkring, gezinsuitbreiding, ontluikende liefde?
Vieren we onze feesten zó, dat Hij ze ook zou kunnen meevieren? Vrolijk, maar niet ordinair? Jezus is ook op de bruiloft te Kana, geniet van een feestmaal. Neemt de laster van zijn tegenstanders op de koop toe, dat een veelvraat en wijnzuiper is. Zorgt er in Kana voor dat ’t feest kan doorgaan. Voelt Hij zich niet op onze feesten thuis, dan ligt het dus niet aan zijn bekrompenheid maar aan de platvloersheid van veel feesten.
Hoe was de bruiloft van je collegaatje? Vroeg ik een paar jaar geleden aan één mijn schoondochters. Ik ben in m’n eentje vroeg weggeslopen, pa. Er trad een groep chippendalers op en ik kon die liederlijkheid niet aanzien.
Als de wijn bijna op is, zegt de moeder van Jezus tegen Hem: ze hebben geen wijn meer. Wat een ontnuchtering halverwege ’t feest. En een blamage voor ’t bruidspaar.
Toch is 't uit 't leven gegrepen. Want raken ook onze bronnen van vreugde en geluk niet vaak opgedroogd? Ineens is 't leven geen feest meer. We zinken weg in alledaagse sleur. We vallen terug in een arm en leeg bestaan. De fleur is er af. De blijdschap er uit. Met of zonder aanwijsbare reden, abrupt of geleidelijk, worden we geestelijk droog gelegd. We worden geconfronteerd met het doelloze en vruchteloze van ons bestaan. We merken aan allerlei dingen, dat 't hier op aarde óók niet alles is, in ieder geval niet alle dagen feest. De vreugde is veranderd in geestelijke honger en dorst. 't Leven krijgt iets van de kater ná 't feest. Dat kan ook in 2016 gebeuren.
Ook de onderlinge warmte en liefde kan verkillen. We worden onverschillig tegenover elkaar. Broodnuchter denkt ieder alleen aan zichzelf.
Als christenen kunnen we die ervaring ook opdoen met ons gelóóf als bron van blijdschap en geluk. Ook die bron is niet onuitputtelijk. Soms geeft ze weinig, lijkt ze opgedroogd. Ook 't feest van 't leven met God dreigt soms als een nachtkaarsje uit te gaan.
En dan kunnen we ook ánderen niet gelukkig maken. Stralen we naar anderen geen liefde en vreugde uit. Dan geven we elkaar niet wat we elkaar hóren te geven Want als ons eigen hart niet gloeit van warmte, gaan we ook niet hartverwarmend met elkaar om. De wijn ontbreekt.
En dan zijn we geneigd om maar water bij de wijn te doen, zoals men vroeger soms letterlijk deed als de voorraad slonk. Dan nemen we genoegen met seks in plaats van liefde, materialisme in plaats van geluk, platte lol in plaats van echte vreugde. En zie je dat niet massaal om je heen gebeuren? Schenkt de t.v. niet steeds zulke waterige amusementswijn?
Blijkt dat ook niet uit de manier, waarop in de wereld kerstfeest wordt gevierd? Is de kerstvreugde en -vrede zonder Christus niet een goedkoop sfeertje, waterige wijn?
En je komt ’t tegen dat mensen elkaar zoveel schijnen te geven. Ze verklaren elkaar vurig hun liefde en hoe gelukkig ze elkaar willen maken. 't Is of ze elkaar zó weer naar 't paradijs kunnen voeren. Maar later? Man en vrouw gaan uit elkaar. Vrienden hebben elkaar niks meer te zeggen. De wijn raakt op.
Als de wijn bijna op is, zegt de moeder van Jezus tegen Hem: ze hebben geen wijn meer. Maria legt haar bezorgdheid aan Jezus voor. En dat blijkt straks 't goede adres te zijn. We mogen, ook nu nog steeds, naar Jezus toegaan met onze geestelijke armoe en leegte. Met onze onmacht om van 't leven een feest te maken, voor ons zelf en voor de ander. Vertel ’t hem maar eerlijk, dat bij ons de bronputten van liefde en vreugde uitgeput raken.
Maar hoe komt 't dan, dat Jezus Maria bot afwijst? Want zijn antwoord is niet mis. Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen.
Maria meent als moeder van Jezus bepaalde rechten te kunnen claimen op zijn geheim, zijn Messiasschap, zijn macht om wonderen te kunnen doen. Háár wensen zal Hij wel moeten respecteren. Maar op dit punt snijdt Jezus de band tussen moeder en zoon radicaal door. Hij zet haar bewust op afstand. Vrouw, zegt Hij letterlijk, wat de Nieuwe Bijbelvertaling weglaat. Vrouw, wat wilt u van me? Je kunt niets afdwingen. Als Jezus wonderen van verlossing doet, wonderen, die vreugde en geluk geven, is dat pure genade. Komt dat niet door een mens, zelfs door niet zijn gebeden, maar van de hemelse Vader.
Ook wij kunnen niets claimen, niet op grond van onze kerkgang, ons geloof, ons nette leven. De Here schenkt de wijn van zijn verlossing altijd gratis, uit genade. De Here maakt 't leven tot een verrassend feest voor mensen, die van geen uitnodiging wisten, die zomaar uit wegen en stegen geplukt zijn. Die zich er alleen maar oneindig over kunnen verbazen. Is 't ook voor mij, arme zondaar? Wil de Here mij de wijn van zijn goedheid en liefde schenken en mijn leven tot een feest maken? Hoe is 't mogelijk.
En dat wonder wordt des te groter, als we erbij bedenken, wat 't Jezus gekost heeft om deze wijn van verblijdend heil te kunnen schenken. Want dat is niet even een wondertje tussen neus en lippen door, los van wat Hij eigenlijk op aarde kwam doen, maar dat heeft álles te maken met zijn lijden en sterven om onze zonden
Jezus legt dat verband zelf, wanneer Hij zegt: mijn tijd is nog niet gekomen. Mijn ure, zegt Hij plechtig. De nadering van dat uur loopt als een rode draad door heel ’t evangelie van Johannes. Steeds is van dat uur sprake. ’t Is 't uur, dat Hij de wijnpers alleen moet treden. 't Uur, dat Hij de lijdensbeker met de wijn van Gods toorn alleen moet drinken. Zonder zijn bittere dood aan 't kruis geen zoet en goed leven voor ons. Zonder zijn verzoenend sterven geen opstaan tot de vreugde. Zonder Goede Vrijdag geen Pasen.
Johannes schrijft zijn evangelie als de drie andere al wijd en zijd bekend zijn. En daarom gaat 't hem minder om de feiten op zích maar meer om de diepe waarheden áchter de feiten en verborgen verbanden tússen de feiten. Om die reden is 't niet te ver gezocht als we in de woorden waarmee onze geschiedenis begint: op de derde dag was er een bruiloft te Kana, al iets van 't Paasfeest horen klinken, op de derde dag opgestaan van de doden, en als we in Johannes 1 terugtellen naar de eerste dag en ontdekken, dat dát uitgerekend de dag was, waarop Johannes de Doper van Jezus zei: zie 't lam van God dat de zonde der wereld wegneemt, doet dat ook aan Goede Vrijdag denken. Alles stuurt op die geweldige heilsfeiten aan.
Maar al kunnen we geen wonder afdwingen, we kunnen de weg voor 't wonder wel bánen. Hoe? Door de Here Jezus in alles te gehoorzamen. Zijn moeder zegt tot hen die bedienden: doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.
Denk niet, dat er wonderen van geluk gebeuren als we onze eigen gang gaan. 't Kan alleen achter Jezus aan. 't Kan alleen door te doen wat Hij zegt. Zelfs als Hij vreemde dingen van ons vraagt, waar ons nuchtere verstand allerlei bezwaar tegen maakt en die in de ogen van de wereld dwaas zijn. Dienaar van Hem zijn in 't leven van elke dag. Niet vragen, waarom en waartoe en wat 't voor zin heeft, maar de bescheiden, dienende weg bewandelen. Dan dienen we ook 't grote feest, dat Hij voor zijn kinderen voorbereidt. De Here schakelt ons bij zijn wonderen niet uit, maar in. We krijgen allemaal hier en nu een taak met 't oog op zijn grote bruiloftsfeest. Om 't voor te bereiden en de randvoorwaarden ervoor te scheppen.
En dat is hard werken. Zoals de bedienden op de bruiloft te Kana. Er zijn zes stenen watervaten. Elk met een inhoud van twee of drie metreten, dat wil zeggen van 80 of 120 liter. Dat ís dus nogal wat. Ze staan er met 't oog op de Joodse reinigingsgebruiken. ’t Is niet alleen om hygiënische redenen, maar ook een godsdienstig voorschrift, dat de gasten zich, vóór ze de feestzaal ingaan, ritueel reinigen, zich uitgebreid wassen. Denk maar aan de geschiedenis van de voetwassing. De vaten, die daarvoor gebruikt zijn, worden op bevel van Jezus nu weer tot de rand toe gevuld.
Ook dít heeft een diepe bedoeling. Het wonder van heil en blijdschap is niet los te zien van de reiniging, van de vergeving van de zonden, waarnaar die ceremoniële reinigingen verwezen. We kunnen alleen 't feest van Gods verlossing mee maken, als we leven vanuit de vergeving en ons elke dag zo rein en heilig mogelijk houden,
En tegelijk zegt dit iets van 't bijzondere van 't nieuwe verbond boven 't oude. Die verhouden zich tot elkaar als water tot wijn. In Jezus komt Gods verlossing tot volle ontplooiing.
En dan gebeurt 't wonder. Zonder sensationele magie of toverij. Ongemerkt. Hij zegt tegen hen: schep er nu wat uit en breng dat naar de ceremoniemeester. Dat doen ze. Als die 't water proeft, dat wijn geworden is, roept hij de bruidegom en zegt: iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard.
Zo gaan alle oude profetieën in vervulling, die de messiaanse heilstijd beschrijven als de periode waarin de vreugdewijn rijk zal vloeien. Zo wijst Jezus zichzelf aan als de Messias en heilbrenger. Met Hem zijn de dagen gekomen, dat de bergen zullen druipen van zoete wijn en de heuvels ervan zullen overvloeien. Met Hem wordt wat Jesaja beloofde waar:
De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan,
van spijs en merg, van uitgelezen wijnen.
Van heind' en ver zal men aan tafel gaan,
de Heer is gul en goed voor al de zijnen.
Gezuiverd en belegen is de wijn,
zo rood als bloed, gerijpt tot heil en zegen.
Op deze berg zal 't feestlijk toeven zijn,
hier leidt de Heer ons heen langs alle wegen.
Hij zelf vergelijkt straks zijn Koninkrijk ook met een bruiloftsmaaltijd. En Hij ziet er vlak voor zijn lijden en sterven naar uit, dat Hij met de zijnen eens weer van de vrucht van de wijnstok drinken zal, als 't Koninkrijk van God gekomen is. Ja, Jezus is hier in wezen de bruidegom. Hij vervult de taak van de bruidegom door voor goede wijn te zorgen. Hij maakt deze bruiloft te Kana tot 't uitbundige feest van zijn liefde, zijn liefde tot ons, zijn liefde tot zijn bruid, zijn volk, zijn gemeente.
En onbedoeld onthult de ceremoniemeester de zin en de afloop van de wereldgeschiedenis, als hij zegt: U hebt de beste wijn tot nu bewaard. In Jezus is de volheid der tijden aangebroken. Hij heeft 't beste voor 't laatst bewaard.
Dit heeft Jezus gedaan, als begin, beginsél van zijn tekenen. Hij toonde zo zijn grootheid. Hij manifesteerde zo zijn glorie. Hij wees zichzelf zo aan als degene, die 't menselijk bestaan weer echt tot een feest gaat maken. Als degene, die ons ongestoorde en uitbundige vreugde schenkt. Als degene, die 't hart verwarmt en de lach wekt. Als degene, die al zijn weldaden en zegeningen overvloedig over ons uitstort. Als degene, die ons zijn overstelpende liefde geeft. Als degene, die zijn bronnen weer rijk doet vloeien, als de onze zijn opgedroogd. Als degene, van wie we nog heel veel hebben te verwachten, omdat hij 't beste voor 't laatst bewaart. Als degene, die geen water bij de wijn doet, maar van water wijn maakt. Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.
En zijn leerlingen geloofden in Hem. Dat deden ze toch al? Anders waren ze Hem toch niet gevolgd, toen Hij hen riep? Ja, maar ze gaan door dit teken wel opnieuw in Hem geloven. De ceremoniemeester proeft de wijn, maar meer ook niet. Hij kan zich er alleen maar over verbazen, dat zulke goede wijn voor het laatst is bewaard, maar de discipelen proeven 't geheim van Jezus, zijn heil, vreugde, liefde.
Is dat bij ons ook zo? Heeft deze geschiedenis ons laten smaken en zien, dat de Here goed is? En dat Hij ons 't goede geeft, als we ons met heel ons armoedige, uitgedroogde, vaak vreugdeloze en liefdeloze bestaan aan Hem toevertrouwen? Geef u toch over aan zijn liefde. Dan wordt uw leven ondanks alles een feest, een bruiloft, met wijn, die het hart verheugt. Amen.
Rapporteer
My comments