Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?
Gemeente des Heren,
Van twee beroemde geleerden is de volgende anekdote bekend. Soms zaten ze 's avonds bij elkaar op visite. Ze draaiden wat zachte achtergrondmuziek. Ze dronken een glas wijn. Ze keken elkaar bij tijd en wijle in de ogen. Maar er werd de hele avond bijna niets gezegd. Toch namen ze pas diep in de nacht uitbundig afscheid met de woorden: wat hebben we weer uitstekend van gedachten gewisseld. We moeten het gauw overdoen.
Dus een werkelijk gesprek bestaat niet alleen uit woorden. Die zijn vaak niet eens het belangrijkste. Ze vormen slechts het topje van de ijsberg. Het voornaamste zit onder het oppervlak. Wat er allemaal van hart tot hart tussen mensen kan gebeuren, dat is niet uit te leggen en niet uit te spreken. Maar het is er wel. Een blik, een gelaatsuitdrukking, een gebaar kan boekdelen spreken. Bepaalde dingen kan je intuïtief aanvoelen. Mensen kunnen daarom intens met elkaar communiceren met slechts een enkel woord. Maar dat enkele woord is dan wel enorm geladen. Daar zit van alles achter.
Schilderkunst van Aleksandr Ivanov
Dat is ook zo met het gesprek tussen Maria en Jezus op de paasmorgen. We denken aan het dramatische hoogtepunt en de ontknoping van dat gesprek. Er zijn maar twee woorden bij gezegd. Jezus zei: Maria. En Maria zei: Rabboeni. Meer niet. Maar met deze woorden worden de teerste gevoelens en diepste gedachten uitgesproken. Jezus legt zijn hele hart open, wanneer Hij haar naam op de lippen neemt: Maria! En Maria legt haar hele hart open met dat ene woord: Rabboeni.
En als we eerst luisteren naar het woord van de opgestane Heiland, Maria, dan horen we daarin vooral een liefdevol, maar niettemin ernstig verwijt. Zoals we dat ook horen, wanneer iemand, die van ons houdt, ons bij de voornaam noemt met een klank van verbazing en verdriet in de stem. Maria. Dat valt me van je tegen.
Maria's hart is door de dood van de Here Jezus helemaal gebroken. Het verdriet is haar de baas. Voortdurend zegt het evangelie, dat ze huilde. Ze geeft zich willoos aan de wanhoop prijs. Het is of de zeven boze geesten, waarvan ze bevrijd was, in haar terugkeren en haar weer geestesziek maken. Ze staat buiten dicht bíj het graf. Ze buigt zich voorover náár het graf. Het donkere graf met zijn uitzichtloosheid heeft als het ware een magische aantrekkingskracht op haar.
Ze hebben mijn Heer weggedragen.
En ik zie slecht het ledige graf.
Slechts dit weinige namen ze af.
Een dode, bij wie ik kon klagen.
Ze verliest alle werkelijkheid uit het oog, omdat haar tranen haar verblinden. Aan haar reactie valt te merken, dat ze niet ziet dat het engelen zijn, die bij het graf zitten. Het zijn in haar ogen gewone mensen. Ze ziet ook niet dat het Jezus is die vóór haar staat. Het is in haar ogen de tuinman. Ze ziet eigenlijk alleen zichzelf, want haar verdriet is niet zonder egoïsme. Ze hebben míjn heer weggehaald en ík weet niet, waar ze Hem naar toe gebracht hebben. Als u hem hebt weggehaald, vertel mij dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen. Ze sluit zich helemaal in zichzelf op door haar verdriet. Ze zit verstopt. Ze zit dicht. Ze heeft een dikke muur van verdriet en wanhoop om zich heen opgetrokken en zich zo in een positie gemanoeuvreerd, waarin het wonder van Pasen aan haar voorbij dreigt te gaan en Jezus verwijt dat haar: Maria. Ik ben er. Ik ben het, die je zoekt. Ik ben niet dood, maar ik leef. Ik heb door mijn opstanding alle zonde, alle nood, alle dood overwonnen. Ook voor jou. Ik leef om geluk, vrede, liefde, recht uit te delen, ook aan jou. Zie je dat dan niet?
Ze zijn er nog genoeg, gemeente. De mensen met hetzelfde hart als Maria. Ja, ik denk dat we allemaal wel iets van haar in ons zelf herkennen. Kent u dat gedichtje van Levi Weemoedt? Al een veelbetekenende schuilnaam. Hij schreef:
Ik ben getrouwd met Treurigheid,
woon samen met Verdriet,
krijg soms bezoek van Eenzaamheid,
maar helpen doet het niet.
Waarom laten we ons soms zo beet nemen door de zorgen van het leven? Waarom oefenen de donkere kanten van het bestaan soms zo'n zuigkracht op ons uit? Waarom geven we ons soms zo ongeremd over aan buien van zwaarmoedigheid en neerslachtigheid? Waarom zien we soms alleen maar het negatieve en niet het positieve? Waarom sluiten we ons soms zo vreselijk in ons zelf op? Zó dat wij ook de werkelijkheid om ons heen uit het oog verliezen, net als Maria. En helemaal Gods heerlijke werkelijkheid van zijn grenzeloze liefde en redding.
Zeker kunnen we er goede redenen voor hebben. Je zult maar net als Maria iemand aan de dood hebben verloren, van wie je zielsveel hield. Dan stort je leven in, ben je ziek van smart, komt er een waas voor je ogen, word je óók naar het graf toegetrokken. Je zult maar een levensbedreigende ziekte met je mee dragen. Je zult maar veel problemen met je mee dragen. Op je werk. In huwelijk, gezin, familie.
En toch mogen ook wij ons bij de naam horen noemen. Heel persoonlijk. Net als Maria. Toch mogen ook wij horen zeggen, wat eerst de engelen tegen Maria zeiden en later Jezus zelf herhaalde: waarom huil je? Waarom dat verdriet, die wanhoop? Waarom die eenzijdige aandacht voor het graf, de dood, het gemis? Het graf is leeg. Je hebt er niks meer te zoeken. De dood is overwonnen. Door mij. En te missen hoef je míj niet. Nooit. Want Ik, de menselijke gestalte van Gods liefde, Gods genade, Gods vergevingsgezindheid, Gods redding, Ik ben niet dood. Ik leef voor altijd. Ik ben er altijd voor jou. Niets is meer hopeloos en uitzichtloos. Geen duisternis is meer zonder licht, geen verdriet meer zonder vreugde, geen schuldig verleden meer zonder toekomst, geen dood meer zonder leven daarna.
Ja, zo klonk onze naam voor het eerst uit de mond van de levende Heiland bij onze doop. En zal die ons leven lang in ons hart blijven klinken. Laat je niet ringeloren door de donkere machten, want het is Pasen geworden. De goede machten gaan gauw voorgoed doorbreken in mijn Koninkrijk. Zo waar Ik leef.
Wat horen we verder in dat ene woord van Jezus? Maria! We horen er ook een wekroep in. Je slaapt. Maar je wordt bij je naam geroepen. En al lijkt er niets tot je door te dringen, dàt wel. Je schrikt er wakker van. Je doet je ogen open. Dat was ook precies de bedoeling, want anders had je je verslapen. En zo wordt Maria wakker geroepen uit haar geestelijke slaap. En ze krijgt geopende ogen, waardoor ze Jezus herkent. En haar leven wordt zo heel anders. De verblinding van haar ongeloof wordt van haar weggenomen. Ze wordt ook zelf opgewekt. Ze krijgt een nieuw leven. Zalig zijn we als we ook iets van deze paasbeleving van Maria bij ons zelf herkennen. Voor het eerst of opnieuw. Dat we ineens geestelijk wakker worden en ons rechtstreeks aangesproken weten, heel persoonlijk, door een levende stem. Of Jezus zelf ons bij de naam noemt. Dan hebben we bijvoorbeeld misschien al honderden preken gehoord, maar ineens worden we door iets geraakt, lijkt het of het echt alleen maar voor ons bestemd is, precies bij onze levensomstandigheden past, precies op onze gedachten ingaat, en gaan we echt luisteren. Dan hebben we misschien al honderden bladzijden uit de bijbel gelezen, maar ineens gaan we echt lezen. Met hart en ziel. Zuigen we het in. Gods Woord gaat leven. Wordt het woord van de Levende, op ons gericht. Op u, jou. Er gaat dan een belletje in ons hart rinkelen, net zoals dat gebeurt, wanneer we onze naam horen noemen. We worden gewekt uit de doodsslaap van ons ongeloof. We gaan hem nu pas echt zien met ogen van geloof. En via de doop, waarbij we door God bij onze naam zijn genoemd, bevestigt de Here ons: zo werk Ik, zo red Ik, zo roep Ik je wakker in een nieuw bestaan.
Maria! Het is ook deze roep van Jezus, waardoor het leven van Maria een heel andere wending krijgt, ze zich bekeert. Als we geroepen worden, onze naam achter ons klinkt, keren we ons automatisch om. In een reflex. Zo draait Maria zich ook om. Ze staat alweer met de rug naar Jezus toe en met het gezicht naar het graf. Ze kijkt alweer van het licht vandaan het donker in. Ze wendt zich alweer naar de duistere machten toe. Maar Jezus noemt haar bij de naam, roept haar zo terug, waardoor ze zich omkeert. Maria, daar niet meer heen! Dat kan niet meer na het wonder van vanmorgen. Daar vind je niets meer. Maria, keer toch om, van dood naar leven, van verdriet naar vreugde, van wanhoop naar hoop, van je eenzaamheid naar de liefdevolle band met Mij. Als je kind te dicht bij de waterkant loopt, roep je het bij de naam terug. Zo roept Jezus Maria, die naar de diepte werd getrokken. Maria, kom terug en wend je tot Mij. En dat doet ze. Wat een heerlijk wonder, als wij dit ook herkennen. Als Jezus in ons leven ook zo'n radicale wending teweeg bracht, net zoals bij Maria, die zich hier niet alleen letterlijk, maar ook geestelijk omkeert. Wat geweldig als zo door die stem van de levende Heiland ook onze blik wordt afgewend van het duister en getrokken naar het licht. Als we door die stem de somberheid, neerslachtigheid en wanhoop de rug toekeren en ons wenden tot de vreugde en de hoop. Als we zo door die stem worden bekeerd van angst naar onbevreesdheid, van smart naar geluk, van egocentrisme naar liefde. Een liefde, die door de liefde van deze Zaligmaker tot ons is gewekt.
Want hoe liefdevol klinkt ook dit ene woord "Maria", gemeente. Als twee mensen vurig van elkaar houden, schieten woorden tekort om elkaar die liefde te verklaren. Dan kunnen ze elkaar alleen maar bij de naam noemen. Maar wel met een klank, waarin het hele liefdevolle hart wordt uitgestort. En alleen het noemen van de naam is voor de ander dan al voldoende. Die hoort dan genoeg. Zo verklaart Jezus zijn liefde tot Maria. Het is wel een heel andere liefde dan tussen twee mensen. Het is goddelijke liefde. Maria mag het dan ook niet in het menselijk vlak trekken. Raak mij niet aan. Wat verdrietig, dat films en musicals deze liefde tussen Jezus en Maria steeds weer een menselijk, erotisch, soms zelfs zwoel karakter geven ter wille van de commercie. Maar dat het geen menselijke maar goddelijke liefde is, is juist het heerlijke ervan. Dat maakt het tot een zuivere en oprechte liefde, een machtige reddende liefde, een alles vergevende en onuitblusbare liefde. Een liefde, die aan het kruis de vuurproef heeft doorstaan. Een liefde die zelfs sterker is dan de dood. Maria zocht slechts een verloren liefde, een dood lichaam, dat aan voorbijgegane liefde herinnert. Zo kunnen wij voor ons gevoel ook Gods liefde verloren hebben. We kunnen niet meer geloven, dat Hij van ons houdt. We hebben het verbruid door al het verkeerde in ons leven. Of we kennen allerlei tegenslagen. En onze gebeden stuiten voor ons gevoel af tegen een hemel van koper. We zijn even wanhopig zoekend als Maria! En dan stroomt die liefde van God wonderlijk ons donkere en dichte hart binnen. Dan klinkt onze naam - denk weer aan onze doop - als een betuiging van hemelse liefde, die dwars door alles heen breekt. Dwars door ons ongeloof, ons verdriet, onze wanhoop, dwars door de muur, die we om ons zelf hebben opgebouwd.
En dan kan het niet anders, of deze wonderlijke liefde wekt wederliefde in ons hart op. Dat gebeurt ook bij Maria. We merken het aan het ene woord, dat zij in dit wonderlijke gesprek uitspreekt. Zij keert zich om, wendt zich dus van het graf af en naar Jezus toe, en zegt: Rabboeni. Meester! Ook haar woord is enorm geladen. Daarin legt ook zij haar hele hart open. Ze vindt Jezus weer en heel anders dan ze gedacht had. Geen dode, maar een levende Jezus. In een flits gaat het door haar heen. Hij is het. Hij staat daar als de levende achter mij. Hij die in liefde mij ziet en roept. Ik ben mijn Redder niet kwijt. Hij is mij door de dood niet ontnomen. En als zelfs de dood Hem niet van mij kan afnemen, dan kan niemand dat meer. Dan kunnen mensen dat niet, dan kunnen overheden dat niet, noch soldaten, dan kunnen zelfs zeven boze geesten dat niet. Wat een wonderlijke bevrijding moet dat voor haar geweest zijn. Alle leed en droefheid weg. Alle wanhoop weg. Alle leegte en eenzaamheid weg. Ze leeft weer helemaal op. Ja, ze krijgt een nieuw leven. Ze roept het daarom vol verwondering uit: Rabboeni! Meester!
Het is allereerst een uiting van blijde verrassing. Het is haar juichtoon. Haar juichtoon van Pasen. Is haar blijdschap vandaag ook die van u, van jou? Ken je die wonderlijke bevrijding, die zij in haar hart gevoeld moet hebben? Weet je je ook door de boodschap van Pasen verlost? Verlost van de zonden? Verlost van smart en verdriet? Verlost van eenzaamheid? Verlost van de macht van de dood? Omdat je door die boodschap je Here gevonden hebt? Dan klinkt de juichtoon van Pasen toch ook in ons hart? Dan zijn we toch net zo gelukkig als Maria? Dan is het woord, waarmee wij Jezus bij de naam noemen toch ook een rijk geladen woord? Geladen met blijdschap? Rabboeni!
En ook geladen met warme genegenheid? Mensen, die van elkaar houden geven elkaar graag tedere koosnaampjes en dat zijn vaak verkleinwoorden. Rabboeni betekent hetzelfde als rabbi, maar het is een verkleinwoord. Het klinkt dierbaarder en persoonlijker. Het is een troetelnaampje. Rabboeni, mijn meestertje. Het is Maria's liefdesverklaring tot Jezus. Is die wonderlijke liefde tot de Heiland ook bij ons te vinden? Zijn we vurig van Hem gaan houden? Kunnen we niet meer zonder Hem? Is Hij ons dierbaar geworden om alles, wat Hij voor arme zondaren, ook voor ons, heeft gedaan? Is ons hart Hem toegewijd? Kennen we een bijzondere band met Hem? Een persoonlijke omgang met Hem? Leeft Hij zo bij ons? Hij is dat waard. Als we beseffen, wat zijn kruisdood en opstanding voor ons betekent, kunnen we niet anders dan Hem liefhebben met een liefde, die wonderlijker is dan aardse liefde. Met een warme genegenheid, die nooit vergaat. Is ons dichte hart zo ook al opengegaan door de warmte van Gods liefde, zoals een bloem door de warmte van de zon? Net als 't hart van Maria?
Rabboeni. Het is ook een uiting van diepe eerbied en ontzag. Het verband maakt aannemelijk, dat Maria voor Jezus is neergevallen en zijn voeten wil omklemmen. Ze maakt zich tot zijn nederige onderdaan en dienares. Hij is haar Meester, Here, Koning. Hij is meer, meest, meester. Want wie is zo machtig als Hij? Wie heeft zoveel heerschappij en glorie als Hij? De Vorst, die de satan heeft verslagen. Die de zonde heeft vernietigd. Die het vijanddenken heeft doorbroken. De Vorst, die de zijnen liefhad, diende, ja zijn leven voor hen overhad. De Vorst, die het graf heeft getrotseerd. De dood heeft overwonnen. Die aan alle recht heeft voldaan. De Vorst, die de ware vrede tot stand heeft gebracht. En zo mogen ook wij deze Meester met Maria groot maken, gemeente. We mogen vol ontzag voor Hem neerknielen. Paasfeest is de gelegenheid bij uitstek om de levende Koning der kerk alle eer te geven.
Laat allen, die Hem vrezen,
Hem eren naar zijn wezen
van liefde, eindeloos wijd.
Rabboeni. Het is ook een uiting van leergierigheid. Nu ziet ze in Jezus helemaal haar rabbi, haar geestelijke leidsman. Ze wil voortaan zijn discipel zijn. Zijn leerling. Ze wil aan zijn lippen hangen. Ze wil zijn woorden helemaal tot zich nemen als het water des levens voor een dorstig hart. Ze wil alles van Hem leren. Hoe te leven als kind van God. Hoe het nieuwe leven te leiden, waar de dood geen vat meer op heeft.
Rabboeni. Het is ook een uiting van gehoorzaamheid. Ze wil voortaan zijn raad opvolgen, alles doen, wat Hij gebiedt. Ze is bereid haar leven helemaal in zijn dienst te stellen. En ze brengt het ook gelijk in de praktijk. Ze gaat op het bevel van Jezus heen om het gebeurde aan de discipelen te vertellen.
Als de levende Heiland ons echt bij name roept, ons de ogen en het hart opent, en ons zo geloof in Hem en liefde tot Hem schenkt, dan worden we nooit meer de oude. Want dan blijft Hij onze Meester. Dan zijn wij voorgoed leerlingen van Hem, met vallen en opstaan, met goede en soms ook heel slechte cijfers, met goede, maar soms ook heel domme woorden en daden. Maar we komen niet meer van Hem los. Dan willen steeds weer en steeds meer naar Hem luisteren, van Hem leren en doen wat Hij van ons vraagt. Hij wordt meer. Hij wordt de meeste. Hij wordt onze Meester.
En de eerste opdracht, die we van harte op ons nemen, is ook rondvertellen, wie Hij is. En wat Hij aan verloren, zondige, verdrietige mensen doen wil.
Ik zeg het allen, dat Hij leeft,
dat Hij is opgestaan.
Dat met zijn Geest Hij ons omgeeft,
waar wij ook staan of gaan.
Jezus zei tegen haar: Maria. Zij draaide zich om en zei: Rabboeni. Slechts twee woorden. Maar daar zit alles in. Jezus heeft aan één woord genoeg om een verloren mens te redden. En wij hebben aan één woord genoeg om ons geloof in Hem te belijden. Twee woorden zijn genoeg voor een mens om feest te vieren. Paasfeest. Amen.
Rapporteer
My comments