De website van Arie Tromp

Protestantse Kerk in Nederland

  • Gemeenten vragen om eenvoud, transparantie, uitlegbaarheid en bovenal erkenning van de lokale problematiek. Dat zijn de eerste contouren van de uitkomsten van het kerkbreed gesprek dat de afgelopen maanden werd gevoerd. Deze contouren zijn als ‘tussenrapportage’ gedeeld met de leden van de kleine synode, als opdrachtgever. Deze rapportage is beschikbaar voor deelnemers van het kerkbreed gesprek en geïnteresseerden. Via een online consultatie kun je laten weten of de geschetste contouren herkenbaar zijn.

    In het tweede kwartaal van dit jaar is breed overlegd en geluisterd naar de zorgen, ideeën en ervaringen van verschillende gemeenten. Dat gebeurde tijdens vier regiobijeenkomsten, elf luistersessies en gesprekken met organisaties zoals de Federatie van Diaconieën (FvD), de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) en experts op dit terrein. De tussenrapportage geeft een kort procesverslag van dit kerkbreed gesprek en schetst de eerste contouren van wat in de gesprekken naar voren kwam. Verdere analyse, weging, terugkoppeling en toetsing zullen volgen. Daarvoor staan meerdere gesprekken en een online consultatie gepland. 

    De contouren: erkenning en scherpe keuzes  

    Gemeenten vragen om eenvoud, transparantie, uitlegbaarheid en bovenal erkenning van de lokale problematiek. Gemeenten zijn vóór vormen van bovenplaatselijke organisatie en quotum of solidariteit, maar willen begrijpen waarvoor geld nodig is, welke keuzes worden gemaakt en wat ze daarvoor terugzien. Daarnaast vragen gemeenten om scherpere keuzes in de uitgaven. Er is draagvlak voor een regionale en landelijke organisatie van de kerk. De invulling hiervan vraagt om heldere prioriteiten, waarbij praktische nabijheid en bereikbaarheid voor gemeenten en doelmatigheid van uitgaven van belang zijn. 

    Solidariteit in algemene zin wordt breed erkend, maar vraagt om nieuwe taal en een scherpere omschrijving en inrichting. Het gaat hierbij niet alleen over geld, maar ook over het delen van bijvoorbeeld menskracht, bestuurskracht, kennis en ervaring. Gemeenten verlangen sterk naar eenvoud en meer mogelijkheden voor inspraak als het gaat om nieuwe regelingen, in afstemming met gemeenten, classes en strategische partners. Ze moeten financieel houdbaar zijn, maar ook te begrijpen en uit te leggen in kerkelijk en maatschappelijk verband. 

    De vervolgstappen 

    Deze tussenrapportage luidt een nieuwe fase in, waarin we dat wat we gehoord hebben uit gaan werken naar tot beleid en nieuwe regelingen. Bij elke stap zullen we onze gesprekspartners betrekken om de ontwikkelingen te toetsen. Het doel is dat de nieuwe regelingen vanaf 1 januari 2028 ingaan. Hieronder vind je de vervolgstappen in een tijdlijn:  

    Vul de online consultatie in  

    Hier vind je de online consultatie met daarin de 44 punten die genoemd zijn tijdens de gesprekken. We nodigen je uit om deze consultatie in te vullen. Zo laat je ons weten of we je tijdens de gesprekken goed gehoord hebben en waar volgens jou de focus op moet liggen in de uitwerking. Was je niet bij de gesprekken? Ook dan vragen we je deze consultatie in te vullen: hoe meer mensen deze invullen, hoe betrouwbaarder het beeld. Daarmee winnen nieuwe regelingen aan draagvlak. Het invullen duurt ongeveer 20 minuten en kan tot en met 30 september. 

    Het kerkbreed gesprek over solidariteit en geldVerder lezenEen kerkbreed gesprek over solidariteit en verantwoordelijkheid heeft als doel vertrouwen te herstellen en te komen tot een duurzame financiële huishouding van de Protestantse Kerk. 

    Vul de consultatie in

  • Op veel plaatsen staan gemeenten onder druk door vergrijzing, teruglopende ledenaantallen en een tekort aan vrijwilligers en predikanten. Daarom investeerde de Protestantse Kerk in ondersteuning van lokale gemeenten. Vijf classisteams trokken actief op met gemeenten die zoeken naar perspectief voor de toekomst. Deze teams helpen kerkenraden bij vragen rond samenwerking, toekomstvisie en duurzaam kerkbeheer. 

    Ook het kennis- en dienstverleningsplatform protestantsekerk.nl werd verder uitgebreid. De kerkorde is online beschikbaar gemaakt, nieuwe trainingsmodules kwamen beschikbaar en vrijwilligers en professionals konden gebruikmaken van een breed aanbod aan advies, begeleiding en scholing. Het mobiliteitsbureau verstrekte ruim 300 adviezen aan vacante gemeenten, terwijl via de mobiliteitspool op 140 plaatsen professionals tijdelijk werden ingezet. 

    Op weg naar de toekomst 

    Door heel Nederland ontstonden nieuwe vormen van kerk-zijn. Vanuit de pioniersbeweging werden nieuwe en bestaande proefplekken ondersteund en kwamen 32 onlineprogramma's beschikbaar voor pioniersteams. Samen met de Protestantse Theologische Universiteit startte bovendien het onderzoeksproject Toekomstgericht kerk-zijn, waarin wordt onderzocht welke kansen en uitdagingen er liggen voor de kerk van morgen. 

    Gemeenten die hun vitaliteit en toekomst willen verkennen, konden gebruikmaken van instrumenten als Nieuw Kerkelijk Peil en Kerk in Kaart. Via de solidariteitskas kregen lokale gemeenten steun voor projecten rond gemeentevernieuwing, samenwerking, restauratie en verduurzaming van kerkgebouwen. 

    Kerk voor 18 miljoen Nederlanders 

    De Protestantse Kerk zoekt ook actief contact met mensen buiten de kerk. Communities als Move, Hoedan en Graceland groeiden verder en brachten duizenden jongeren online en offline met elkaar in contact. Het Graceland Festival trok 3.500 bezoekers en via Move en Hoedan werden veel jongvolwassenen bereikt met gesprekken over geloof en zingeving. 

    The Passion bereikte in 2025 ruim 2,2 miljoen kijkers. Daarnaast organiseerden ongeveer 120 gemeenten lokale kijkavonden met ruimte voor ontmoeting en verdieping. Ook het project The Soul of Sefa, waarin muziek, geloof en persoonlijke verhalen samenkomen, wist nieuwe doelgroepen te bereiken. 

    Wereldwijd in actie 

    Dankzij de steun van gemeenten en donateurs kon Kerk in Actie wereldwijd blijven werken aan noodhulp, duurzame ontwikkeling en geloofsgemeenschappen. In ruim dertig landen werd samengewerkt met bijna 350 partnerorganisaties en kerken. Meer dan 330.000 mensen ontvingen noodhulp, bijna 7.900 jongeren volgden een vakopleiding en ruim 18.000 boeren kregen training om beter om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering. Ook in Nederland zette Kerk in Actie zich samen met kerken en diaconieën in voor mensen die leven in armoede, voor vluchtelingen en voor sociale verbondenheid in buurten en dorpen.  

    Organisatie in ontwikkeling 

    Het jaarverslag benoemt ook de uitdagingen binnen de dienstenorganisatie. Naar aanleiding van signalen over werkcultuur en samenwerking werd in 2025 een onafhankelijk onderzoek gestart. Daarnaast kwam de organisatie voor financiële uitdagingen te staan door het intrekken van de nieuwe quotumregeling. Hierdoor moet vanaf 2027 structureel worden bezuinigd. 

    Tegelijkertijd werden stappen gezet om de organisatie te versterken, onder meer door een leiderschapsprogramma, verbetering van processen en verdere digitalisering. "We werken aan herstel van vertrouwen en een heldere koers", schrijven Bouw en Van Jaarsveld. "Samen met alle collega's van de dienstorganisatie willen we dienstbaar zijn aan de kerk en aan Gods missie in de wereld." 

    Download pdf van jaarverslag 2025 

     

     

  • Samen met Jojanneke Dekker van het kennisplatform diaconaat van de Protestantse Kerk ontwikkelde Iris Lammerts van Bueren een verdiepende sessie over kwetsbaarheid delen voor de leermodule 'Liefhebben en dienen'. Ze is diaconaal werker bij de Domkerk in Utrecht, die sinds 2022 diaconale presentieplek is. "De Domkerk is alle dagen van het jaar geopend. We ontvangen hier veel mensen van ver weg maar ook uit de stad. Een opengestelde kerk maakt laagdrempelige ontmoetingen mogelijk, juist voor mensen die het moeilijk hebben in hun leven."  

     oor de jaren heen zijn verschillende activiteiten ontstaan, zoals de inloop What's on your heart? – drie keer per week – waar een luisterend oor wordt geboden, en de maandelijkse Night of Light waar bezoekers een kaarsje kunnen aansteken en in gesprek kunnen gaan. "Mensen uit verschillende leefwerelden ontmoeten elkaar hier. Zo leert men elkaar beter kennen en ontstaat verbinding. Van grote waarde in deze tijd waarin velen het gevoel hebben er alleen voor te staan." 

    Oefenen met kwetsbaarheid 

    Het materiaal rond 'kwetsbaarheid delen' helpt pionierteams om mensen in een kwetsbare positie beter te begrijpen. Dat begint bij het team zelf: door eigen kwetsbaarheid te delen. "Begrip voor anderen kun je aanleren", zegt Lammerts van Bueren. "Affiniteit hebben met kwetsbare mensen betekent nog niet dat je je bewust bent van de valkuilen die de omgang met hen met zich meebrengt." Een inlevingsoefening kan daarbij helpen. Wat gebeurt er met je wanneer meerdere levensgebeurtenissen tegelijk op je bord komen? Denk aan verlieservaringen waarvoor geen ‘oplossing’ bestaat: een beperking, verlies van werk of inkomen, of het wegvallen van een partner. Mensen in een kwetsbare situatie hebben vaak meerdere verlieservaringen tegelijk. Door dit te oefenen ontstaat meer bewustzijn en empathie. 

    Het materiaal bevat drie video's die stap voor stap verdieping bieden. De eerste geeft inzicht in de draagkracht en draaglast van het team. De tweede laat zien wat langdurige stress met een mens doet en hoe het voelt om kwetsbaarheid te delen. De derde gaat over hoe je als team het beste naast mensen in een kwetsbare positie kunt staan. "Door met dit materiaal te oefenen, kun je elkaar steunen en op een passende manier aanwezig zijn voor kwetsbare mensen in je proefplek." 

    Er zijn 

    Dat hoeft niet groot en ingewikkeld te zijn. Iemands verhaal aanhoren en erkennen kan al genoeg zijn. "We zijn vaak geneigd oplossingsgericht te denken, mee te gaan denken en adviezen te geven. Maar dat is niet altijd behulpzaam. Er zijn voor een ander betekent voor mij: iemand helpen ontspannen door zijn of haar verhaal aan te horen zonder meteen in de oplossingsmodus te schieten. Anders zet je de ander aan het werk. Ook zelf ontspannen blijven helpt. "Dat kan een ander het gevoel geven: ik hoef even niets. Als vrijwilligers onderling ontspannen zijn, kunnen ze er beter zijn voor de mensen die ze tegenkomen."  

    Levensvaardigheid: ken jezelf (en elkaar) 

    Lammerts van Bueren hoopt dat pionierteams een bijeenkomst besteden aan de vraag: hoe gaat het eigenlijk met jezelf en ben je je daarvan bewust? "Door dit gesprek creëer je een basis met elkaar waar je later op terug kunt vallen. Bijvoorbeeld wanneer een van de teamleden te maken heeft met een life event en daardoor een korter lontje heeft. Dit gesprek is een algemene levensvaardigheid, cruciaal voor wie met mensen werkt." Ze gebruikt deze vaardigheid zelf veel, ook wanneer mensen vastlopen in het contact met elkaar. Vaak speelt stress op de achtergrond. Daarmee is het materiaal ook waardevol voor bijvoorbeeld kerkenraden. "Je leert samen om meer begrip voor elkaar te hebben." 

    Naar het materiaal

  • De overstromingen laten een spoor van verwoesting achter. Er zijn al honderden doden gevallen en nog veel meer mensen worden vermist. Sommige gebieden zijn bedolven onder een modderlaag van anderhalve meter. Door aanhoudende regen en beschadigde infrastructuur verloopt de hulpverlening moeizaam. Veel overlevenden hebben dringend behoefte aan onderdak, voedsel, schoon drinkwater en medische zorg.

    Geef nu

    Hulp waar de nood het hoogst is

    Kerk in Actie kan snel hulp bieden via ACT Alliance, een wereldwijd samenwerkingsverband van kerken en christelijke hulporganisaties. Samen met lokale partners wordt gezorgd voor noodopvang, voedsel, drinkwater en hygiënemiddelen. Ook is er aandacht voor bescherming van kwetsbare mensen. In een latere fase helpt Kerk in Actie bij de eerste wederopbouw van woningen en voorzieningen.

    Help mee

    De nood in Nepal is groot en hulp is dringend nodig. Met jouw gift voor het noodhulpprogramma kan Kerk in Actie getroffen gezinnen ondersteunen. Geef online via de onderstaande button of maak je bijdrage over op rekeningnummer NL89 ABNA 0457 457 457 ten name van Kerk in Actie, onder vermelding van ‘Noodhulp Kerk in Actie’. Dank voor jouw gift!

    Geef nu

    NB: Voor een noodhulpcollecte in de kerk zijn een collecteafkondiging, kerkbladbericht en collectesheet beschikbaar.

     

  • De interviews met Sylvia Erschen en Eli Veenkamp-Kansil zijn hier te lezen:

    Sylvia Erschen (85): "Ik voelde me jarenlang een Hollands meisje met een bruin velletje"

    Eli Veenkamp-Kansil (85): “Indonesië is altijd in mijn gedachten”

    Op 17 augustus 1945 verklaarde Indonesië zich onafhankelijk. Daarna volgde een gewelddadige strijd, waarbij ook veel repatrianten slachtoffer werden. Op 27 december 1949 werd Indonesië officieel onafhankelijk. De positie voor KNIL-personeel en hun gezinnen, zoals die van Sylvia Erschen en Eli Veenkamp-Kansil, werd vaak onhoudbaar. Wie de Nederlandse nationaliteit had of verkoos boven de Indonesische, werd in het nieuwe Indonesië doorgaans niet meer als burger gezien. Niet alleen de mannen die verbonden waren aan het Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger (KNIL) kwamen terug, maar ook andere burgers, gezinnen, ambtenaren, Indo-Europeanen, Molukkers, marine- en politiepersoneel en later spijtoptanten.  

    Een taak voor de kerken 

    Als gevolg van deze situatie kwamen er tussen 1945 en 1968 ruim 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Veel mensen waren in Indië geboren en waren nog nooit in Nederland geweest. De overheid regelde de overtocht en de huisvesting, maar kon de begeleiding van deze grote groep niet alleen aan. Ze klopte daarom medio 1950 aan bij de kerken. Zo ontstond het CCKP, met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Rooms-Katholieke Kerk als belangrijke spelers. Protestantse Indische Nederlanders werden begeleid door protestantse maatschappelijk werkers en predikanten, katholieke door hun eigen netwerk. Over de moeilijke en vaak traumatische ervaringen werd lange tijd weinig gesproken. Daarom kunnen de dossiers die maatschappelijk werkers van het CCKP over repatrianten hebben gemaakt, gevoelige persoonlijke informatie bevatten. 

    Het archief van het CCKP is, net als andere historische archieven van de Protestantse Kerk, in beheer bij Het Utrechts Archief. Het Algemeen Rijksarchief wilde bij de opheffing van het CCKP in 1968 het archief wegens personeels- en ruimtegebrek niet opnemen. De toenmalige archivaris van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft het archief vervolgens veiliggesteld. De persoonsgegevens in het CCKP-archief zijn nu gedigitaliseerd en toegankelijk voor personen die kunnen aantonen dat ze een belang hebben bij het inzien van deze informatie. 

    Lees meer over het CCKP

    Goed geregeld, koel ontvangen  

    Wie zelf geen woning kon vinden, werd opgevangen in een contractpension, een klein huisje of soms zelfs een barak. Dat gold ook voor Sylvia Erschen. Ze vertelt in het interview: “Aan alle kanten werd op repatrianten bezuinigd. Het plakje kaas was bijvoorbeeld tot op de millimeter afgeschaafd. Dit gesprek moet niet zielig overkomen, maar het is nog steeds schrikken hoe de overheid met haar burgers is omgegaan. Mijn ouders kregen een toelage, maar ze moesten wel alles tot op de laatste cent terugbetalen, inclusief overtocht en verblijf.”  

    De kerk wilde haar verantwoordelijk nemen bij de opvang van Indische Nederlanders en deed dit, op verzoek van de overheid. Kennis over de achtergrond van de nieuwkomers ontbrak grotendeels, ook binnen de kerk. Het beleid van zowel de overheid als het CCKP was gericht op aanpassing van de repatrianten. De inspanning om te integreren lag vooral bij de repatrianten zelf, hoewel veel repatrianten nog nooit eerder in Nederland waren geweest. 

    Voor de duizenden gezinnen die in deze jaren aankwamen, onder wie de families van Sylvia Erschen en Eli Veenkamp-Kansil, betekende dat een abrupte overgang. Ze moesten hun huis, werk, familie en vertrouwde omgeving achterlaten. Ze kwamen van een vertrouwde, vaak warme omgeving terecht in een koud en onbekend land, waar ze zich moesten aanpassen aan gewoonten die niet de hunne waren. In Nederland voelden veel mensen zich niet begrepen. Wat zij in voormalig Nederlands-Indië hadden opgebouwd en meegemaakt, werd vaak niet erkend.  

    De in voormalig Nederlands-Indië opgebouwde werkervaring bleek- eenmaal in Nederland - vaak weinig waard. Eenmaal hier moesten ze vaak werk aanvaarden dat ver onder hun niveau lag. Nederland was na de oorlog arm en er was weinig woonruimte. Daardoor werden zij vaak niet goed ontvangen en kregen ze te maken met wantrouwen en vooroordelen. 

    Waarom dit nu telt  

    Deze geschiedenis is maar bij weinig mensen bekend, ook binnen de kerk zelf. Met steun van de rijksoverheid is dit archief beter toegankelijk gemaakt. Het geeft een kans om te begrijpen hoe de opvang destijds werkelijk verliep, en waarom die voor veel repatrianten niet voelde als het thuis dat ze nodig hadden. 

    Nieuw zijn onder meer een zoekhulp en een online namenlijst. Die namenlijst is te doorzoeken via de website van het archief en via onsland.nl. Het archief zelf is vanwege de wettelijk beperkte openbaarheid niet online in te zien. Raadplegen kan wel in de studiezaal van het archief.

    Online raadplegen van het openbare gedeelte van het archief kan op hetutrechtsarchief.nl of op onsland.nl. Het niet-openbare gedeelte is alleen voor belanghebbenden (familie) in de studiezaal van het archief in te zien. 

Advertentie 1

 

Advertentie 2

Advertentie 3

 

Advertentie 4